Amsterdamse sopraan achter op podium van Concertgebouw weggemoffeld; Margiono imponeert met Beethoven

Concert: Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt m.m.v. Charlotte Margiono, sopraan en Marja Bon, piano. Programma: J. Haydn: symfonie nr 93; W.A. Mozart: scène en rondo Ch'io mi scordi te KV 505; L. v. Beethoven: scène en aria Ah! perfido op 65; F. Schubert: Tweede symfonie. Gehoord: 8/1 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 9/1. Radio-uitz.: 15/1 Avro Radio 4.

Hoezeer een concert er ook op is gericht het oor van de luisteraar te beroeren, de visuele presentatie speelt toch ook een hoofdrol. En wat dat betreft was het treurig gesteld, bij een van de zeldzame optredens van sopraan Charlotte Margiono in het Amsterdamse Concertgebouw. Dirigent Nikolaus Harnoncourt plaatste de soliste achterop het podium, vlak voor de blazers. En bovendien was ze voornamelijk gekleed in zwart, een prima schutkleur temidden van het Concertgebouworkest. Margiono leek een ster die niet mocht stralen.

In haar eerste stuk, een scène en rondo van Mozart, had de niet al te volumineuze stem van de bijna onzichtbare Margiono het niet alleen moeilijk in de balans met het orkest, maar werd ze ook nog bijna weggespeeld door pianiste Marja Bon, die haar obligaat-partij speelde op een enorme Steinway-vleugel, waarvan de klep zelfs helemaal was verwijderd. Hier was een authentieke forte-piano op zijn plaats geweest.

En verder: zó gaat men ook in de eigen stad natuurlijk niet om met een grote soliste, zelfs al is ze zo ongecompliceerd, bescheiden en sympathiek als de Amsterdamse Charlotte Margiono, die nu voornamelijk in het buitenland enorme furore maakt. Een sopraan die na het korte Mozart-stuk bijna een kwartier indruk moet maken met de concertaria Ah! perfido van Beethoven, moet men niet wegmoffelen maar haar afwisseling van woede en berusting laten beleven op de rand van het podium, tussen het orkest en haar publiek.

In Mozart was de overtuigingskracht van Margiono nu minimaal. Die stem, met de combinatie van dramatische donkerte en zuivere hoogte, is prachtig, maar ze moest wel erg veel in de partituur kijken en de door Harnoncourt gehanteerde langzame tempi leken niet altijd ideaal. Maar in Beethoven was dat allemaal veel beter. Margiono imponeerde na het geëngageerd uitgevoerde recitatief vooral langdurig met het in de spanning weloverwogen en wat stemgebruik heel briljant uitgevoerde eerste deel van de aria: Per pietà, non dirmi addio. De bijval van het Amsterdamse publiek was langdurig en bijzonder hartelijk.

Deze Beethoven klonk bijna als Mozart en dat was ook de crux van het door Harnoncourt zorgvuldig samengestelde programma met muziek van Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert uit de gloriejaren van het Weense classicisme: 1786 tot 1815. Haydn en Mozart hadden voor elkaar een enorme waardering, Beethoven had voor hen tweeën een diepgevoeld ontzag, voor de jonge Schubert was Beethoven weer een reus.

Harnoncourt maakte dat duidelijk in zijn keus èn in zijn terugblikkende manier van uitvoeren. De wereldpremière van Haydns Londense symfonie nr 93 - een wonder van onderhoudende inventiviteit - ging nu bijna tweehonderd jaar geleden. De opening - met die verwijzing naar het Stenen Gast-motief uit Don Giovanni klonk als Haydns hommage aan de toen net overleden Mozart.

Ah! perfido was voor Beethoven in zijn leertijd bij Salieri een stijloefening: een schema van Haydn, maar voor de vocale expressie was Mozart het voorbeeld, zo betoogden Margiono en Harnoncourt. En de Tweede symfonie van de 17 en 18 jaar jonge Schubert dateert uit de tijd dat Beethoven al zijn Achtste symfonie had geschreven. Harnoncourt liet dat ook met verve horen: véél meer Beethoven dan Schubert.