Forse stijging van uitstoot van kooldioxyde

DEN HAAG/UTRECHT, 8 JAN. De uitstoot van kooldioxyde (CO2) door verbranding van brandstoffen is het afgelopen jaar in Nederland toegenomen met zes miljoen ton, ofwel 4,5 procent. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS wijt de stijging voor een deel aan het hogere brandstoffenverbruik in 1991, dat begon met een strengere winter dan het jaar ervoor. Volgens milieu-expert prof.dr. L. Reijnders kan de grote stijging het Nederlandse beleid om de CO2-emissies terug te dringen in gevaar brengen.

CO2 wordt in belangrijke mate verantwoordelijk geacht voor het broeikaseffect waardoor klimaatverstoring optreedt. Het verbruik van brandstoffen zorgt voor ruim driekwart van de totale kooldioxyde-uitstoot. De Nederlandse uitstoot door brandstofverbruik bedroeg het afgelopen jaar 148 miljoen ton, tegen 142 miljoen in 1990. Over de resterende uitstoot van CO2, door industriële produktieprocessen, zijn over 1991 nog geen exacte cijfers bekend.

Een woordvoerder van het ministerie van VROM ziet in de stijging een extra reden voor een regulerende energieheffing, waarmee besparing in het brandstofverbruik kan worden bevorderd. Nederland is voorstander van een Europese heffing, maar als invoering daarvan niet lukt, wil minister Alders desnoods een nationale heffing. De Nederlandse industriële grootverbruikers die veelal voor de exportmarkt produceren zijn daar fel op tegen, omdat zo'n strikt Nederlandse heffing haar concurrentiepositie zou verslechteren.

In het Nationaal Milieubeleidsplan en de regeringsverklaring heeft het kabinet zich ten doel gesteld de CO2-uitstoot in 1994/1995 niet groter te laten zijn dan het niveau in 1990. Daarbij is steeds rekening gehouden met een autonome groei van de uitstoot van kooldioxyde met 2 tot 4 procent. De 4,5 procent stijging in de CO2-uitstoot door brandstoffen ligt weliswaar hoger, aldus de woordvoerder, “maar niet schrikbarend veel”.

Prof. Reijnders van de Stichting Natuur en Milieu (SNM) vindt echter dat de kabinetsdoelstelling door deze toeneming direct in gevaar komt. Het is een verdrievoudiging van de stijging van de CO2-uitstoot gedurende de jaren tachtig, zei Reijnders gisteren.

Reijnders gaf zijn commentaar tijdens een beschouwing over de voorbereiding van UNCED, de grote VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling die in juni van dit jaar in Brazilië wordt gehouden. De voorbereidingen zitten volgens Reijnders op bijna alle terreinen fors in het slop. Kritiek had hij op het milieubeleid van de Verenigde Staten, die de CO2-uitstoot met 11 procent laten groeien tot het jaar 2000, maar ook op de Europese Gemeenschap, die in het jaar 2000 wil uitkomen op stabilisatie van de CO2-uitstoot. Zoals de situatie zich nu ontwikkelt, zal binnen de EG sprake zijn van een toename van zeker 8 procent, zei hij. Het broeikas-beleid in veel landen noemde Reijnders boterzacht. Om de temperatuur op aarde niet verder te laten stijgen, zou de CO2-uitstoot met 95 procent moeten verminderen.

Wil UNCED een succes worden, dan zal in Brazilië op ten minste een klimaatverdrag “met tanden” moeten worden gesloten, aldus Reijnders. De kans hierop acht hij steeds kleiner. Ook aan een andere voorwaarde om UNCED te doen slagen - meer geld van industrielanden naar de Derde Wereld - lijkt niet te worden voldaan.

De vraag zal tot de nodige discussies leiden nu Maastricht moeite doet haar zwakke culturele image op te vijzelen. Ondanks opleidingen als de Jan van Eyck-academie en de toneelschool, is er op dit terrein al jaren sprake van achterstand. Het gemor daarover verzwakt nu bekend is dat het Bonnefantenmuseum (ondergebracht in een verbouwd winkelpand) in 1993 verhuist naar een door Aldo Rossi ontworpen gebouw en Het Theater aan het Vrijthof al over drie maanden officieel zijn deuren opent. Dank zij deze nieuwe zaal hoeft het toneelaanbod niet langer beperkt te blijven tot vestzaktheater en wordt het Limburgs Symphonie Orkest eindelijk verlost uit het Staargebouw, vaak omschreven als een hooischuur. Een graag gememoreerd pluspunt vormt ook het groeiende aantal galeries, waaronder die van Wanda Reiff de belangrijkste plaats inneemt. Met exposities van coryfeeën als Lüpertz en Baselitz trekt de galerie veel kijkers, maar onder hen vormen Maastrichtenaren een minderheid. ""Men is hier meer geïnteresseerd in "lekkere' kunst, wat dit betreft zitten we hier diep in de provincie'', stelt echtgenoot Luc Reiff. ""Als er in de stad een beeld wordt geplaatst, is het er een van een knikkerende jongen, een grand geste ontbreekt. Wat moderne kunst betreft is Almere actiever.''