Japan belooft meer invoer uit VS; Amerikanen zijn niet gediend van Japans medelijden; President Bush gedraagt zich tijdens zijn bezoek als een kruisvaarder voor de Japanse consument

TOKIO, 8 JAN. De gastvrije ontvangst van president Bush in Tokio en de diplomatieke discussie over handel verbergen sterke gevoeligheden aan beide zijden.

De aanwezige Amerikanen zijn geschokt over de uitspraak van de Japanse premier Miyazawa dat zij “medeleven” verdienen. Een hoge Amerikaanse overheidsfunctionaris toonde zich vanmorgen ontevreden over die term. “Miyazawa moet zelf weten hoe hij zich uitdrukt, maar ik denk niet dat medeleven een grond moet zijn voor het openen van hun markt”, zei hij verstoord. Hij wees op de prijzen van Japanse auto-onderdelen die, hoewel 20 tot 30 procent hoger dan de Amerikaanse, toch worden gekocht door Japanse fabrikanten.

De voorzitter van General Motors, Robert Stempel, zei gisteren ook dat hij geen “medelijden” verwacht van Miyazawa. “De reden dat we naar Japan komen is niet uit een positie van zwakte maar uit een positie van kracht”. Het klonk wat geforceerd, want General Motors moet 21 fabrieken sluiten en 74.000 man laten afvloeien.

Een andere paradox ligt in de Amerikaanse benadering van de besprekingen. Een hoge Amerikaanse functionaris zegt dat hij de voorkeur geeft aan “algemene” stappen naar vrijhandel, geen aanpak per sector. Een sectorsgewijze behandeling strijdt met de Amerikaanse vrijhandelsideologie en zou teveel lijken op “gereguleerde handel”. Toch zei de functionaris dat sectorbesprekingen voor de meereizende Amerikaanse topmensen uit het bedrijfsleven op de agenda staan.

De Japanners behandelen de Amerikaanse eisen als gereguleerde handel. Het Japanse ministerie van internationale handel en industrie (Miti) maakte gisteren een "actieplan' bekend dat specifieke streefgetallen bevat voor de import van Amerikaanse auto's en auto-onderdelen. Zo wil Toyota 5000 Saturns van General Motors in Japan verkopen. Aanvankelijk wilde het zich niet binden aan een getal vóór een deugdelijk marktonderzoek was uitgevoerd. Door de komst van Bush gaat Japans grootste autoconcern toch door de knieën. Nissan, Japans tweede autofabrikant, wil volgend jaar 3000 Ford-minibusjes en andere auto's in Japan verkopen. Dit hoewel de populaire Amerikaanse mini-busjes nog niet voor Japans links rijdend verkeer zijn omgebouwd. Dat is onhandig, omdat de schuifdeur aan de straatzijde opent. Pas in 1994 zou Chrysler in de ombouw slagen.

Japanse autofabrikanten hebben zich bereid verklaard om in 1993 hun aankoop van Amerikaanse auto-onderdelen niet te verhogen tot 17,1 miljard dollar, zoals eind vorig jaar nog werd gepland, maar tot 19 miljard dollar, een verdubbeling ten opzichte van 1990. Dat zeiden functionaris van het Japanse ministerie van internationale handel en industrie. De Amerikanen eisen echter 20 miljard dollar en de onderhandelingen daarover zaten vandaag nog muurvast.

De Amerikaanse hoge functionaris verklaarde dat het Japanse actieplan “niet helpt om de Japanse economie structureel te veranderen”. De Amerikanen willen ook de besprekingen over de "structurele handelsbelemmeringen' heropenen. Miyazawa zou in dat kader ook structurele uitgaven aan openbare werken voor verbetering van de infrastructuur aankondigen. Een jaarlijke economische groei van 3,5 procent zou de import moeten bevorderen. Om tot die groei te komen heeft Japan het disconto verlaagd tot 4,5 procent. De onverwachte komst gisteren van de Amerikaanse minister van financiën, Brady, naar Tokio heeft geleid tot speculatie over een hogere koers van de yen ten opzichte van de dollar.

De “structurele” aanpak helpt volgens Amerikanen ook de Japanners. President Bush gedraagt zich als kruisvaarder voor de Japanse consument, een moderne commandant Matthew Perry. De Amerikaan Perry dwong in 1853 met zijn oorlogsschepen de opening van Japan af.

