Als de Afrikaanse muziek losbarst worden revolutionairen even popsterren; ANC viert lange, hete verjaarspartij; Nelson Mandela's dansen doet aan Elvis Presley denken

BLOEMFONTEIN, 9 JAN. Aan het slot van een lange, hete verjaarspartij van het tachtigjarige Afrikaanse Nationale Congres slaat de vonk dan toch over. Anderhalf uur heeft het jonge publiek in het stadion in Bloemfontein weinig geboeid de toespraak van Nelson Mandela aangehoord. Men praat, loopt rond, koopt blikjes cola, of rookt een joint.

Maar als de Afrikaanse muziekband losbarst, worden oude revolutionairen voor even moderne popsterren. Nelson Mandela heeft gewaagde heupbewegingen in huis, die aan Elvis Presley doen denken. De grijze communist Joe Slovo swingt wild in het rond. Vice-president Walter Sisulu maakt machtige armbewegingen. De 25.000 vooral jonge ANC'ers kunnen het volgen op een groot videoscherm. Ze houden niet op te juichen.

Het ANC bestond gisteren tachtig jaar en maakte met zo veel jeugd een vitale indruk. De toon van de manifestatie in het rugby-stadion, normaal het exclusieve domein van blanke sportcultuur, was die van zelfvertrouwen. Want de oudste bevrijdingsbeweging van het Afrikaanse continent staat na decennia van onderdrukking en vervolging op de drempel van regeringsverantwoordelijkheid.

In 1912 richtte Pixley Seme met drie collega-advocaten in Bloemfontein het South African Native Congress op, dat zeven jaar later de naam African National Congres aannam. Het was een reactie op de oprichting van de Unie van Zuid-Afrika, een overeenkomst tussen de Britse regering en de Kaapprovincie, Oranjevrijstaat, Transvaal en Natal. De zwarte meerderheid werd buiten gehouden en kreeg geen stemrecht.

Het ideaal van de oprichters is nu dichter bij dan ooit. Het ANC begon twee weken geleden met de regering en zeventien andere partijen en groeperingen aan de onderhandelingen over een nieuwe, non-raciale grondwet voor Zuid-Afrika met stemrecht voor iedereen. De toespraak van Mandela ging vooral daarover. Na Mandela's gebruikelijke (Cuba, het Palestijnse volk) en ongebruikelijke (het Gemenebest van Onafhankelijke Staten) steunbetuigingen wees de ANC-voorzitter de voorstellen van de regerende Nationale Partij voor een langdurige interim-regering als vertragingstactiek van de hand. Het ANC wil nog in de eerste helft van dit jaar een overgangsregering, die vooral toezicht houdt op leger en politie, de media, de staatsfinanciën en de verkiezingen. En in december van dit jaar wil het ANC de eerste, vrije verkiezingen voor iedereen in Zuid-Afrika voor een grondwetgevende vergadering.

De onderhandelingstafel is de laatste in een rij strategieën die het ANC in zijn tachtigjarig bestaan heeft toegepast om de apartheid te bestrijden. Bijna vijftig jaar lang overheerste het door Gandhi geïnspireerde lijdzame verzet en de burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar het verbranden van pasjes en het wegblijven van het werk in de jaren vijftig waren nauwelijks een bedreiging voor het machtige staatsapparaat dat het Afrikaner nationalisme zich had geschapen.

Aan het eind van de jaren vijftig kwam de leiding van het ANC tot de conclusie dat de weg van geweldloosheid niet tot een non-raciaal, democratisch Zuid-Afrika zou leiden. Het pricipe van de gewapende strijd werd aanvaard, uit te voeren door de militaire vleugel Umkontho we Siszwe (Speer van de Natie). Dat moest vanuit het buitenland gebeuren, want het Verwoerd-regime had het ANC vrijwel weggevaagd. De organisatie was verboden en haar belangrijkste leiders (Mandela, Sisulu en Mbeki) waren tot levenslang veroordeeld.

De verheerlijking van Umkontho op ANC-bijeenkomsten ten spijt - als militaire guerrilla-organisatie heeft het ANC nooit veel voorgesteld. Het gewapende verzet bleef beperkt tot sabotagedaden tegen overheidsgebouwen in de vorm van bom- en granaatexplosies. Pretoria wankelde niet. Het blanke minderheidsbewind gebruikte de verzetsdaden om het ANC af te schilderen als een door Moskou gesteunde terroristische organisatie.

