Herwaardering voor wulpse schilderkunst van "de Spaanse Brabander'; Theatrale barokkunst van Van Thulden

Tentoonstelling: Theodoor van Thulden: barok uit een grensgebied. T/m 23 februari in het Noordbrabants Museum, Den Bosch. Van 13 maart tot en met 17 mei in het Musée des Beaux Arts, Straatsburg.

Is er een woord voor mensen met dezelfde jaartallen, zoals Iwan de Verschrikkelijke en Willem van Oranje? Van Rembrandt is ook zo'n tijdgenoot bekend: Theodoor van Thulden, die net als hij werd geboren in 1606 en overleed in 1669. De mannen hadden meer gemeen: beiden waren in hun tijd gevierde schilders. Maar daarmee houdt de overeenkomst op. De Brabander Van Thulden ging heel andere wegen dan de Hollander Rembrandt, en waar de laatste na zijn dood tot genialiteit werd verheven, kwam de eerste als obscure epigoon te boek te staan. Dat een expositie - in zijn geboortestad Den Bosch, waar hem nu voor het eerst recht wordt gedaan - samenvalt met de Rembrandt-tentoonstelling in Amsterdam, is een interessante toevalstreffer.

Wie was Van Thulden? Ik kende zijn naam alleen van de beschilderingen van de (helaas vrijwel ontoegankelijke) Oranjezaal in Huis ten Bosch. Die blijken inderdaad een van de onbetwiste hoogtepunten uit zijn oeuvre. Dat hem deze prestigieuze opdracht werd gegund, duidt al op het hoge aanzien waarin Van Thulden ook in Holland stond. Hij was een kunstenaar uit een grensgebied, actief en succesvol aan beide zijden daarvan.

Toen hij werd geboren, hoorde zijn vaderstad nog breeduit bij de Zuidelijke, "Spaanse' Nederlanden. Na een wat onduidelijke leertijd in Antwerpen en een verblijf in Parijs kwam Van Thulden, weer in Antwerpen, in de kring van Rubens terecht. Veel waardering en opdrachten vielen hem ten deel, maar ook zakelijke tegenslagen. Waarschijnlijk daardoor gedreven verhuisde hij in 1644 weer naar het Bossche, dat inmiddels tot het grondgebied van de Republiek was gaan behoren. Daar bleef het hem voor de wind gaan. Behalve aan opdrachten uit de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden werkte hij voor kerkelijke en wereldlijke broodheren uit Frankrijk en het Duitse Rijk. Zijn politieke allegorieën werden zowel besteld door de katholieke koning Lodewijk XIV als door de calvinistische "grote keurvorst' Frederik Willem van Brandenburg. Geen wonder dat bij de uitvaart van deze beroemde burger de klokken van de Sint-Jan meer dan drie uur beierden.

Maar Van Thuldens faam heeft geen stand gehouden. Tot dusver heeft de kunstgeschiedenis niet veel met hem op gehad. In de negentiende eeuw werd hij gerubriceerd als één van de vele tweederangskunstenaars uit de "school van Rubens', aan wie ook gemakshalve veel werk werd toegeschreven dat men beneden de maat van de grote meester vond. Het is de Franse kunsthistoricus Alain Roy geweest, die met zijn dissertatie uit 1974 de Bossenaar uit het verdomhoekje heeft gehaald. Hij toonde aan, dat die naar alle waarschijnlijkheid helemaal geen leerling van Rubens geweest is, en schiep zo de voorwaarden voor de reconstructie van een eigen identiteit.

Een andere Franse pleitbezorger heeft Van Thulden gevonden in Jacques Foucart, conservator van het Louvre, die hem een prominente plaats in de nieuwe inrichting van zijn museum heeft toebedacht. Het was ook Foucart die het initiatief nam tot de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum. Zijn bijdrage in de gedegen tweetalige catalogus is dan ook een welbespraakte lofrede op "de grote Van Thulden': een schilder even ambitieus en moedig als voortreffelijk, een kundig en onvermoeibaar kunstenaar, even bedreven in portretten als in grote decoraties, een verfijnd schilder van allegorieën, een sprankelend en oplettend verteller. Een schilder, kortom, die het verdient de plaats terug te krijgen die hij indertijd in de publieke waardering innam - vlak bij Rembrandt dus?

Nee, zó willekeurig werkt de zeef van de tijd maar zelden. Foucart weet ook wel beter. In dezelfde éloge komt hij per saldo ook niet verder dan "een der grootste van alle Rubens-navolgers' (zij het als zodanig "zonder complexen'). Ook zijn nadere omschrijvingen als "altijd op zijn gemak' en "modern en bijdetijds' zijn eigenlijk minder complimenteus dan ze klinken. Eén stapje verder, en er staat: simpel, faciel en modieus.

Juist op dat twijfelachtige aspect laat Alain Roy in zijn bijdragen aan de catalogus een kritisch licht schijnen. Kwalificaties als "zwak', "week', "onhandig' en "onbeholpen' zijn niet van de lucht, en met instemming citeert hij zelfs toch weer zo'n negentiende-eeuwse verguizer: “Het merendeel van zijn werken lijkt op de werken van de meester zelf, maar dan gezien door een dof geworden ruit.”

Een rondgang door de tentoonstelling in Den Bosch laat een zelfde indruk na als de genuanceerde beschouwing van Roy: het oogt allemaal niet kwaad, het is knap en vaardig gemaakt, er zit iets merkbaar oorspronkelijks in, maar het mist kracht en bezieling. In zijn beste doeken frappeert Van Thulden door een frisse, sensuele en trefzekere stijl, maar zijn zwakkere werk irriteert door een glimmerige slapheid.

Welbeschouwd is het oeuvre van een Van Thulden, in al zijn uitbundige behaagzucht, verre van toegankelijk. Ook zijn eenvoudigste portretten zijn zwaar opgetuigd met symboliek, en het valt vaak niet mee om in die wervelende allegorieën een paar herkenningspunten te vinden. Wie - zoals zoveel Nederlanders - allergisch is voor dit soort theatrale barokkunst, kan deze tentoonstelling beter mijden. De meesten van ons zijn nu eenmaal niet zo vertrouwd met deze traditie; het is ook niet zo vreemd, dat de herwaardering voor Van Thulden niet hier maar in Frankrijk ingezet is.

Maar wie nu eens het contrast wil zien van de eigenaardige Hollander Rembrandt met een tijdgenoot die middenin de internationale barokstijl van dat tijdperk stond, moet zich deze gelegenheid niet laten ontnemen. Vergelijk dan bijvoorbeeld hun beider Andromeda's eens: de wulpse meid met haar operette-Perseus van Van Thulden met het pathetische schepseltje van Rembrandt, en het kan iets begrijpelijker worden wat sommige grote geesten op de laatste tegen hebben gehad.

Daarbij is de overzichtelijke tentoonstelling - er zijn ongeveer veertig schilderijen en zo'n zestig tekeningen en gravures uitgestald - met een rustige eenvoud ingericht die aangenaam contrapunteert met de drukte van de doeken. Jammer is natuurlijk wel, dat veel stukken de monumentale omlijsting van de kerk- en paleisruimten waarvoor ze ontworpen zijn, moeten ontberen. Maar gelukkig kan de ware liefhebber een paar topstukken van Van Thulden op een steenworp afstand in hun natuurlijke omgeving bekijken, namelijk in het mooie stadhuis op de Markt.

Zolang de tentoonstelling duurt zijn op dinsdagen tussen 9 en 17 uur de typische allegorische schilderingen in de burgemeesterskamer en de raadzaal op afspraak (tel. 073-155319) te bezichtigen.