De ontdekking van Amerika; De Vikingen waren Columbus ver voor

Vijftien jaar voor zijn landing in Amerika was Columbus op IJsland, waar hij hoorde van de Vikingreizen. De Vnlandsaga over de landingen op Newfoundland moet hem hebben geïnspireerd om zelf naar het "onbekende' land te reizen.

In 1075 werd door bisschop Adam van Bremen de "Scriptio insularum aquilonis geschreven, de beschrijving van de eilanden in het noorden. Hierin staat de geschiedenis van het aartsbisdom van Bremen en Hamburg waaronder ook de Scandinavische landen vallen. Het is de eerste schriftelijke bron waarin melding wordt gemaakt van "een eiland, genaamd Vnland, waar wijnstokken vanzelf (dat wil zeggen: in het wild) groeien'. Thans weten we dat dit eiland Amerika was.

Ook in andere oude bronnen wordt Vnland genoemd, maar de meest uitgebreide beschrijvingen van het land staan in de Saga van de Groenlanders en de Saga van Eirik de Rode. Beide zijn rond 1200 opgeschreven en doen verslag van meerdere Vnlandreizen tussen de jaren 1000 en 1015.

De aanloop voor de reizen naar Vnland was de kolonisatie van Groenland. In de zomer van het jaar 986 vertrok "Eirkur Raudi', Erik de Rode, met een vloot schepen van IJsland naar Groenland. De drie voorafgaande jaren had hij de de zuidwestkust van het land onderzocht en hij was vastbesloten het te koloniseren. Om de interesse van de IJslanders te wekken had hij het land Groenland genoemd, want "als het een goede naam had zouden de mensen er graag heen willen'.

De IJslanders zochten op Groenland een nieuw bestaan gebaseerd op veeteelt, net zoals ze op IJsland gewend waren. Goede graslanden kwamen op Groenland slechts op twee plaatsen voor. Hier werden nederzettingen gesticht: "Eystribyggd", de oostelijke nederzetting rond het huidige Julianahab, en "Vestribyggd", de westelijke nederzetting rond het huidige Godthab, ongeveer vierhonderd kilometer verder naar het noorden.

Het land was rijk was aan exclusieve exportprodukten: huiden van zeehonden, oliën, wol, ivoor van walrus en narwal, witte valken en zelfs ijsberen, het hoogste geschenk dat aan het Noorse hof aangeboden kon worden. De belangrijkste handelspartner was Noorwegen dat artikelen leverde die op Groenland niet aanwezig waren: graan, ijzer, wapens, hout en diverse luxe artikelen als linnen en wijn.

Eirik de Rode zelf vestigde zich op de boerderij Brattahlid, aan de noordkant van de oostelijke nederzetting. De leiders van Groenland, vrijwel allemaal afstammelingen van Eirik de Rode, woonden op zijn boerderij, het bestuurlijk centrum van het land.

Brattahlid was ook de uitvalsbasis om rond het jaar 1000 nog verder naar het westen te varen naar "Vnland", dat aan de oostkust van het Noordamerikaanse continent lag.

Vader achterna

Volgens de Saga van de Groenlanders was het de IJslander Bjarni Herjolfsson die als eerste aan de Noordamerikaanse kust terechtkwam. In de winter van 985-86 was hij in Noorwegen, om in de daarop volgende zomer met een met vracht volgeladen schip naar zijn vader op IJsland terug te keren. Daar aangekomen hoorde hij echter dat deze samen met Eirik de Rode naar Groenland was vertrokken.

Bjarni besloot zijn vader achterna te reizen, maar tijdens de overtocht raakte hij door slecht weer uit koers. Hij kwam terecht bij een land met lage heuvels en bossen, maar dit was niet zoals Groenland aan hem beschreven was. Hierop voer hij eerst noordwaarts en vervolgens naar het noordoosten. Tijdens deze tocht kwam hij nog twee maal land tegen, maar deze landen voldeden evenmin aan de beschrijving van Groenland. Tenslotte kwam hij aan bij zijn vader in Eystribyggd, de oostelijke nederzetting op Groenland, waar hij vertelde over de nieuwe landen die hij op zijn tocht had gezien.

