Of Chinese communisme einde van de eeuw haalt is zeer de vraag; In China heerst repressieve stabiliteit, maar geenszins stagnatie

“1991 was het jaar dat China van de landkaart verdween” betoogde Frénk van der Linden op 24 december 1991 op deze pagina. Hij ziet vanuit de Sovjet-Unie, Mongolië, Nepal en Cambodja democratie naar China oprukken en bepleit een gedachtenwisseling over de vraag of en hoe we (bedoelt hij Nederland ?) kunnen bijdragen aan het tot stand komen van een vrij China. “Het wordt tijd dat we de volksrepubliek weer op de kaart zetten”, aldus deze medewerker.

Wel, van de voorpagina's verdwenen is niet hetzelfde als van de landkaart. Het land dat dag in dag uit de voorpagina's domineerde is inderdaad echt van de kaart verdwenen waarop het overigens minder dan zeventig jaar heeft gestaan. China heeft er opgestaan zolang er landkaarten zijn. De ondergang van het communisme in de Sovjet-Unie was niet los te denken van ondergang van de in 1922 gevormde Sovjet-staat, die het marxisme-leninisme gebruikte als "progressieve rationalisatie' om het tsaristische koloniale/militaire imperium bijeen te houden.

Het communisme in China zal naar alle waarschijnlijkheid de komende eeuwwisseling niet halen, maar dat zal hooguit het einde van de volksrepubliek betekenen, niet van China zelf dat als eenheidsstaat een geschiedenis van ruim tweeduizend jaar heeft. China staat dus fors op de kaart en zal erop blijven staan. We hoeven het er dus niet opnieuw op te zetten. Maar moeten we ervoor zorgen dat China weer een paar keer per week op de voorpagina's komt ? Het Amerikaanse Congres zorgt ervoor dat het er in Amerikaanse kranten vaker op staat dan in Europese, maar dat heeft meer met Amerikaanse binnenlandse politiek dan met China te maken. Nogal wat Congresleden baseren hun bestaansrecht op een kruistocht voor de mensenrechten in China. Zij eisen onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen, maar daar blijft het niet bij. Zij willen dat Amerika de ontmanteling van het communisme helpt versnellen door een beleid van pressie, economische sancties, propaganda (een Chinese versie van Radio Vrij Europa), dreiging met interventie als de overname van Hongkong in 1997 misgaat en steun aan onafhankelijkheidsbewegingen zoals in Tibet en Taiwan. Hun doel is dat China het politiek pluralisme omhelst, vrije verkiezingen houdt en een meerpartijen-democratie wordt. China brandmerkt dit als het "vreedzaam evolutie-complot'.

De afgelopen twee jaar heeft president George Bush de campagne van het Congres om China hard te treffen weten te ontkrachten door herroeping van de status van meest begunstigde natie. Zijn filosofie is dat het Chinese systeem evolutionair is en ondanks de façade van dogmatische rhetoriek steeds opener en minder totalitair wordt.

Europese parlementen zijn terughoudender dan het Amerikaanse Congres, maar missen geen kans om hun Chinese collega's fors te onderhouden over de mensenrechten. Vorige maand kondigde de EG een door de Denen geïnitieerde opschorting van hulp voor nieuwe samenwerkings-projecten aan, in afwachting van een nieuw rapport over de mensenrechten-situatie.

De reden waarom China, twee en een half jaar na Tian An Men weinig spannende voorpagina-koppen in Europa oplevert is niet dat er niets belangrijks gebeurt, maar het valt in het niet vergeleken bij de wereldhistorische omwenteling dichter bij huis. In China heerst repressieve stabiliteit, maar geenszins stagnatie. Ideologische tirades schetteren ad nauseam, maar dat heeft het doel van complete orthodoxe restauratie volledig gemist. De "neanderthalers' in het centrale propaganda-directoraat zijn de risee van de partij en zijn meer gemarginaliseerd dan de liberalen, die krachtig maar discreet nieuwe economische hervormingen doorvoeren. “Pogingen om hervormingen te blokkeren zouden een nieuwe straatopstand veroorzaken”, zei vice-minister van financiën Xiang Huaicheng onlangs. Het is alsof er een stilzwijgend contract tussen het regime en de bevolking is met de boodschap: wij handhaven de stabiliteit, bemoei je niet met politiek, dan bemoeien wij ons niet met jullie vrije economische activiteiten.

Het negatieve voorbeeld van de Sovjet-catastrofe sluit hier precies bij aan. De Chinese media en interne documenten schrijven de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de economische crisis daar niet toe aan de tekortkomingen van het socialisme, maar aan de ketterij van Gorbatsjov die het marxistisch-leninistische idee van de een-partijstaat opgaf en daarmee de maatschappelijke stabiliteit en economie fataal ondermijnde. De Chinese televisie toont dagelijks beelden van de rijen Moskovieten voor de winkels, de lege planken en de verwoesting in Georgië. De media roemen de stabiliteit, die gedurende de jaren tachtig een jaarlijkse gemiddelde groei van ruim negen procent opleverde. Zowel intellectuelen als arbeiders zeggen dat zij de meedogenloze wijze waarop de regering de bedreiging voor de stabiliteit in 1989 neersloeg nu met andere ogen bezien, wat niet wil zeggen dat ze het een goede regering vinden.

