Drie Vietnamezen mogen nog in Nederland blijven

ZWOLLE, 8 JAN. Drie Vietnamese asielzoekers mogen niet worden uitgezet tot over hun herzieningsverzoek is beslist. Een vierde mag daarentegen wel worden uitgezet. Hij kon onder meer niet aannemelijk maken dat hij in Vietnam zou worden gestraft wegens "Republikflucht'.

Dat heeft de fungerend president van de rechtbank in Zwolle, mr. D.J. van Dijk, gisteren in kort geding bepaald.

De drie asielzoekers, een echtpaar uit Zwolle en een man uit Nijeveen werkten voor hun komst naar Nederland, mei vorig jaar, als arbeidscontractanten in Tsjechoslowakije. Zij vluchtten naar Nederland omdat zij na beëindiging van hun arbeidscontract niet naar Vietnam teruggestuurd wilden worden gezien het communistische regime aldaar. Zij spanden een kort geding aan om uitzetting naar Vietnam eventueel via Tsjechoslowakije te verbieden.

De advocaat van het echtpaar, mr. R. Bosma, deed een beroep op artikel 3 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Dit artikel bepaalt dat een vreemdeling niet verwijderd kan worden indien gegronde redenen bestaan om te veronderstellen dat de betrokken vreemdeling een reëel risico loopt op een vernederende of onmenselijke behandeling in het land van herkomst.

Uit een door Bosma overlegde brief van de Vietnamese ambassade in Tsjechoslowakije van 28 juni vorig jaar blijkt dat het echtpaar onder meer wordt beschuldigd van het maken van propaganda tegen de communistische partij en de Vietnamese staat. Tevens worden daarin maatregelen tegen hen in het vooruitzicht gesteld wanneer zij terugkeren naar Vietnam. Uit een brief van familieleden van het echtpaar blijkt voorts dat de Vietnamese autoriteiten van plan zijn betrokkenen uit het familieregister te schrappen.

Volgens het vonnis blijkt uit diverse publikaties van Amnesty International dat het met de mensenrechtensituatie in Vietnam “op dit moment droevig is gesteld”. Dit, gevoegd bij de brief van juni vorig jaar maakt het volgens het vonnis voldoende aannemelijk dat zij “bij terugkeer in Vietnam een zeer reëel risico lopen op een onmenselijke behandeling in de zin van het EVRM”. Tsjechoslowakije heeft het verdrag weliswaar ondertekend maar er bestaat, volgens het vonnis, geen zekerheid dat het land zich aan de bepalingen zal houden. Zolang daarover onduidelijkheid bestaat moet er rekening mee worden gehouden dat betrokkenen geen bescherming kunnen ontlenen aan met name artikel 3, wanneer zij naar Tsjechoslowakije worden uitgewezen, aldus het vonnis.