De vieste ratten van het labyrint

Ricochet Regie: Russell Mulcahy. Met: Denzel Washington, John Lithgow, Ice T. In: 41 theaters.

Joel Silver, de producent van Die Hard, maakte met Ricochet opnieuw een harde actiefilm, met porties geweld waar slechts doorgewinterde bioscoopbezoekers niet voor terug zullen schrikken, die tegelijkertijd een intelligent scenario paart aan maatschappijkritiek en soms zelfs satirische humor. Het verhaal werd geschreven door een wonderlijk duo: genrespecialist Fred Dekker, eerder regisseur van cinefiele griezelfilms en van Robocop 3, en onze landgenoot Menno Meyjes, die voor Steven Spielberg Alice Walkers zwarte epos The Color Purple bewerkte. Meyjes is ook de auteur van een nog niet verfilmd scenario voor Leon de Winter, de thriller Nachtwerk, waaruit een scène, waarin een politieman zich uitkleedt om een misdadiger te bewijzen dat hij niet gewapend is, in Ricochet opduikt.

Deze scène is de aanleiding tot een serie ontwikkelingen, die de zwarte politieman (Oscarwinnaar Denzel Washington) eerst dank zij de media aan een snelle maatschappelijke carrière helpt en vervolgens bijna ten val brengt. Zijn spectaculaire overmeestering van een psychopathische huurmoordenaar (John Lithgow) wordt namelijk toevallig gefilmd door een super-8-videocamera en verschijnt op alle televisieschermen. De uit het getto omhooggeklommen, ambitieuze agent brengt het mede daardoor tot assistent-officier van justitie en een mogelijke kandidaat voor het burgemeesterschap van Los Angeles of nog hoger. Al die tijd zint zijn slachtoffer in de gevangenis op wraak. Na een spectaculaire uitbraak, waarbij dertien doden vallen, besluit Lithgow tot een subtieler vergelding dan een simpele moord. Zorgvuldig begint hij bewijsmateriaal te fabriceren, dat Washington in diskrediet brengt en voor dezelfde televisiecamera's in een schandaal verwikkelt. Het blijkt niet moeilijk om een zwarte gezagsdrager, zelfs indien zijn blazoen lelieblank is, verdacht te maken: corruptie, het produceren van kinderporno, druggebruik en seksuele losbandigheid zijn nu eenmaal activiteiten die het grote publiek verwacht van een ex-gettobewoner.

Het scenario speelt handig een aantal troeven uit. De kijker identificeert zich graag met een nobele carrièremaker, die in een kafkaësk netwerk van beschuldigingen belandt en elke poging zijn onschuld te bewijzen uit handen geslagen ziet worden. De schurkenrol is weggelegd voor een blanke gewetenloze engerd, uiterlijk gelijkend op Hannibal Lecter in The Silence of the Lambs, en nog gelieerd aan een racistische organisatie ook. Lithgow speelt met verve een "man you love to hate', die wel respect afdwingt. De vieste ratten in dit labyrint zijn de televisiejournalisten, altijd bereid om hosanna of kruisigt hem te roepen. Met de affaire-Clarence Thomas in het achterhoofd hebben de makers van Ricochet meer gelijk gekregen dan ze tijdens het schrijven van de film hadden kunnen vermoeden.

De cynische draai is dat de hoofdpersoon door de machinaties van zijn tegenstrever weer precies belandt in de goot die hij al zijn leven lang probeert te ontvluchten. Volgespoten met heroïne en cocaïne wordt hij door zijn ontvoerder als dakloze zwerver achtergelaten op de binnenplaats van het paleis van justitie. En niemand wil natuurlijk geloven dat hij daar niet zelf is gaan liggen.

Op dat moment schakelt Washington zijn oude maatjes, aangevoerd door een coke-koning (gespeeld door de rapper Ice T), weer in, die de gevallen ambtsdrager helpen zich te rehabiliteren. Dat gebeurt in een wederom zeer gewelddadige en grafisch weergegeven finale, met dank aan James Cagney's optreden in White Heat: de vermaarde scène op een brandend gebouw, waarin de gangster "Look Ma! I'm on top of the world' roept. Echt nodig voor de afwikkeling van het verhaal is deze scène niet, en je kunt je afvragen waarom na het op een paal spietsen van Lithgow het hele publiek overtuigd is van Washingtons onschuld.

Aan het slot slaagt regisseur Russell Mulcahy, een barokke Australische clipmaker die wereldfaam verwierf met de mystieke rockfantasie Highlander, er nog bijna in de film om zeep te helpen. Tot dat moment is namelijk de virtuositeit van zijn effectrijke vormgeving niet echt hinderlijk; flinke hoeveelheden vuur en bloed horen nu eenmaal bij dit genre. Maar de slordige afwikkeling van de zo zorgvuldig uitgerolde verhaallijnen is schadelijker voor Ricochet dan Mulcahy's pronkzucht. Er staat veel plezier tegenover, bij voorbeeld in de nuttige toepassing van dikke boeken als Moby Dick en Oorlog en vrede, die de film ons bijbrengt.