Bush zei gisteren bij de opening van de tweede Amerikaanse speelgoedsupermarkt Toys R Us in Japan: “Uit een oogpunt van vrije en open handel willen we akkoorden die leiden tot permanente verbetering in de levens van de Japanse consumenten.”

Dergelijke uitspraken worden in Japan met scepsis begroet. Bij een ontvangst van buitenlandse journalisten in Osaka zeiden leden van de plaatselijke Kamer van Koophandel dat de Amerikaanse produkten nu eenmaal tweederangs zijn. Japan heeft de leiding genomen, vonden ze. Japanners reageren lacherig bij Amerikaanse zelf-felicitaties over de kwaliteit van hun produkten. Toch is de eerste winkel van Toys R Us een bewezen succes. De kassa bleef rinkelen. Verscheidene Japanse zaken in de buurt hebben de deuren al moeten sluiten.

Toys-R-Us-winkels zijn enorme pakhuizen vol fel gekleurd plastic speelgoed, meestal elektronisch, met lage prijzen. Als een van de weinige winkelketens heeft Toys R Us ook dit jaar zijn verkopen in Amerika flink zien groeien ondanks de economische recessie.

De prijzen in deze McDonald's van het speelgoed zijn hier gemiddeld dertig procent lager dan elders in Japan omdat de keten niet van groothandels maar direct van de fabriek koopt. Dit is een vloek in de Japanse economie. Bijna de helft van de aangeboden artikelen is geïmporteerd. Er zijn veel Amerikaanse spullen, zoals Barbie- en Ken-poppen en kleine spelletjes. De meeste importartikelen komen weliswaar van Amerikaanse producenten, maar ze worden meestal in fabrieken in de Derde wereld gemaakt. Een derde speelgoedwinkel moet nog worden geopend. De winkel is een resultaat van een langdurig Amerikaans, diplomatiek offensief in het kader van besprekingen over de structurele handelsbelemmeringen tussen beide economische supermachten. Nu hameren Amerikaanse diplomaten nog op doorbreking van monopolies, die prijzen vastzetten en op verlaging van de prijs van onroerend goed in Tokio. Ondanks het inzakken van de markt zijn de onroerend-goedprijzen nog steeds een barrière voor veel buitenlandse winkelketens.

Het Miti is nu een belangrijk steunpunt voor de Amerikanen om de Japanse markten te openen. Ambtenaren van het Miti oefenen druk uit op Japanse autoproducenten om meer samen te werken voor het importeren van Amerikaanse auto's en auto-onderdelen. Amerikaanse functionarissen zijn ook enthousiast over de nieuwe initiatieven van het Miti. De Japanse overheid gaat tien nieuwe importcentra opzetten, die buitenlandse firma's helpen. Buitenlandse firma's krijgen ook speciale leningen met lage rente en belastingvoordelen bij vestiging in Japan. [Volgens het persbureau Reuter beloofde Miti gisteren ook aanzienlijk meer bij te dragen aan projecten in ontwikkelingslanden om de Amerikaanse export naar deze landen te bevorderen. Tot nu toe droeg Miti 700 miljoen dollar bij. Het ministerie zou aan een extra bedrag denken van vijf miljard dollar in de sfeer van exportverzekering in de komende vijf jaren]. De Japanse Ontwikkelingsbank heeft al een - bescheiden -lening gegeven aan General Motors om een gezamenlijk ontwikkelingscentrum voor auto-onderdelen op te richten in Japan. Het duidt er ook op dat Japan zelf meer tot het inzicht komt dat de markt moet worden geopend. Een dergelijke ontwikkeling is niet ongebruikelijk voor een mercantilistisch land dat succes oogst en dus de toegenomen concurrentie van een open markt gemakkelijk aankan. Een hoge Amerikaanse functionaris verklaarde het bezoek al tot een “succes”. “De boodschap dat Japan zijn markten moet openen, is echt overgebracht”, zei hij. Toch twijfelen ook veel Japanners aan de mogelijkheid van blijvende vermindering van het 40 miljard dollar grote handelsoverschot met Amerika.

Foto: De Amerikaanse president Bush en de Japanse keizer Akihito vandaag tijdens de welkomstplechtigheid in Tokio voor het keizerlijke gasthuis. (Foto AP)