Omdat de kolonisatie van Groenland op dat moment alle aandacht opeiste zou het nog vijftien jaar duren voordat er expedities naar de door Bjarni waargenomen landen werden georganiseerd. De leider van de eerste van de vijf expedities, die tussen 1000 en 1015 moeten hebben plaatsgevonden, was Leif Eirikson, een van de zonen van Eirik de Rode.

Platte stenen

Na zijn vertrek van Brattahlid volgde Leif de route van Bjarni in tegenovergestelde richting. Het eerste land dat de expeditie tegenkwam had weinig te bieden. Het was bergachtig, bedekt met gletsjers en nauwelijks begroeid. Leif gaf het de naam "Helluland" (Land van platte stenen), naar de vorm van de stenen langs de kust. Vervolgens kwam de expeditie bij een kust met lange witte stranden, vlak land en uitgestrekte bossen, maar ook dit land was niet geschikt voor een op veeteelt gebaseerd bestaan. Dit land kreeg de naam "Markland" (Bosland).

Uiteindelijk kwam de groep terecht bij een kust die zeer goede mogelijkheden tot kolonisatie leek te bezitten: goede graslanden met dauw die "zoet smaakte", visrijke rivieren en wilde druiven. Aan de vondst van deze druiven dankte het land zijn naam: "Vnland' (Wijnland). De expeditie overwinterde op "Leifsbudir', een tijdelijk ingericht kamp, en de zomer daarop keerde de groep met gunstige berichten terug naar Groenland.

Een jaar na de terugkomst van de eerste expeditie vertrok Thorvald Eirikson, een broer van Leif, naar Vnland om de opgedane kennis verder te vergroten. Volgens de inmiddels bekende route kwamen Thorvald en zijn mannen weer aan op Leifsbudir, waar de groep drie winters doorbracht.

Niet bekend

De groep bleef nog een winter op Leifsbudir en keerde de zomer daarop zonder het lichaam van Thorvald terug naar Groenland. Hij werd begraven op Markland.

Een jaar later vertrok Thorstein Eirikson om het lichaam van zijn broer Thorvald terug te halen naar Brattahlid, de boerderij van hun vader in Groenland. Door slecht weer en storm kwam hij echter niet verder dan de westelijke nederzetting op Groenland, waar hij ziek werd en stierf.

Goederen geruild

De zomer daarop begon de reis van de IJslander Thorfinnur Karlsefni. Hij wilde zich met een groep van zestig mannen, vijf vrouwen en het benodigde vee permanent in Vnland vestigen. De groep kwam behouden op Leifsbudir aan, waar weer overwinterd werd. Tijdens hun verblijf beviel de vrouw van Karlsefni van het eerste in Amerika geboren Europese kind.

In het eerste jaar werden goederen geruild met de indianen, waarbij zich nog geen moeilijkheden voordeden. De volgende zomer leek zich een tweede vredig contact voor te doen, maar nadat een van de indianen betrapt was bij een poging wapens te stelen ontstond een gevecht. Niet lang daarna volgde een tweede gevecht. Naar aanleiding van deze confrontaties besloot de groep de kolonisatiepoging op te geven en de volgende zomer terug te keren naar Groenland.

De vijfde en laatste reis die in de "Saga van de Groenlanders' wordt vermeld, was ook weinig fortuinlijk. Ditmaal niet door moeilijkheden met de indianen maar door het verraderlijk handelen van Freydis, een dochter van Eirik de Rode. Eenmaal op Vnland aangekomen was zij de aanstichtster van een aantal ruzies en moordpartijen, waardoor de groep na slechts een winter op Leifsbudir naar Groenland terugkeerde.

