JOHNNY MEIJER 1912 - 1992; Vederlichte swing

Johnny Meijer, de accordeonist die de swing als geen ander in zijn vingers had, is gisteren op 79-jarige leeftijd overleden. De stoïcijnse virtuoos, meestal voorzien van een ferme sigaar in het doorgroefde hoofd, bewees tot op het laatste moment zijn veelzijdigheid: in september maakte hij een plaat met jazz-repertoire en in december concerteerde hij nog met het Amsterdams Saxofoon Kwartet. En intussen stelde hij jarenlang het grote publiek tevreden, dat hem het liefst breed hoorde uithalen in een Jordaan-schlager. Dat was nu eenmaal het genre waarmee hij in zijn levensonderhoud moest voorzien, ondanks zijn weerzin jegens “die overbekende rotzooi”.

Eigenlijk had Johannes Cornelus Meijer pianist willen worden. Maar thuis, in de Boomstraat, werd hij geprest het enige instrument te kiezen dat in de Jordaan meetelde: de accordeon. Op zijn tiende kwam hij bij de muziekvereniging Oefening Baart Kunst en vijf jaar later hees hij zich als beroepsmuzikant in een matrozenpakje om op toernee te gaan met een accordeonkwartet. Vanaf 1931 was hij solist, met de horeca als belangrijkste arbeidsterrein. Meestal moest hij op zijn ongeëvenaarde routine polonaises, walsjes, polka's of meezingers ten gehore brengen, maar intussen greep hij elke kans aan om iets te spelen voor “mensen met oren aan hun kop” - bij voorkeur een fraaie ballad die hij met een paar subtiele ritmische verschuivingen vederlicht kon laten swingen.

Collega-muzikanten zagen al snel welke wondertjes hij verrichtte op een instrument, waarvan doorgaans wordt gezegd dat het te log is en te traag reageert om er zulke ragfijne hoogstandjes aan te ontlokken. Terwijl zijn accordeon om den brode in cafés, lunchrooms en bars de ene aslaag na de andere verzamelde, groeide elders zijn reputatie als meestermuzikant. Tot zijn wapenfeiten behoren een week lang uitverkochte zalen in het Palladium in Londen in 1950 en de uitverkiezing, een jaar later, tot le roi d'accordeon in Parijs. Steeds vaker verzorgde hij met eigen formaties radio-uitzendingen en plaatopnamen. In de loop van de jaren zestig, toen het publiek zich begon af te wenden van swing en schlager, verdween Johnny Meijer enigszins uit het zicht. Dat zijn vaste bassist Manke Nelis later als vocalist groot succes boekte, zat hem dwars - iedereen wist toch wie van de twee de beste muzikant was?

Met de verzamelplaat Blue skies, vier jaar geleden uitgegeven door het Nationaal Jazz Archief en de stichting Granny's Records, werd Johnny Meijer weer recht gedaan. Door de chronologische rangschikking van oude opnamen is te horen hoe hij zijn timing in de loop der jaren perfectioneerde. “De hevig stuwende aanpak van 1947 heeft duidelijk plaats gemaakt voor een lichtere, uiterst subtiele en vooral modernere speeltrant,” schreef archivaris Herman Openneer op de hoes. Sinds die plaat werd Johnny Meijer herontdekt en de bewondering van een nieuwe generatie deed hem goed. Hij ging er, zo mogelijk, nòg beter van spelen.