Ruzie over aanpak vervuiling; Alders botst met staalindustrie

ROTTERDAM, 8 JAN. Minister Alders (milieubeheer) overweegt metaalbedrijven wettelijk te verplichten milieuvervuiling terug te dringen als deze bedrijven zich niet uiterlijk 20 januari bereid verklaren maatregelen te treffen op basis van vrijwilligheid.

Dit heeft de minister aan de Stichting Basismetaalindustrie en Milieu geschreven. Bij de stichting zijn 25 metaalbedrijven aangesloten, waaronder Hoogovens, Alcoa, Billiton, Hunter Douglas, Nedstaal en Pechiney. Hoogovens voert het secretariaat en bevestigt de ontvangst van Alders' brief. Of deze als een ultimatum wordt gezien wordt niet bevestigd, maar daar komt de brief wel op neer.

Alders toont zich in zijn brief behoorlijk kwaad dat de metaalwerkgevers op 19 december op het laatste moment niet bereid bleken een milieu-convenant te tekenen, terwijl daar duidelijke afspraken over waren gemaakt. Ook vindt hij dat hun houding “van weinig democratisch inzicht getuigt”, omdat de werkgevers via de Tweede Kamer hebben geprobeerd een wettelijke regeling te krijgen om het convenant rechtszekerheid te geven.

Volgens een woordvoerder van minister Alders was er kort voor de 19e december nog overleg geweest tussen de werkgevers en de minister. “Toen werd daarover met geen woord gesproken.” Het ministerie wil nu zo spoedig mogelijk na ontvangst van een antwoord van de basismetaal aan de minister nader overleg met de bedrijfstak.

Een spoedige totstandkoming van het convenant acht Alders van groot belang voor de uitvoering van het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP). Een complete wettelijke regeling zou veel te lang gaan duren, maar als het convenant er niet zou komen wil de minister en een groot deel van de Tweede Kamer toch die kant op. Ook de basismetaal zelf geeft de voorkeur aan een convenant boven een compleet wettelijke regeling, omdat het milieubeleid daardoor flexibeler blijft.

In het concept-convenant zijn alle milieu-eisen voor de bedrijfstak die uit het NMP voortvloeien, op een rij gezet. Ook is er een “emissie-profiel” in vastgelegd dat inzicht geeft in de huidige verontreiniging door de bedrijfstak, met een integrale taakstelling voor de mate waarin emissies gefaseerd worden teruggedrongen. Die taakstelling beslaat een periode van 20 jaar.

Zo'n langlopende afspraak geeft de industrie zekerheid bij het doen van kostbare milieu-investeringen, terwijl de overheid meer zekerheid heeft dat de bedrijfstak meewerkt aan de uitvoering van het NMP. Alle aspecten van het milieubeleid zijn in het convenant opgenomen: niet alleen de verontreiniging van water, bodem en lucht, maar ook energiebesparing, beperking van afvalstoffen, bodemsanering, externe veiligheid, geur- en geluidhinder en de bedrijfsinterne milieuzorg.

Het gaat volgens het ministerie van VROM om een “zware opgave” voor de basismetaalindustrie, die vergaande aanpassing van onder andere produktieprocessen kan leiden. Het energieverbruik per eenheid produkt moet gefaseerd afnemen met 20 procent. De uitworp van verzurende stoffen zoals zwaveldioxide en stikstofoxiden zal met 80 tot 90 procent verminderen en de zogeheten "prioritaire stoffen' zoals zware metalen worden met 50 tot 90 procent teruggebracht.