Cyanidevergiftiging bij brand door inademen van rook

Bij brand vormt cyanide-gas een ernstige bedreiging voor de gezondheid.

Dat blijkt uit een Frans onderzoek naar deze stof in het bloed bij 109 slachtoffers van een grote brand. Bij degenen die de brand niet overleefden bleek in driekwart van de gevallen een hoge tot zeer hoge concentratie cyaniden in het bloed voor te komen. Het bestrijden van deze cyanide-vergiftiging zou levensreddend kunnen zijn (New England Journal of Medicine, 19 december 1991).

Het belangrijkste gevaar van een brand vormt niet zozeer verstikking of verbranding, alswel de vergiftiging door rook. Rook bestaat voor het grootste deel uit kooldioxide en koolmonoxide, maar daarnaast kunnen er ook allerlei giftige gassen in voor komen. Zo komt bij het verbranden van het interieur van een woning cyaanwaterstof (blauwzuurgas) vrij. Meubelen bevatten allerlei stikstof houdende plastics, zoals het polyurethaanschuim van de kussens en het acryl van de bekleding. Bij brand ontstaan daaruit cyaanwaterstof en verwante cyaniden. Overigens kunnen deze stoffen ook voortkomen uit natuurlijke materialen, zoals wol en zijde, want ook daarin zit stikstof.

Cyaniden zijn zeer giftig, omdat ze de enzymen voor de cellulaire ademhaling blokkeren. Overigens zijn cyaniden zeer vluchtig. Het effect is daarom voorbijgaand en na opname in het lichaam zijn cyaniden maar kortdurend in het bloed aanwezig. Daardoor was het tot nog toe onduidelijk in hoeverre deze stof bijdraagt aan de sterfte vanwege een brand. De Franse onderzoekers hebben nu op de plek van de brand zelve metingen verricht. Bij de 43 dodelijke slachtoffers bleken hoge tot zeer hoge concentraties cyanide in het bloed voor te komen: bij 22 meer dan 100 micromol per liter bloed en bij 16 meer dan 40 micromol per liter. De resterende 5 slachtoffers overleden aan ernstige brandwonden. Slechts drie mensen met een concentratie van 100 micromol per liter overleefden de brand. In een controlegroep kwam de concentratie niet boven de 10 micromol per liter uit. Die controlegroep bestond uit patiënten die een geneesmiddelen-vergiftiging, een koolmonoxide-vergiftiging of een ernstig ongeluk hadden doorgemaakt.

Naar aanleiding van deze bevindingen zijn de Franse artsen er toe over gegaan om bij slachtoffers van rook naast zuivere zuurstof tegen een eventuele koolmonoxide-vergiftiging ook een antigif tegen cyanide toe te dienen. Zij geven daarbij de voorkeur aan hydroxocobalamine. Samen met cyaniden ontstaat er dan cyanocobalamine en dat is hetzelfde als vitamine B12. Het voordeel van deze therapie is dat deze ook bij een hoge dosering weinig bijwerkingen geeft. Overigens bevat de normale handelsverpakking van hydroxocobalamine die gebruikt wordt als een patiënt een tekort aan vitamine B12 heeft, een veel te lage dosering van deze stof. Er zullen dus voor het toedienen van hydroxocobalamine bij slachtoffers van brand aparte preparaten op de markt moeten worden gebracht.