Veiligheid

Het is half vijf in de ochtend. Mijn gastheer rijdt me naar de bus, die me naar het vliegveld aan de andere kant van de stad zal brengen en dan maar hopen dat ik het toestel van half acht haal. Tijden zeggen wat over afstanden. Afstanden zeggen wat over de hoeveelheid mensen die op dezelfde kluit willen wonen. Pas over een uur wordt de duisternis verjaagd.

Bij de halte verzamelen zich nog drie mensen. Ze kijken slaperig en zijn tegelijk op hun hoede: je weet nooit wie uit de duisternis tevoorschijn schiet. Als enige tekens van menselijke aanwezigheid accentueren straatlantaarns en lichtreclames hoe breed en leeg Ventura Boulevard is.

Een minuut voor de komst van de bus daagt een lange, magere vrouw op met twee honden: links een Doberman, rechts een Deense dog. Ze reiken tot over de heup van de jonge vrouw.

De bus is op tijd. Ventura Boulevard is de laatste halte tot het vliegveld. Zodra we zijn ingestapt, vergrendelt de chauffeur de deuren. De jonge vrouw blijft buiten. De honden wachten geduldig. De chauffeur gordt zich een buidelriem om en gaat de twaalf passagiers langs: kaartjes uitdelen en geld ophalen. Hij incasseert zo'n $ 200,-. Dan stelt hij zich zorgvuldig op binnen een gemarkeerde plek naast zijn stuur. In alle rust vult hij drie formulieren in. Tijd genoeg voor een man op de voorste rij om zijn mond open te doen. Het onderwerp ligt dichtbij: geld, dus overval.

“Ik zou er maar niet aan beginnen”, zegt de chauffeur. “Zie je dat rode lampje achterin de bus? Dat is een videocamera. Boven jouw hoofd hangt er ook een en als ik dit kastdeurtje opentrek, verschijnt er nog een camera. Ze hebben allemaal een directe verbinding met de controle en je gezicht wordt live naar buiten gezonden.”

De passagier fluit tussen zijn tanden.

“En zie je die vrouw buiten? Dat zijn mijn waakhonden.”

Hij doet het geld in een enveloppe, likt bijna wellustig aan de rand en verzegelt hem. Vervolgens opent hij de deur en terwijl hij ons scherp in de gaten blijft houden, stapt hij naar buiten. De twee honden escorteren hem naar een kluis in de muur. Daarin verdwijnt de enveloppe. De chauffeur kust de vrouw, de honden springen op en we kunnen gaan.

Zoveel veiligheidsmaatregelen roepen angst op. En dat is precies de bedoeling. Eerlijk zijn is geen keuze meer. Het is lijfsbehoud. Zelfs de vluchtigste fantasie aan roof wordt genadeloos afgestraft. Als makke schapen, niet meer dan een aantal ponden vlees, laten we ons naar het eindpunt vervoeren.

We draaien de snelweg op. Vol: vier banen wit, vier banen rood, lichtgolvend, als een megaglimworm die zijn lijf traag samentrekt en ontspant. Ik zou een boek kunnen lezen in het licht van de kilometerslange stroom tegenliggers. Hoe vroeg moesten die mensen wel niet opstaan? En naar bed gaan. Een gewone doordeweekse dag.

Herinneringen aan Metropolis van Fritz Lang. Economie is een abstract, ongrijpbaar begrip, maar hier in Los Angeles op de overvolle San Diego Freeway om vijf uur 's ochtends is de economie een ijzeren monster dat miljoenen in gang zet en van hun slaap berooft.

We kruisen Sunset Boulevard: leeg en duister. De rijke mensen slapen nog. Op dit uur is Sunset een gewone boulevard, een incongruentie.

Bij aankomst in het stationsgebouw van het vliegveld gaat de zon op. De muren zijn van glas, net als de muren van nabijgelegen gebouwen. Daartussen straatverlichting van natriumlampen die een oranje gloed afgeven.

De zon zelf laat nog even op zich wachten, maar de hemel gloort oranje met bruine tinten van de smog. Precies in de kleuren van de verlichting, alsof de zon dit keer binnen in de glazen kooien opgaat, alsof dit grootse natuurwonder ook door de economie is geannexeerd. En de zon het wel uit zijn hoofd haalt om buiten de gestelde ijzeren grenzen te treden.