President twijfelt aan gehalte Israels democratie; "Hebben we elk gevoel van schaamte verloren?'

TEL AVIV, 8 JAN. Veel aandacht hebben de Israelische media niet besteed aan het sombere wekelijkse radiopraatje dat president Chaim Herzog vrijdag hield, kort voor het ingaan van de sabbat.

De radionieuwsdienst en de televisie pikten er alleen de ernstige waarschuwing uit aan het adres van de kolonisten in de bezette gebieden om in het belang van hun levenswerk het recht niet in eigen hand te nemen. Ook de kranten ruimden nauwelijks ruimte in voor een van de scherpste presidentiële analyses van de politieke en morele crisis waarin Israel is beland. Het leek wel alsof de media zelfcensuur toepasten om de trillingen die de “nationale seismograaf”, zoals de president zich noemde, dagelijks opvangt minder hard weer te geven.

Met het einde van zijn presidentschap in zicht nam Herzog de vrijheid om zijn frustratie en schaamte over de manier waarop de begroting voor 1992 uiteindelijk door de Knesset werd goedgekeurd met de luisteraars te delen. “Ik vraag me af of we ieder gevoel van schaamte hebben verloren”, zei hij. Hij doelde op de tientallen miljoenen guldens die enkele kleine partijen op het laatste moment aan de schatkist wisten te ontfutselen als politieke prijs voor de vurige wens van premier Yitzhak Shamir om zijn regeringscoalitie bij elkaar te houden. Indirect, maar heel duidelijk sprak de president zich uit voor een verandering van het Israelische politieke systeem van evenredige vertegenwoordiging, dat naar zijn zeggen “niet geschikt is voor de moderne staat”.

Op de volksvertegenwoordigers, die al enkele jaren met dit probleem worstelen, hadden deze woorden geen invloed. Een wetsontwerp dat beoogt om door middel van rechtstreekse verkiezing van de premier diens positie ten opzichte van de partijen te versterken zal hoogstwaarschijnlijk in de loop van de dag na zenuwslopend touwtrekken weer in de ijskast worden gezet.

Alles blijft dus bij het oude. Ook al hebben honderdduizenden burgers hun handtekening gezet onder een petitie om het politieke systeem te veranderen, Israel blijft opgescheept met politieke versplintering. “David Ben Gurion heeft indertijd voorspeld dat dit systeem een ramp voor het land zal worden”, zei president Herzog. “De taferelen die we in de Knesset hebben gezien zijn het gevolg van dit systeem.”

President Chaim Herzog voelt aan dat zaken als het coalitiegekonkel in de Knesset om de centen en het optreden van de kolonisten in bezet gebied tegen het leger - nog wel met de zegen van de rabbijnen - aan de wortels van de Israelische democratie knagen.

“Het in eigen hand nemen van het recht brengt onze toekomst in gevaar”, zei hij. “Het spijt me dat rabbijnen acties aanmoedigen die niet in overeenstemming zijn met de wet en de geboden van onze heilige Thora (Oude Testament).”

In de Israelische samenleving, waarin Thora-gevoelens zo'n voorname plaats innemen, weerspiegelt zo'n uitspraak de hoogst mogelijke graad van ongerustheid. Als zoon van de ex-opperrabbijn van Ierland weet Herzog precies wat hij zegt en waarom hij dat nu doet. Hij herinnerde aan de rabbijnen in Palestina, die aan het einde van de jaren dertig tijdens de Arabische opstand tegen de zionistische onderneming, de joden geboden het recht niet in eigen hand te nemen en geen bloedwraak te nemen op onschuldigen.

President Herzog trok fel van leer tegen rabbijnen in de bezette gebieden die de vrome Elyakim Rubinstein, leider van de Israelische delegatie naar het vredesoverleg met de Jordaans-Palestijnse delegatie, een dreigbrief hebben gestuurd. “Israels rabbijnen kunnen nooit vergeten dat jouw hand betrokken zal zijn bij het overdragen van bepaald bestuur (autonomie) over delen van Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) aan vreemden”, citeerde hij uit deze brief. Beseffen deze rabbijnen niet dat Rubinstein de regering vertegenwoordigt, vroeg Herzog zich af. Hij zei dat de rabbinale hetze tegen deze onderhandelaar er al toe had geleid dat het woord "verrader' op diens huisdeur was geklad. “Dat is een teken van moreel verval waarvan je beroerd wordt”, zei de president.

Via de radio riep hij zijn landgenoten op om de ogen niet te sluiten voor de gevaren die Israel van binnenuit bedreigen. “Als we geen passend antwoord vinden brengen we onze toekomst door eigen toedoen in gevaar.”

Uit zijn toespraak klonk vooral verontrusting door over de kwaliteit van de Israelische democratie. Op het Israelische democratische systeem van vrije verkiezingen is niets aan te merken. Maar is een democratie wel een democratie als de inwoners geen democratische inborst hebben? Is democratie niet alleen een formeel kiessysteem maar ook een waardesysteem? Kunnen parlementariërs die zich niet aan hun woord houden of op kritieke momenten voor een ministerszetel van de ene naar de andere partij overlopen democraten worden genoemd?

Op de dag dat president Herzog zijn bezorgdheid uitte hielden twee politicologen zich in de Jerusalem Post met dezelfde problematiek bezig. Yitzhak Galnoor, een politicoloog van de Hebreeuwse Universiteit, zei dat “de politici de democratie niet als levenswijze hebben aanvaard. Er zijn geen zelf-opgelegde beperkingen omdat de politici hier geen democratische ziel hebben”.

Dr. Ehud Sprinzak, eveneens van de Jeruzalemse Universiteit, is van oordeel dat dit is toe te schrijven aan het feit dat de politieke cultuur van Israels twee grote partijen, Likud en Arbeid, in Oost-Europa wortelt. “Democratie is voor de Israeliërs daarom nooit liberaal of pluralistisch geweest”, zei hij tegen de Jerusalem Post. “Het leidende principe van democratie voor beide partijen is dat zij er beide zeker van zijn de waarheid in pacht te hebben.”

In zijn radiopraatje liet Herzog duidelijk doorschemeren dat zijns inziens Shamir veel te ver ging toen hij onlangs voor een Likud-gehoor de tegenstanders van zijn interpretatie van vaderlandsliefde voor verraders uitmaakte. Met dit jaar verkiezingen in het vooruitzicht zal de politieke temperatuur in Israel nieuwe hoogten bereiken, omdat de grote nationale kwesties niet langer verbloemd kunnen worden maar hoog op de agenda komen.