In tegenstelling tot de vijf reizen in de Saga van de Groenlanders vermeldt de "Saga van Eirik de Rode' slechts twee Vnlandreizen. Volgens deze saga werd Vnland door Leif Eirikson ontdekt en op dezelfde reis onderzocht. De eerste waarnemingen van Bjarni worden niet genoemd. De tweede en laatste expeditie werd georganiseerd door Karlsefni, die op zijn reis vergezeld werd door Thorvald. Karlsefni kreeg ook de eer voor de ontdekking van Helluland en Markland, terwijl de reizen van Thorstein en Freydis in deze saga niet worden genoemd. De Saga van Eirik de Rode spitst zich toe op Karlsefni, omdat de schrijver ervan, de IJslander Hauk Erlendsson, er aanspraak op maakt van hem af te stammen.

Ervaren zeevaarders

Niet bekend

In de jaren zestig werden bij L'Anse aux Meadows, op de noordelijke punt van Newfoundland, de resten van een nederzetting opgegraven. Deze nederzetting is met zekerheid door vikingen gebouwd en gebruikt. De acht gebouwen in de nederzetting hadden elk een eigen functie: drie woonhuizen, twee werkplaatsen, een werk- en slaapruimte, een smederij en een opslagruimte. De muren van de gebouwen waren opgetrokken uit graszoden en de grondpatronen van de woonhuizen lijken sterk op dat van het Oud-IJslands huis met de traditionele "skal" (lange hal) uit het begin van de elfde eeuw. De persoonlijke bezittingen die teruggevonden werden, een bronzen speld, een benen naald, een naaldekoker en een spoel die gebruikt werd bij het spinnen, zijn afkomstig van vikingen en kunnen in dezelfde periode gedateerd worden.

IJzerslakken

Bij de smederij werden ijzerslakken teruggevonden, zodat er in de nederzetting ijzer geproduceerd moet zijn. Gezien de vele resten van houtbewerking en ijzeren klinknagels bij twee van de woonhuizen moeten er ook scheepsreparaties hebben plaatsgevonden. De afvalhopen waren klein en laag en rond de nederzetting zijn geen graven teruggevonden. Algemeen wordt dan ook aanvaard dat de nederzetting maar kort bewoond is geweest, waarschijnlijk slechts voor enkele jaren.

Dit alles wijst erop dat de op de noordpunt van Newfoundland teruggevonden nederzetting Leifsbudir was, het tijdelijk kamp dat door Leif Eirikson werd opgezet. 's Winters konden de bewoners zich in de nederzetting terugtrekken om van de zomerse onderzoekstochten uit te rusten en om de benodigde reparaties aan de schepen uit te voeren. Zo'n basisstation had als voordeel dat niet elk jaar naar Groenland teruggekeerd hoefde te worden. Dat bespaarde aanzienlijk tijd in het toch al korte seizoen dat er gevaren kon worden.

Vnland lag waarschijnlijk verder naar het zuiden. Tegenwoordig komen de wilde druiven waaraan het land zijn naam ontleende, niet boven 45 graden noorderbreedte voor. Ten tijde van de Vnlandreizen moet deze grens echter, als gevolg van de gunstiger klimatologische omstandigheden, verder noordelijk hebben gelegen. Vanaf Newfoundland, op 50 graden noorderbreedte, was het dan niet ver meer naar Vnland. Door het ontbreken van archeologische vondsten is de precieze locatie van het land echter niet met zekerheid vast te stellen.

De archeologische vondsten op Newfoundland bewijzen dat de vikingen in de eerste helft van de elfde eeuw aan de oostkust van Amerika zijn geweest. De saga's doen verslag van de expedities van de vikingen en waren belangrijk genoeg om later te worden opgeschreven. Gezien de correcte beschrijving van de kusten van Baffin Island en Labrador in de saga's hoeft dan ook, ondanks de onbekende locatie, niet getwijfeld te worden aan het bestaan van Vnland.

Als Columbus tijdens zijn verblijf op IJsland in 1477 van deze saga's hoorde, dan moeten die hem sterke aanwijzingen hebben gegeven voor het bestaan van land aan de overkant van de oceaan. Volgens de saga's had dat land inwoners met een niet-Europees uiterlijk. Wellicht dat Columbus daarom dacht dat hij een kortere route naar Indië zou vinden.