Wolfson: lagere uitkering geen goede aanpak

DEN HAAG, 8 JAN. Vergroting van de arbeidsparticipatie moet niet gebeuren door het verlagen van uitkeringen, maar via positieve prikkels, bijvoorbeeld door het stimuleren van scholing en het scheppen van werkervaringsplaatsen.

Deze opvatting staat centraal in het rapport-Wolfson, dat de PvdA de weg moet wijzen naar een nieuwe verzorgingsstaat.

Het rapport legt grote nadruk op een evenwicht tussen maatschappelijke rechten en plichten. Niet alleen mensen met een uitkering, maar ook werkgevers en overheid moeten veel meer doen om de arbeidsparticipatie te bevorderen. Waar de nadruk nu vooral ligt op het opvangen van inkomensgevolgen bij werkloosheid en ziekte, moet in de toekomst veel meer geld worden uitgetrokken voor de rentegratie van mensen in het arbeidsproces.

Introductie van een ministelsel als stimulans om mensen weer aan het werk te krijgen, heeft volgens het rapport-Wolfson meer nadelen dan voordelen. In dit stelsel blijft de rol van de overheid beperkt tot een vangnetfunctie met minimumuitkeringen. De commissie wijst erop dat rond tachtig procent van de uitkeringen al op een minimumniveau zit.

In een mini-stelsel moeten burgers die bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid een hogere uitkering willen dan het minimum daarvoor zelf of via hun bedrijf een verzekering afsluiten. Volgens de Amsterdamse hoogleraar economie en commissielid R. van der Ploeg zullen de totale premiekosten voor de gemiddelde werknemer in een mini-stelsel niet dalen. Van een daling van de loonkosten, die de werkgelegenheid zou stimuleren, zou dus geen sprake zijn.

Particulier bijverzekeren kan bovendien grote verschillen in risico's met zich meebrengen. Er kan een afwenteling op de lonen plaatsvinden, waardoor loonkosten in sommige sectoren sterk zullen stijgen. Voorts zal een deel van de werknemers zich niet verzekeren. VVD en CDA hebben zich eerder wèl voorstander getoond van een mini-stelsel. Het zal volgens deze partijen de collectieve lasten drukken en de keuzevrijheid van de werknemers vergroten.

Als de uitkeringen voor WAO, WW en de Ziektewet worden beperkt tot het sociale minimum zou dat 8 miljard opleveren (met de drie uitkeringen was vorig jaar circa 43 miljard gulden gemoeid). De commissie-Wolfson vindt dit bedrag te gering om zo'n rigoureuze ingreep te rechtvaardigen, ook omdat die ingreep ten koste zou gaan van de onderlinge solidariteit.

Andere uitkeringen, zoals de bijstand en de AOW, bevinden zich nu al op een minimumniveau. De totale sociale zekerheid kostte vorig jaar 139 miljard gulden.