Een schaamteloos naakte vrouw, zo koel als een klassiek beeld

Voorstelling: Luipaard, produktie De Toneelschuur. Spelers: Diane Belmans en Gerrit Bons; regie: Hendrien Adams. Gezien 4/1 Toneelschuur, Haarlem. Aldaar te zien t/m 11/1.

Er is geen taal die de geest zo kan besmetten als de taal van sommige toneelmakers of beeldende kunstenaars. Dan bedoel ik bij toneelmakers niet de taal die ze op het podium bezigen - die kan variëren van poëzie tot onzin, afhankelijk van de schrijver -, maar van heel het verklarende raamwerk rondom een voorstelling. Geen woord of het dondert in je oren.

Regisseuse Hendrien Adams maakte een voorstelling, getiteld Luipaard, over macht, seks, erotiek, wellust. Waaraan ze de tekst heeft ontleend, blijft zelfs in een vraaggesprek met haar in het programmablad onduidelijk. Wel staat er het volgende: “De ervaring waar het mij om gaat zit gefragmenteerd in mijn hoofd. Zonder oplossing of moralisme ben ik op zoek naar het wankele evenwicht tussen geciviliseerd en primitief, en dat was voor mij niet bevredigend in één stuk aanwezig. Mensen zijn wandelende vulkanen, naast hun gewone dagelijkse leven. De schaduwzijde van de drift, die intrigeert me.”

Bij elke zin verlang ik ernaar het tegendeel te bewijzen. In een voorstelling zie ik liever een eenheid dan iets dat "gefragmenteerd" in het hoofd van de regisseuse zit. Juist moralisme stelt de grens tussen geciviliseerd en primitief scherp. Wèl een voorstelling maken over seks en géén moralisme willen bedrijven, is laf. De Sade, Casanova of Kierkegaard (zeer erotisch) zijn meeslepend en opwindend omdat er altjd een moraal is te bespeuren, waartegen geageerd wordt. Mensen zijn eventueel wandelende vulkanen in hun dagelijkse leven: dat maakt hen interessant. Niet ernaast. Het beeld blijft echter hopeloos. Wat galmen die holle woorden. Opwindend zijn ze allesbehalve.

Toegegeven, het is unfair een voorstelling te leggen naast de goede, hemelbestormende bedoelingen. Hoe ziet Luipaard eruit? Na een door Diane Belmans sterk gespeelde maar te ondoorzichtig gehouden monoloog, waarbij ze zit aan een tafel, vindt de eerste breuk plaats. Videobeelden. Van door vrouwen ondergane pijnigingen. Dan treden Gerrit Bons en Diane Belmans naakt aan, weelderig bepruikt, en zingen een country-song. Tweede breuk. Vervolgens speelt de man een machtsspelletje met de vrouw. Er zijn laconieke scènes, zoals die waarin het aankleden telkens onderbroken wordt door een haastige vrijpartij. Vervolgens neemt Diane Belmans plaats op de tafel als op een podiumpje in de peep-show en laat ze zich elke opdracht tot een standje door de man welgevallen. Aan het slot zit zij roerloos en eenzaam - wederom aangekleed - aan tafel terwijl Lou Reed een smartelijke liefdessong zingt. De man daast rondom haar, zichzelf telkens ter aarde werpend als in zelfkastijding. Hij doorbreekt - pijn aan mijn oren - met zijn pathetisch en zinloos gebonk de ritmiek van de muziek.

Het knappe van de naakte vrouw is dat ze door de mengeling van volstrekte schaamteloosheid en welbewuste koelte iets krijgt wat herinnert aan klassieke marmeren beelden, ook van naakten. Met een striptease is deze voorstelling niet te vergelijken; daarin gaat het om de preutse oogopslag die zogenaamd niet weet wat het lichaam doet. In deze unverfroren tentoonstelling van blootheid, is het erotiserende ogenblik allang voorbijgestreefd.

Dat is de kracht van actrice Diane Belmans. Tegelijk haalt haar welbewust anti-moralistische spelkwaliteit de voorstelling onderuit. Want ik vraag me af wat de noodzaak was van deze voorstelling in deze vorm. Hendrien Adams wil eigenlijk niets: geen moralisme, geen oplossing. Wel vitaliteit in plaats van platte lust. Maar dan had de mannenrol veel krachtiger en gewelddadiger moeten zijn, tot je als toeschouwer niet weet waar te kijken of waar jij het, was jij die actrice, moest blijven.

Ik als toeschouwer had mijn zucht tot identificatie moeten vrezen - zover had Luipaard me moeten brengen. Het watje-achtige optreden van de man was zo genuanceerd dat er niets te vrezen viel. Ik herinner me liever Pierre Bokma die in Lulu van Wedekind naar de titelheldin keek: met een blik zo verontrustend, dat al het duistere, broeierige en angstige waarmee mannen naar ontklede vrouwen kijken voorgoed in die blik lag verscholen. Luipaard is een slome kieteling in de marge, daaraan kan Diane Belmans niets doen, wel de regie die kleur had moeten bekennen.