Suriname kiest voor geleidelijke aanpak; Ter Beek ging met minimaal aanbod naar overleg Bonaire

DEN HAAG, 8 JAN. Toen de regering-Venetiaan deze zomer aantrad wilde Nederland snel en met kracht aangepaste ideeën uitvoeren die eerder in het jaar door een meerderheid van het Nederlandse kabinet waren verworpen. Op tal van terreinen zou Suriname desgewenst assistentie krijgen om de democratie te verstevigen en de rechtsstaat te herstellen. Geen Gemenebest, maar een laatste poging om de democratisch gekozen regering in het zadel te houden.

Daarvoor zou de 1,4 miljard gulden aan ontwikkelingshulp worden vrijgemaakt. Bijstand zou worden verleend voor aanpassingen en hervormingen bij politie en justitie, het bestuursapparaat, economische en monetaire instellingen, grensbewaking en leger.

Half november werd op Bonaire een principe-akkoord gesloten over het aanhalen van de betrekkingen. Suriname stuurde ook minister Gilds van Defensie naar dat eerste overleg. Minister Ter Beek bleef vooralsnog liever thuis, omdat hij niet de indruk wilde wekken dat militaire zaken te veel aandacht zouden krijgen “bij het rijpen van gedachten over een meer intense samenwerking”.

Maar dat uitstel mocht van het Nederlandse kabinet slechts van korte duur zijn. Ter Beek zou midden december vertrekken. Op verzoek van minister Gilds werd dat enkele weken later. Dat kwam legerleider Bouterse goed uit. In een nieuwjaarstoespraak eiste hij dat de legerleiding betrokken zou worden bij het overleg over de hervormingen op het ministerie van defensie en bij het leger. Zijn vrijmoedige toespraak leverde hem een reprimande op van de regering-Venetiaan, kort daarna gevolgd door een broederlijke omarming en verzoening.

Zo begon het overleg maandag op Bonaire tussen Ter Beek - die het liefst een zo klein mogelijke rol van Nederlandse militaire experts ziet - en Gilds, die Bouterse wel direct had gekapitteld over zijn uitspraken maar ook van harte had meegedaan aan de verzoening achteraf. In anderhalve dag was de zaak beklonken. Assistentie bij opleidingen en training zal in Nederland gebeuren. Op de Nederlandse ambassade zal slechts één militaire attaché worden geplaatst, net als vroeger. Er is geen sprake meer van een zware Nederlandse militaire missie zoals dat bij het eerste overleg in november nog het geval was.

In het Nederlandse kabinet bepleitten de ministers Van den Broek, Hirsch Ballin en Pronk na de verkiezingen in Suriname nog dat de vergaande hulp aan Suriname ook duidelijk militaire aspecten moest hebben. Dat, zo meenden zij, hield beloftes in om de democratie te bestendigen en de rol van de legerleiding sterk terug te dringen. Bovendien zou van het versterken van de militaire banden een signaalfunctie uitgaan naar Bouterse en de zijnen. Frankrijk, de Verenigde Staten en Venezuela zouden het Nederlandse voorbeeld moeten volgen. Mochten de militaire deskundigen van verschillende pluimage in moeilijkheden komen dan was er de noodzaak om hen bij te staan. Gehoopt werd wel dat het bij die waarschuwing aan het adres van Bouterse zou kunnen blijven.

Ter Beek was het er niet mee eens om een zware militaire missie te sturen. Hij was beducht voor de veiligheid van zijn personeel. Hij was er niet zeker van dat hij en minister Gilds die veiligheid voldoende konden garanderen. Het was bovendien aan Suriname zelf om het leger te hervormen. Dat er een zekere druk zou uitgaan van een militaire aanwezigheid van een aantal landen deed Ter Beek niets.

Op Bonaire kwam hij daarom met een minimaal aanbod. Geen Nederlandse instructeurs - gedacht werd aan ex-commando's die nog in Suriname werkzaam waren geweest - maar een uitnodigingen om Surinaamse militairen naar Nederland te laten komen. Hij en zijn collega Gilds verwachten dat de aanhang van Bouterse in het leger zal afnemen naar mate de opleiding op een andere leest is geschoeid en de grondwet, waarin het leger nu een belangrijke rol is toebedacht, is aangepast. Gilds zelf meent dat er nu al in het leger krachten aanwezig zijn die het Bouterse minder gemakkelijk maken oude praktijken te volgen. Met name de rijkdom die kopstukken van het leger in de loop der jaren hebben vergaard wekt weerzin bij andere kaderleden.

De Surinaamse regering kiest voor een geleidelijke aanpak. Dat mag weifelend lijken, minister Ter Beek is er na het overleg op Bonaire van overtuigd dat “de vastberadenheid waarmee dat gebeurt kan werken”. Hij is bereid Suriname ook bij te staan op het gebied van drugsbestrijding en grenscontrole. Maar daartoe moet Nederland worden uitgenodigd. Eerst zullen er op het terrein van politie en justitie maatregelen moeten worden voorbereid en uitgevoerd. Militairen inzetten zonder duidelijk mandaat en voldoende bescherming acht hij roekeloos.