Onbegrip voor moeders van misbruikt kind; Onderzoek onder 153 moeders van seksueel misbruikte kinderen

AMSTERDAM, 8 JAN. Zijn isolement duurde negen jaar, van 1896 tot 1905. In dat jaar herriep Sigmund Freud zijn verleidingstheorie en werd hij door het psychiatrisch genootschap in Wenen weer broederlijk opgenomen.

Datzelfde genootschap liet hem in april 1896 vallen nadat hij een lezing had gehouden waarin hij betoogde dat vroege seksuele trauma's de oorsprong vormden van neurosen. Zijn praktijkervaring had hem geleerd dat deze “infantiele seksuele voorvallen” niet op fantasie berustten, aldus Freud die zich met zijn ontdekking de woede van zijn vakgenoten op de hals haalde.

Hij kwam ze tegemoet toen hij negen jaar later betoogde dat zijn vrouwelijke patiënten hem maar wat op de mouw hadden gespeld: “Deze verleidingsscènes hadden nooit plaatsgehad, zij waren slechts door mijn patiënten bedachte fantasieën”. Dat wilde het genootschap horen en Freud werd weer geaccepteerd. Daarmee begon een tijdperk van isolement waarin de slachtoffers van seksueel misbruik binnen het gezin kwamen te verkeren.

De laatste jaren is veel gedaan aan slachtofferhulp. Ook daders vinden gehoor wanneer zij om hulp vragen. Maar de moeders van seksueel misbruikte kinderen stuiten niet zelden op onbegrip wanneer zij na de ontdekking van het misbruik aankloppen bij hulpverleners.

“De professionele hulpverlening schiet schromelijk tekort als het gaat om opvang en begeleiding. Ik ben geschrokken van de geringe kennis over seksueel geweld. Veel hulpverleners beginnen ook vaak verkeerd: ze vragen de moeder of ze zelf ook een incest-ervaring heeft gehad en als dat zo is wordt daar alle aandacht op gericht. Terwijl het juist om het kind gaat en de moeder dat probleem wil aanpakken”, zegt drs. I. Jonker-de Putter die morgen aan de Universiteit van Amsterdam hoopt te promoveren op haar proefschrift "Als je kind misbruikt is'.

Voor haar onderzoek ondervroeg Jonker 153 moeders, in de leeftijd van begin twintig tot ver in de zeventig, van seksueel misbruikte kinderen. Het merendeel dat hulp zocht werd niet geloofd, beschuldigd van machtsstrijd met hun man danwel uitgelachen. Een vrouw: “De huisarts maakte er erotische grappen over”. Niet de reguliere hulpverlening maar hulp van alternatieve hulpverleners uit de vrouwenbeweging behoedde tweederde van de ondervraagde moeders voor een niet gewild isolement.

Volgens Jonker hebben nogal wat psychologen en psychotherapeuten last van vooroordelen. “Bijvoorbeeld dat de moeder het vast geweten heeft of op z'n minst heeft vermoed maar geen stappen heeft ondernomen om er een einde aan te maken. Ze worden niet zelden beticht van mannenhaat of krijgen te horen dat ze neurotisch zijn.” Een moeder: “Na een jaar kwam ik bij een kinderpsychiater. Die zei: je moet niet zo moeilijk doen want in de Derde wereld is dit normaal. Hij zei ook: je wilde dit zelf. Alle moeders weten het en willen het zelf.”

Een andere moeder kreeg toen zij om hulp vroeg te horen dat zij door haar moederrol te verzaken medeplichtig was. “Het seksuele en emotionele aspect dat er voor mijzelf aan zit, namelijk dat ik mij door deze ontdekking verraden en gekrenkt voel door mijn man, is niet aan de orde gekomen.”

Centraal in haar onderzoek stond de vraag hoeveel moeders afwisten van seksueel geweld in het algemeen en jegens kinderen in het bijzonder, voordat zij ontdekten dat hun kind werd misbruikt. Nog geen tien procent van de ondervraagde moeders wist voldoende van het verschijnsel om het zelf te kunnen ontdekken. Het waren vooral de jongere. Het merendeel, ruim 50 procent, wist niets van het onderwerp af. En hoe kun je ontdekken dat je kind wordt misbruikt als je niet weet waar je op moet letten?

Jonker: “Een van de moeders merkte dat er iets mis was met haar zoontje van acht jaar toen die weer begon met bedplassen. Maar ze had er geen idee van wat er met haar dochtertje aan de hand was dat steeds van huis weg liep. Beiden bleken slachtoffer te zijn”. Een moeder: “Ik merkte wel dat de ene steeds moeilijker werd en de ander steeds stiller, maar ik schreef het aan allerlei dingen toe behalve aan zoiets. Wie denkt daar nou aan?”

Het merendeel van de ondervraagde moeders (57) zei na de ontdekking van het misbruik zich niet schuldig te voelen maar wel tekort geschoten tegenover hun kind. Een kwart wees schuld of verantwoordelijkheid voor het gebeuren af; 52 van hen voelde zich wel schuldig maar vooral omdat ze nauwelijks besef hadden van wat voorviel, niet omdat ze bewust nalatig waren geweest.

Uit haar onderzoek blijkt dat veertig procent van de moeders meer dan één misbruikt kind had terwijl in negen pocent van de gevallen sprake was van meer daders. Jonker: “Ze hebben mij laten zien hoe complex het probleem is. Gezinnen waar meer kinderen slachtoffer zijn. Waar de dader de grootvader is van moeders kant: wat doe je dan? Je man kun je nog het huis uitgooien, maar hoe gaat een moeder met haar vader om die zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik?”