Geen zwemwater

Nuclear Waste: the problem that wo'nt go away. Nicholas Lenssen. Worldwatch Paper 106, december 1991. ISBN 1-878071-07-6.

Een uitgave van het Worldwatch Institute in Washington, te bestellen bij Milieuboek, Plantage Middenlaan 2H Amsterdam, tel. 020-6244989. Prijs ƒ 13,50.

Tot de treurigste erfenissen van de Koude Oorlog behoort het radioactief afval dat het gevolg was van de koortsachtige produktie van grote hoeveelheden kernwapens. Amerikaanse milieudeskundigen schatten dat er astronomische bedragen nodig zijn om de circa 100 terreinen voor produktie van kernwapens in de Verenigde Staten te saneren en echt veilig zullen de meeste waarschijnlijk nooit meer worden. Radioactief afval is vaak jarenlang lukraak in de grond gestopt en dat wreekt zich nu. Grondwater, bodem en lucht, planten en dieren en ook omwonenden raken radioactief besmet. Forse hoeveelheden radioactiviteit zijn aangetroffen in het onkruid amarant, en verder ondermeer in schelpdieren, kikkers, geiten en coyotes. Beruchte lokaties zijn Hanford Reservation in de staat Washington en de Savannah River Plant in South Carolina. Grote doorgeroeste opslagtanks staan daar te lekken, hetgeen tot honderden kilometers verderop te merken is. De geschatte saneringskosten bedragen 300 miljard dollar.

Aan Sovjet-zijde is de puinhoop zo mogelijk nog groter. Vermoedelijk de meest vervuilde plek ter wereld is het Karachay-meer nabij het Chelyabinsk-40 kernwapencomplex in het zuiden van de Oeral, onder Sverdlovsk. Wie een uur lang aan de oever van het Karachay Meer staat, sterft binnen enkele weken aan stralingsziekte. Afval vanuit de kernwapenfabriek is tot in de jaren zestig in het meer gedumpt. In 1967 bliezen hete zomerwinden het meer droog en verspreidden ze radioactief stof tot 75 kilometer verderop. 41.000 mensen raakten besmet.

Er staan nog veel meer van zulke voorbeelden beschreven in het boekje Nuclear Waste, the problem that won't go away, een uitgave van het Worldwatch Instituut.

Volgens auteur Nicholas Lenssen is het kernafvalprobleem in veel landen door de autoriteiten aanvankelijk niet onderkend en vervolgens doelbewust gebagatelliseerd, dit vanwege de noodzaak om zich van een krachtige publieke steun voor de produktie van kernwapens te verzekeren. Inmiddels is 95 procent van het radioactieve afval niet van militaire, maar van civiele oorsprong en een oplossing daarvoor lijkt verder weg dan ooit.

In het boekje passeren allerlei opties de revue en stuk voor stuk worden ze afgekraakt. Begraven onder het ijs van Antarctica? Absurd. Afschieten de ruimte in dan maar? Te duur en, na de explosie van de Challenger, ook te gevaarlijk. Begraven in diepe geologische lagen? Te onzeker, misschien te onstabiel en in elk geval nooit meer terug te draaien, net zo min als het dumpen in de diepzee. Opwerken door uranium en plutonium terug te winnen? Dat is kostbaar, het totale afvalvolume wordt erdoor verveelvoudigd en bovendien neemt de kans op verspreiding van kernwapens hierdoor toe. Ook "transmuteren' door een neutronenbombardement zal, afgezien van de technische onzekerheden die er aan kleven, vermoedelijk te kostbaar zijn. Milieu-organisaties bepleiten het afval gewoon bovengronds op te slaan in speciaal hiervoor ontworpen gebouwen. Maar zelfs die optie wordt verworpen: niemand kan immers garanderen dat zo'n gebouw eeuw in eeuw uit netjes wordt bewaakt en met rust gelaten.

De laatste vulkaanuitbarsting in het Yucca gebergte in de Amerikaanse staat Nevada, waar men vanaf het jaar 2010 zo'n 70.000 ton radioactief afval wil gaan begraven, heeft naar onlangs bleek nog maar 20.000 jaar geleden plaatsgevonden. Geen 270.000 jaar, zoals onlangs werd verondersteld. Minder dan 10.000 jaar geleden waren er nog grote vulkaanuitbarstingen in centraal-Frankrijk, 70.000 jaar geleden bestond het Britse kanaal nog niet en 5000 jaar geleden was de Sahara nog vruchtbaar. Je moet wel helderziend zijn om een plek aan te kunnen wijzen waar radio-actief afval een kwart miljoen jaar rustig kan blijven liggen, zo concludeert het Worldwatch Instituut. Een kerncentrale levert maar 25 tot 40 jaar stroom, maar zijn radioactieve erfenis blijft nog honderden eeuwen bestaan.

Het boekje is, zoals in deze serie gebruikelijk, doorspekt met de nieuwste cijfers, uit de hele wereld bijeengeschraapt. Het onthult geheime documenten, zwaait met rapporten, de literatuurlijst omvat vele pagina's. Toch ligt de ijver van de auteur er net iets te dik bovenop. Hoewel de feiten vermoedelijk in grote lijnen wel zullen kloppen krijg je als lezer al vanaf de eerste bladzij het gevoel dat er voortdurend iemand aan je mouw trekt. Dat was helemaal niet nodig geweest, de feiten spreken voor zich.