FNV eist 4,5 procent extra loon in CAO metaalsector

AMSTERDAM, 9 JAN. De Industriebond FNV eist in het overleg over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor de metaalnijverheid een loonsverhoging van 4,5 procent, uitbreiding van de regeling voor vervroegd uittreden, handhaving van de bestaande aanvullingen op de wettelijke uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid en twee extra vrije dagen.

De bond heeft deze eisen vanmorgen gepresenteerd. In totaal claimt de bond een "loonruimte' van 6,5 procent voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de kleinmetaal (ruim 300.000 werknemers).

De looneis is volgens onderhandelaar T. Hagen van de FNV-bond afgestemd op de ontwikkeling van de arbeidsproduktiviteit en de inflatie. Uitbreiding van de bestaande Vut-regeling (met ingang van 59 jaar) wil de bond bereiken voor werknemers met 40 dienstjaren in de metaalnijverheid. Ondanks groeiend verzet van werkgevers tegen de Vut acht Hagen deze uitbreiding niet kansloos, omdat de Vut-premie in de kleinmetaal relatief laag is (3,09 procent van de loonsom) en wel een geringe verhoging zou kunnen velen. De werkgevers in deze branche, aangesloten bij het KNOV, staan minder afwijzend tegenover de Vut dan de centrale werkgeversorganisaties. Wel vindt het KNOV dat de werkgeversbijdrage in de Vut-premie niet mag uitstijgen boven 2 procentpunt.

De bestaande regeling, waarin de uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste twee jaar worden aangevuld tot het volledige salars, moeten volgens de bond worden gehandhaafd. Inleveren van geld of vrije tijd door zieke werknemers wordt afgewezen. De bond wil, na een succesvolle proef in een beperkt aantal bedrijven, intensivering van de verzuimbegeleiding in alle metaalbedrijven met meer dan 50 werknemers. Daardoor zou volgens Hagen het ziekteverzuim (gemiddeld 9,2 procent) met enkele punten kunnen dalen.

De extra vrije dagen, waaronder 5 mei, kosten volgens de bond 0,8 procent.