Bulgarije; Bulgaren kiezen voor Zjelev

Als de voortekenen - dat wil zeggen: als de opiniepeilingen - niet bedriegen, kiezen de Bulgaren zondag Zjeljoe Zjelev met grote meerderheid als president. Volgens de peilingen is zestig tot zeventig procent van de kiezers van plan zondag op Zjelev en zijn kandidaat voor het vice-presidentschap, Blaga Dimitrova, te stemmen - hoewel ze de keus hebben uit liefst 21 kandidaten voor de hoogste functie in de staat.

Zjelev is dankzij een afspraak tussen de ex-communisten en de nu regerende Unie van Democratische Krachten (SDS) al president sinds augustus 1990. Een van de redenen waarom hij vrijwel niemand als serieuze concurrent hoeft te vrezen is de crisis binnen de BSP, de (ex-communistische) Bulgaarse Socialistische Partij, die zich op een recent congres, de naamsverandering en alle mooie beloften ten spijt, weer tamelijk onomwonden tot het vroegere communistische gedachtengoed heeft bekeerd: de BSP koos wel een nieuwe, jonge leider, de pas 32-jarige econoom Ivan Videnov, maar verdreef en passant wel de belangrijkste partijhervormers uit haar leiding: juist de kopstukken die de partij een nieuw en modern imago zouden kunnen verschaffen, oud-premier Andrej Loekanov voorop, keerden niet in het BSP-bestuur terug en gezien de interne verdeeldheid zag de BSP er vervolgens ook maar van af een eigen kandidaat voor het presidentschap op te stellen.

Een belangrijker reden nog voor Zjelevs populariteit is gelegen in zijn eigen optreden tijdens de afgelopen anderhalf jaar. De Oosteuropese presidenten kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën. Aan de ene kant zijn er de politici, die zich, veelal met veel directe macht bekleed, op korte afstand tot het politieke toneel bevinden en er hun partijtje meeblazen: Lech Walesa van Polen, Ion Iliescu van Roemenië en Ramiz Alia van Albanië - drie controversiële leiders van wie er twee direct uit de communistische nomenklatoera stammen. De andere categorie bestaat uit niet-politici, die veel duidelijker boven de partijen staan, veelal met minder directe politieke macht zijn bekleed en hun rol vooral zien als een soort morele waakhond van de samenleving: de schrijver Václav Havel van Tsjechoslowakije, de schrijver Árpad Göncz van Hongarije - en de filosoof Zjeljoe Zjelev van Bulgarije. Zjelev heeft zich in het recente verleden overigens een aantal keren bitter beklaagd over zijn beperkte directe macht: hij is opperbevelhebber van de strijdkrachten en kan wetten met een veto tegenhouden, maar dat vetorecht is maar beperkt.

Niettemin, de president is veruit de populairste politieke leider van Bulgarije. Hij is wellicht niet briljant, zegt men in Bulgarije, maar hij is eerlijk, hij staat werkelijk boven de partijen en hij heeft een morele stem van gewicht.

Dat kan niet van alle kandidaten worden gezegd die zondag tegen Zjelev in het krijt treden. Onder hen zijn oud-premier Dimitar Popov, Ginjo Ganev, de oud-vice-voorzitter van het parlement, en Blagovest Sendov, de partijloze voorzitter van de Academie van Wetenschappen, maar ook lieden als Velko Valkanov en zijn kandidaat voor het vice-presidentschap, Roemen Vodenitsjarov. Valkanov is een SDS'er die zich ooit lang voor de mensenrechten heeft ingespannen, maar tegenwoordig vooral de aandacht trekt door felle aanvallen op de Turkse minderheid en die wil dat de Turken weer net als in de goede oude tijd van het communisme verplicht Bulgaarse namen aannemen. Valkanov wordt gesteund door de BSP, want die is op zoek naar aanhang een aardig partijtje gaan meeblazen in het populistisch nationalisme, en bovendien heeft Valkanov óók beloofd als president een veto uit te spreken over de onlangs in het parlement aangenomen wet die voorziet in de onteigening van de ex-communistische partij.

Verreweg de meeste kandidaten bij de verkiezingen van zondag zijn het grote publiek onbekend, en hun programma's bieden ook weinig houvast: iedereen is voor de integratie in Europa, democratie en de vrije markt. Het programma van het duo Zjelev-Dimitrova wijkt daar niet wezenlijk van af, maar zij zijn tenminste bekend en hebben een record.

Hoeveel Bulgaren zondag gaan stemmen is nog een open vraag: net als overal in Oost-Europa eisen de economische offers hun tol. De Bulgaren zijn moe van het geleuter in het parlement en de kranten, ze zijn gedesillusioneerd over de politiek en ze hebben er ook geen tijd voor. De levensstandaard is gekelderd en zeventig procent van de Bulgaren leeft op de rand van of onder het sociale minimum, de prijzen zijn in een jaar vervijfvoudigd, 400.000 mensen zijn werkloos.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie is in één klap een eind gekomen aan de laatste energieleveranties, want de nieuwe onafhankelijke Oekraïne weigert Bulgarije kolen, olie en gas te leveren: ze heeft die zelf nodig, en dat de Bulgaren voor de leveranties al hebben betaald - aan Moskou, toen nog het centrum van de inmiddels opgeheven Sovjet-Unie - is voor Kiev geen argument. En dus zitten de Bulgaren massaal in de kou, hopend dat de winter zo zacht blijft als tot nutoe. Tegen die achtergrond is het opkomstpercentage zondag wellicht een belangrijker graadmeter voor de stemming in het land dan het percentage van de kiezers dat Zjeljoe Zjelev gaat kiezen.