Twijfel over babymoord door Irak in Koeweit

NEW YORK, 8 JAN. Het 15-jarige Koeweitse meisje Nayirah dat in oktober 1990 het Amerikaanse Congres schokte met de mededeling dat ze had gezien hoe Iraakse militairen 15 baby's uit hun couveuses in het Al-Adan ziekenhuis in Koeweit hadden gehaald en op de “koude vloer hadden laten sterven” is de dochter van de Koeweitse ambassadeur in de VS.

Haar optreden zou zijn geregeld door een machtig public-relationsbureau, Hill en Knowlton, dat in de arm was genomen door een door Koeweit gefinancierde groep - Citizens for a Free Kuwait - die in het Amerikaanse Congres lobbyde voor militair ingrijpen tegen Irak. In een ingezonden artikel in de New York Times is dit onthuld door John R. MacArthur, een mensenrechtenactivist en uitgever van het blad Harper's Magazine.

MacArthur schrijft dat veel andere beschuldigingen tegen Irak zonder twijfel waar waren, maar dat deze sensationeelste klacht bijna zeker vals was. Amnesty International steunde het verhaal aanvankelijk - hoewel de organisatie zich er later wegens gebrek aan bewijs van distantieerde - en het had grote invloed in het toenmalige debat in de VS over een eventueel militair ingrijpen.

Nayirahs vader, Saud Nasir al-Sabah, heeft ontkend dat zijn dochter een fabel heeft verteld. Hij zei dat zijn dochter ten tijde van de invasie Koeweit bezocht en dat de Amerikaanse ambassade ter plaatse dat kan bevestigen. (Reuter)