De dood van een groot journalist-in-wording

Een aardige jongen met verkeerde sandalen aan, met een nogal expliciete benadering van de vrouwelijke medemens en de gewoonte om zich lang niet elke dag te wassen, maar ook met het vaste voornemen een groot journalist te worden. Dat was Christian Würtenberg (27), wiens lijk gisteren bij de Kroatische stad Osijek is gevonden, mishandeld en daarna gewurgd en dat alles vreemd genoeg in een Kroatisch uniform. Ik ben de tel kwijt van de journalisten die tot nu toe in de Joegoslavische burgeroorlog om het leven zijn gekomen, maar misschien is hij de 23ste, en voor zover ik weet de negende niet-Joegoslaaf, afgezien van de twee Sovjet-journalisten die al maanden spoorloos verdwenen zijn.

Christian begon nog maar net, zo'n gevaarlijke opdracht is een kans voor iemand die in de journalistiek wil beginnen en hij was erin geslaagd een werkopdracht los te peuteren van het Zwitserse persagentschap, hij was zelf trouwens Zwitser. Toen ik hem de laatste keer ontmoette, een maand geleden ongeveer in Zagreb, was hij een beetje veranderd ten opzichte van onze eerste ontmoeting in de zomermaanden, toen de avonden loom waren en de terrasjes van Zagreb, na een bezoek aan het front, aangename ontspanning boden. De orgie van geweld en dood, die de Joegoslavische burgeroorlog is, had hem geestelijk meer in de greep gekregen en hij praatte met een zekere verbetenheid over wat hij zoal gezien had.

Dat hij een Kroatisch uniform heeft aangetrokken, valt hem natuurlijk als journalistiek-onethisch te verwijten, maar zo heel bijzonder is dat niet: die eis wordt wel meer gesteld door Kroatische militairen, als je hun voorste posten aan het front wilt bekijken. Dat Christian dat uniform droeg, omdat hij zich als vrijwilliger bij de Kroaten had aangesloten, lijkt me onwaarschijnlijk maar is ook niet geheel uitgesloten: de fascinatie van geweld en dood kan heel sterk zijn, sterker dan het kritisch vermogen van een beginnend of ook een ervaren journalist. Er is zelfs een stringer van de Spaanse krant La Vanguardia, die nu bij Osijek een rol als commandant speelt en inmiddels trouwens door zijn keurige krant is geschorst.

We hoeven over Christians dood niet huilerig te doen. Hij was, zoals de meeste journalisten in Joegoslavië, een vrijwilliger en hij heeft kennelijk bewust meer dan normale risico's genomen. Het belang van dit alles ligt in de vaststelling dat er in Joegoslavië steeds vreemder dingen gebeuren. Want het zou prettig zijn om te kunnen zeggen dat Christians onervarenheid hem in moeilijkheden gebracht heeft, maar zo ligt het niet. Zijn Zwitserse collega bijvoorbeeld, die in september bij klaarlichte dag met zijn auto over een op de weg liggende landmijn in Petrinja zou zijn gereden, was helemaal niet onervaren. En dat waren ook niet de, voor zover mij bekend, tot nu toe twee Nederlandse journalisten die hun leven zozeer bedreigd achtten dat ze in de afgelopen maanden Zagreb hebben verlaten.

Joegoslavië wordt steeds meer het rijk van het absurde, en helaas helemaal niet alleen voor journalisten. De wonderlijke raketaanval op de helikopter van de EG-waarnemers deze week was slechts het hoogtepunt in een lange reeks van incidenten en bijna ongelukken rondom hen, waarvan de precieze toedracht meestal niet viel na te gaan. Dat geldt ook voor de meeste slachtpartijen in al die dorpjes waar stapels zwaar toegetakelde lijken liggen. Zowel in Belgrado als in Zagreb gonst het van de geruchten over machtsstrijd en intriges in het eigen kamp, over nachtelijke arrestaties en moorden op leden van de andere, of ook de eigen partij. Joegoslavië, of hoe men het geheel van republiekjes nu wil noemen, wordt inderdaad steeds meer tot een onoverzichtelijk en onbegrijpelijk Libanon van Europa, en een hel voor wie er moet leven.

En daarin ligt ook de eigenlijke fascinatie, voor Christian en voor andere journalisten die er werken. Het zijn niet alleen dood en geweld op zichzelf, want dan zou je in Bern of Amsterdam net zo goed verlekkerd naar het lijkenhuis kunnen gaan, en dat doet niemand. Nee, het is dat dit alles gebeurt in een context, waarin naoorlogse generaties Europeanen zich dat eigenlijk niet kunnen voorstellen: in een Europees land, een Balkan-land weliswaar maar toch ook zeer verwesterst, en onder algemene onverschilligheid.