Europa; Nieuwe stelling op schaakbord

De Duitse president, Richard von Weizsäcker, wist er in zijn kerstboodschap weer treffende bewoordingen voor te vinden: “Wij, Duitsers, staan voor grote en moeilijke taken. In het buitenland bestaat nogal wat zorg over de nieuwe Duitse kracht. Tegelijkertijd nemen echter ook aan alle kanten de eisen toe die aan ons en aan onze bereidheid om hulp te geven worden gesteld.”

Met die woorden schetste hij het dilemma van de Duitsers, dat het gevolg is van de nieuwe verhoudingen in Europa. Het einde van de Koude Oorlog, het herstel van de Duitse eenheid en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie betekent dat de stukken die veertig jaar op dezelfde plaats op het schaakbord stonden, uit het spel verdwijnen, worden verplaatst en in sommige gevallen promoveren. Echt overzicht hoe het spel zich verder zal ontwikkelen, bestaat er op dit moment nog niet, onder andere doordat het verplaatsen van de stukken welhaast autonoom doorgaat.

Het Duitse optreden in de Joegoslavische crisis, waarbij Bonn duidelijk voor de Europese muziek uitliep, zou wel eens symptomatisch kunnen zijn voor de manier waarop Duitsland in het nieuwe Europa zal gaan opereren. Der Spiegel stelde daarover vast: “Voor de eerste keer sinds 1949 hebben zij (de Duitsers) alleen en zelfstandig buitenlands beleid gemaakt.”

Het is niet alleen voor de Europeanen maar ook voor de Amerikanen allemaal nog even wennen, dat er geen Sovjet-Unie meer is en dat de Duitsers bezig zijn zich te ontwikkelen tot de grootste mogendheid van Europa met een aanzienlijke mate van zelfstandigheid in zijn buitenlands beleid. Vooral in de Verenigde Staten is een gevoel van onbehagen ontstaan over dit nieuwe Duitse zelfbewustzijn. Een hoge functionaris van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken verklaarde tegenover de New York Times dat de nieuwe Duitse assertiviteit “voor ons moeilijk te verteren zal zijn”.

De VS beginnen zich al wel in toenemende mate te realiseren dat de nieuwe verhoudingen in Europa ingrijpende consequenties moeten hebben voor hun eigen beleid. Een commissie van 21 militaire deskundigen, die functies vervulden onder de presidenten Carter, Reagan en Bush, onder leiding van luchtmachtgeneraal Lee Butler, heeft inmiddels de aanbeveling gedaan het aantal strategische kernwapens terug te brengen van 11.000 naar 5.000. Dat is 4.000 lager dan het niveau dat de VS en de voormalige Sovjet-Unie medio vorig jaar in het START-akkoord overeenkwamen. Volgens het rapport, waarop de Washington Post de hand heeft weten te leggen, moet het Amerikaanse kernwapenarsenaal wel groter blijven dan de arsenalen van Frankrijk, Groot-Brittannië en China gezamenlijk.

De commissie ziet duidelijk een nieuwe functie voor de Amerikaanse kernwapens. Volgens het rapport is het doel van het resterende arsenaal niet meer alleen om een aanval op Amerikaans grondgebied af te schrikken, maar ook om de invloed van de VS op het wereldtoneel te bestendigen en door deze dominantie Duitsland en Japan ervan te weerhouden zelf kernwapens aan te schaffen.

De Amerikanen hebben moeite met het Duitse triomfalisme dat ze menen te bespeuren. Het betekent kennelijk een aantasting van het Amerikaans gevoel van eigenwaarde. Ze willen zelf de grootste blijven en zien kennelijk op den duur de grootste dreiging uitgaan van Duitsland en Japan, de twee verliezers van de Tweede Wereldoorlog, die door hun militaire nederlaag eerst een economische voorsprong hebben weten op te bouwen, die ze nu de Sovjet-Unie geschiedenis is geworden ook politiek kunnen verzilveren.

De Amerikaanse senator Richard Lugar, invloedrijk lid van de commissie buitenlandse zaken, sloeg deze week echter een meer realistische toon aan in een vraaggesprek met Der Spiegel. Hij legt zich kennelijk neer bij die meer prominente rol van Duitsland in Europa. Op de vraag of hij uit de erkenning door Duitsland van Slovenië en Kroatië een nieuw Duits zelfbewustzijn afleidt, antwoordt hij: “Ja, en ik geloof dat dat goed is.” De ergernis in Amerikaanse regeringskringen over die Duitse assertiviteit, zoals die tot uitdrukking zou komen in de erkenning van Slovenië en Kroatië wuift hij weg: “Misschien werd het (Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken) voor de Duitse beslissing niet genoeg geconsulteerd of gewaarschuwd.” Hij noemt de ontwikkeling van een nieuw Duits zelfbewustzijn “een geheel normale ontwikkeling”, om daar in één adem aan toe te voegen: “Een sterk Europa heeft een Duitsland nodig dat rijk genoeg is om bij de wederopbouw van Oost-Europa te helpen en dat tegelijkertijd een leidende rol in de Europese Gemeenschap speelt.” De positie van Duitsland in het hart van Europa is zo sterk geworden, dat het beter is met dat gegeven maar gewoon rekening te houden, zo is zijn redenering. Allergische reacties op deze ontwikkeling leiden tot nodeloze vervreemding en isolement van de Duitsers. En dat zou pas echt gevaarlijk zijn.