Filosofische ritselaar

Muren (Mathilukal). Regie: Adoor Gopalakrishnan. Met: Mammootty, Thilaklan, Murali. Amsterdam, Rialto.

Muren heet de film van de Indiase cineast Adoor Gopalakrishnan en doordat er inderdaad sprake is van een grijszwarte muur, nemen we de gevangenschap serieus die Gopalakrishnan ons voorschotelt. De sfeer is die van een vakantiekamp of rustoord, met onveranderlijk mooi weer, altijd aanminnige bewakers, handige privileges en een lapje grond waar met gemak rozen worden gekweekt. Maar de schrijver Vaikom Muhammed Basheer, aanhanger van Gandhi en begin jaren veertig veroordeeld tot tweeënhalf jaar gevangenisstraf wegens opruiende anti-Britse geschriften, kan die muur niet voorbij, daar doet ook zijn status van edel-gevangene niets aan af.

Gopalakrishnan maakte zijn film op basis van autobiografische gevangenisroman van Basheer en hij droeg er zorg voor dat de "ik-vorm' doorschemert in elk shot. De camera registreert droogjes wat de schrijver heeft gezien en Gopalakrishnan probeert ons precies te laten voelen wat de schrijver onderging. In een gevangenis rek je zo veel mogelijk de tijd, dus alles wordt zonder haast geobserveerd. Staat er iemand op, dan maken we dat ook helemaal mee: de voeten zien we rustigjes onder de knieën getrokken worden, het lichaamsgewicht verplaatst zich, een hand steunt op de aarde, een andere hand grijpt wat in de lucht en ... ja! Daar komt de persoon omhoog. Nu nog even de knieën strekken, de rug rechten... en klaar zijn we voor de volgende handeling.

De schrijver Basheer (aantrekkelijk, zij het soms wat zelfingenomen gespeeld door de Indiase filmster Mammootty) heeft een aan de opvattingen van Gandhi verwante, milde, ironische kijk op elk mens dat hem tegemoet treedt, of dat nu een kleinzielige politieman is, een mede-rebel of een voor moord veroordeelde medegedetineerde en het is op die manier dat de Gopalakrishnan de personages in beeld brengt. Soms met tegenovergesteld effect. Bij het zoveelste sympathieke gezicht begin je te snakken naar een wreedaard, of een smeerlap, of, als er dan werkelijk niets anders kan, één onredelijk antwoord. Maar Basheers kracht ligt nu eenmaal in zijn welgemoed berusten in elke situatie. Hij slaagt erin zich te verplaatsten in iedereen en alles tegenover hem en wij zijn veroordeeld tot eenzelfde onthechting van persoonlijkheid en karakter.

Nu heeft hij het gemakkelijker dan de mede-gevangene die ten onrechte werd veroordeeld wegens vermeende inbraak of de klasgenoot van weleer die zijn temperament niet kan beteugelen. Immers, de bewakers zijn fans van zijn boeken, hij neemt iedereen, ook de gevaarlijkste boef, voor zich in met zijn geslaagde, filosofisch getinte volzinnen en daarbij is hij een handige ritselaar als het aankomt op extra comfort of voedsel.

We zijn vijfenzeventig vriendelijke, soms onverdragelijk traag verglijdende, minuten verder, waarin we de wereld die Basheer omringt uitgebreid meemaakten, waarin we weinig meer te weten kwamen over zijn schrijverschap dan ons al direct werd verteld en waarin ook Gandhi's beweging niet het onderwerp van Muren bleek te zijn. Pas dan gebeurt er iets dat Basheer van zijn stuk brengt. Alle politieke gevangenen worden vrijgelaten. Behalve hij. Even lijkt het of zijn geestrijke berusting om zal slaan in onvruchtbare lethargie. Hij wordt gered door de muur, want dankzij die muur wordt zijn fantasie geprikkeld. Hij hoort een vrouwestem en hij glimlacht weer zijn mysterieloze glimlach.