De meest effectieve strategie was die van de diplomatie. Vanuit toevluchtsoorden als Lusaka en Londen wist het ANC de groeiende internationale afkeer van de apartheid om te zetten in een isolement van Zuid-Afrika. Sport- en culturele boycots en wereldwijde economische sancties zetten de regerende Nationale Partij steeds meer onder druk. Met elke nieuwe veroordeling van de apartheid groeide de paria-status van Zuid-Afrika in de internationale gemeenschap. Hoewel veel landen na de hervormingen van president De Klerk hun houding tegenover het land hebben versoepeld, blijft het ANC gedeeltelijk vasthouden aan haar meest succesvolle wapen in de tachtigjarige strijd. Pas wanneer een interim-regering met deelneming van het ANC, in Zuid-Afrika aan de macht is, zal de beweging instemmen met het opheffen van alle economische en financiële sancties.

Door het verbod op de organisatie en de statuur van zijn leiderschap in detentie groeide het ANC binnenslands uit tot bijna mythische proporties. Hoe groter de onderdrukking en het geweld (Soweto '76, de opstand in het midden van de jaren tachtig), hoe luider het 'Viva ANC'. Als ondergrondse beweging werd het ANC populairder dan het bovengronds ooit was geweest. Met een ledental van ongeveer 700.000 en de voorspelde ruime winst in de opiniepeilingen kan de beweging zich de belangrijkste vertegenwoordiger van de zwarte meerderheid noemen.

De mythe van Nelson Mandela speelde het ANC in de eerste tijd na de "ontbanning' op 2 februari 1990 parten. De beweging leidde aan een Verlosserstrauma. “Er gebeurde heel weinig, we wachtten eigenlijk op wat Nelson Mandela zou doen”, zegt een invloedrijke ANC'er. Pas toen de verhoudingen tussen de “binnenlandse” en “buitenlandse” activisten wat duidelijker werden, kon de beweging zich wijden aan de formulering van beleid en het opzetten van een organisatie, die nog steeds niet uitblinkt in doelmatigheid.

Na de benoeming van de ervaren vakbondsleider Cyril Ramaphosa tot secretaris-generaal in juli vorig jaar, kwam er enige stroomlijning in de vrolijke chaos die het ANC-hoofdkwartier in Johannesburg is. In het buitenland - vooral het voormalige Oostblok - geschoolde comrades werken er in departementen aan plannen die de beweging straks als regeringspartij wil omzetten in beleid. Maar nog steeds zijn de ANC'ers veelal in vergadering bijeen en klagen Westerse diplomaten over niet nagekomen afspraken.

Het ANC is met opzet nog geen politieke partij, maar een brede "beweging' die zowel trouwe Stalinisten als ouderwetse sociaal-democraten en verlichte dominees onderdak biedt. Daarmee maakt het zich zo sterk mogelijk in de onderhandelingen over een nieuwe grondwet, maar kiest het tegelijk voor een onduidelijk profiel. Nelson Mandela ondervond tijdens zijn recente bezoek aan de Verenigde Staten keer op keer onbegrip over en kritiek op de hechte alliantie tussen het ANC en de Zuidafrikaanse Communistische Partij, die sterk is vertegenwoordigd in het bestuur, het Nationaal Uitvoerend Comité. Binnenslands is het een van de verklaringen voor de geringe aantrekkingskracht die het ANC uitoefent op het niet-zwarte electoraat.

Deze onduidelijkheid schaadt het ANC vooral op economisch terrein. De eerste beleidsstukken spreken van een gemengde economie op sociaal-democratische grondslag. Kopstukken van de beweging, onder wie Mandela zelf, jagen investeerders meer dan eens schrik aan met het dreigement van nationalisaties. Nog steeds is de grondslag voor het ANC-denken het bijna sacrosancte Freedom Charter uit 1955. Onder invloed van de communisten werd daarin toen opgenomen dat “de rijkdom aan mineralen onder de grond, de banken en de monopolieindustrieën als eigendom zullen worden overgedragen aan het gehele volk”. Sinds 1955 zijn er internationaal wat ervaringen opgedaan met nationalisaties, maar wat het ANC daar in 1992 mee aan wil, blijft in het vage.

In de feestweek rondom het tachtigjarige bestaan zal dat veel aanhangers voorlopig een zorg zijn. De onderhandelingen zijn begonnen, Nelson Mandela profileert zich zonder schroom als toekomstig leider van Zuid-Afrika en de eerste ANC-ministers komen eraan. Het ANC, voor veel blanken jarenlang het georganiseerde swart gevaar, speelt nu een hoofdrol op het Zuidafrikaanse politieke toneel.