Jeltsins optimisme

De schappen zijn rijkelijk gevuld. Zodra ergens een gat dreigt te ontstaan snelt een ijverige vakkenvuller toe om het te dichten. De supermarktmanager heeft een open oog voor de wensen van de consument: meer klanten betekenen meer omzet en dus een beter bedrijfsresultaat. Daarbij moet hij de concurrentie nauwlettend in de gaten houden, want als die met nog scherpere prijzen kopers naar zijn winkel probeert te lokken, kan hij niet achterblijven.

Zo werkt dat in een markteconomie. Prijzen zijn een signaal voor vragers en aanbieders. Daalt de vraag naar champagne, dan wordt de Franse wijnprik afgeprijsd. Franse wijnboeren zien hun verkopen en dus hun winst dalen. Blijft die situatie een tijdlang bestaan, dan zullen ze naar andere bezigheden moeten omzien. Het omgekeerde gebeurt als de vraag naar appelsap stijgt. De prijs gaat omhoog, de winst neemt toe en ondernemers trekken extra werkkrachten en kapitaal aan om hun appelsapproduktie te kunnen vergroten.

In een planeconomie zoals die van de voormalige Sovjet-Unie is de gang van zaken totaal anders. Daar bepaalde het centraal gezag in Moskou de meeste prijzen. De Sovjetconsument kwam er in dat systeem bekaaid vanaf. Het aanbod in de winkels was slecht afgestemd op zijn behoeften en vooral de afgelopen jaren kwam het steeds vaker voor dat er zelfs helemaal geen aanbod was. Inkopen werd een dagtaak. Voor veel produkten kon hij alleen nog terecht op de zwarte markt, maar dan uiteraard wel tegen veel hogere prijzen.

Vooral de huidige Russische president Boris Jeltsin hamerde er voortdurend op dat het de hoogste tijd was de zieke centraal geleide Sovjet-economie zo snel mogelijk om te vormen tot een markteconomie. Nu de Sovjet-Unie uit elkaar is gevallen krijgt hij zijn kans. Weg met de planeconomie, leve het marktmechanisme. Een eerste drastische stap zette hij door vanaf 2 januari de prijzen over te laten aan vraag en aanbod. Voor een aantal levensmiddelen, openbaar vervoer en dergelijke wordt een uitzondering gemaakt. Toch zijn die drie tot vier keer zo duur geworden. Andere produkten met een meer luxe karakter, en dat hebben ze al gauw in Rusland, zijn nog sterker in prijs gestegen. Voor een kilo worst is een gepensioneerde een weekinkomen kwijt. De andere Republieken van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) kunnen niet achter blijven. Als zij hun prijzen nu nog kunstmatig laag zouden houden, kunnen ze een invasie van Russische koopjesjagers verwachten. Voor de toch al niet verwende Russische consument komen die prijsstijgingen hard aan. Binnenkort worden de lonen en de uitkeringen verdubbeld, maar dat is lang niet genoeg om de prijsstijgingen te kunnen bijhouden. Maar Jeltsin is optimistisch. Die hogere prijzen zullen producenten een prikkel geven om meer produkten aan te bieden. Binnen de kortste keren hebben de winkels een Westers aandoend welgevuld aanzien. En dat grotere aanbod drukt de prijzen dan weer vanzelf omlaag. Zo werkt het marktmechanisme toch... Voor het einde van het jaar gaat het beter.

Niet bekend

Met het vrijgeven van de prijzen maakt Jeltsin een abrupt einde aan de oude planeconomie. In 1992 zullen de schappen in de winkels waarschijnlijk beter gevuld zijn dan in de voorgaande jaren, maar op een werkelijke verbetering van de Russische economie zullen de burgers langer moeten wachten dan Jeltsin belooft. De erfenis van ruim zeventig jaar planeconomie raak je niet in één jaar kwijt.