Realistische Chinezen, binnen en buiten de partij weten echter dat zij niet zelfvoldaan hoeven te zijn over de toekomst. De economische machtsbasis van de partij ligt immers in de staatsbedrijven, die tevens de achillespees in de economie zijn. Premier Li Peng heeft onverminderde dominatie van de economie door de staatssector tot de hoofdprioriteit van zijn regering verklaard, maar dat is een gevecht dat op puur economische merites al verloren is en nodeloos gerekt wordt met politiek gemotiveerde lapmiddelen, te weten omvangrijke subsidies die de staat jaarlijks tientallen miljarden kosten. Van de staatsbedrijven lijdt zesendertig procent verlies, waarvan de hele kolen-, olie- en tabaksindustrie. Eén derde speelt quitte en het andere derde dat winst maakt, moet de schatkist vullen. Zo bereik je geen economische groei. De kracht van de Chinese economie ligt in de plattelandsbedrijven, die rijke boeren sinds het begin van Deng Xiaopings hervormingsprogramma in 1979 hebben opgezet en verder in joint-ventures met het buitenland en stedelijke prive-ondernemingen.

Volgens regeringsstatistieken namen staatsbedrijven in 1980 zesenzeventig procent van de industriële produktie voor hun rekening, maar in 1990 was dat gedaald tot 54.5 procent. Volgens een recente editie van de Landbouwkrant overschrijdt het totaal aan winst van de boerenbedrijven nu al dat van de staatsbedrijven en als deze tendens zich voortzet zullen de boerenbedrijven in het jaar 2000 de staatsbedrijven ook in totale produktie overtreffen. In de zuidoostelijke kustprovincies zal de economie "ge-Taiwaniseerd" en "ge-Hongkongiseerd' zijn en in het Noordoosten, verweven met die van Zuid-Korea, dat tegen die tijd waarschijnlijk Noord-Korea zal hebben geabsorbeerd. Dat betekent dat er een gemengde economie zal floreren die verregaand geintegreerd zal zijn in de kapitalistische wereldeconomie. Daarin zal de monolithische staat nog slechts een minderheidsaandeel hebben.

Een mooier voorbeeld van de door de communistische hardliners zo verfoeide "vreedzame evolutie', geheel en al zonder Westers complot, is niet denkbaar. Of de evolutie inderdaad vreedzaam zal zijn, hangt van onvoorspelbare factoren af, bijvoorbeeld of er al dan niet onrust zal uitbreken na de dood van Deng Xiaoping. Ook is het de vraag of het regime zich ideologisch lang genoeg kan blijven rechtvaardigen tegenover een steeds kritischer en welvarender bevolking. Het verdwijnen van Moskou als het "Vaticaan van het communisme' dat zijn kleinere zusterkerken al verloren had, heeft het communisme alle resterende legitimiteit ontnomen. Maar China is het "Oosterse Schisma' dat al zo lang afweek van de Russische moederkerk dat het wellicht een tijd afzonderlijk kan doormodderen. Het radicale Maoïsme was de eerste expressie van het Chinese schisma, maar de nieuwste versie is een bloeiende half hervormde, gemengde economie die gehinderd wordt door een onhervormd archaïsch politiek systeem, "perestrojka zonder glasnost'. In de Sovjet-Unie was het een compleet overhoop gehaald politiek staatsbestel met een onhervormde, stagnerende economie, "teveel glasnost en mislukte perestrojka'.

Talrijke andere onzekerheden hangen het Chinese regime boven het hoofd, onder andere dat de ethnische onrust in de nieuwe staten van Centraal Azië naar China's moslimgebieden overslaat. Traditioneel hebben de Chinese keizers het echter altijd gemakkelijk gevonden om met kleine grensstaten om te gaan. Het gigantische tsaren- en Sovjet-rijk is meestal een nachtmerrie voor China geweest. De huidige Chinese machthebbers hebben prompt de nieuwe onafhankelijke republieken erkend, handelsmissies gestuurd en economische hulp beloofd. Het verdwijnen van het Sovjet-rijk zal daarom op langere termijn wellicht juist goed nieuws voor China zijn.

Wat voor gedachtenwisselingen moeten we dan nog houden om bij te dragen aan het tostandkomen van een "vrij China' ? Ex-premier Lee Kuan Yew van Singapore, die nu net - als Henry Kissinger en Helmut Schmidt - de rol van wijze, internationale staatsman speelt, zei onlangs dat het Amerikaanse Congres China niet kan veranderen. Evenmin kunnen Nederlandse semi-intellectuelen dat. “Als China als geheel boven de armoede-grens raakt en het onderwijsniveau dat van de geavanceerde wereld benadert, ben ik er zeker van dat de Amerikanen en Chinezen het eens kunnen worden over universele waarden” aldus Lee Kuan Yew. Maar dat zal nog zeker vijftig jaar duren.