Dorpspolitiek in Amsterdam

HET POLITIEKE PAD van Jan Schaefer wordt steeds alternatiever. Na de “brede linkse beweging” komt de oud-PvdA-voorman nu met een alternatieve lijst voor de Amsterdamse deelraadsverkiezingen.

Enig doel: de nieuw in te stellen deelraad Binnenstad direct weer op te heffen. De eerste vergadering kan wat Schaefer betreft meteen de laatste zijn. Als zijn “referendumlijst” de meerderheid krijgt wordt het mandaat zonder omhaal geretourneerd naar het stadhuis. Meer dan een uurtje hoeft het niet te duren. Wèg deelraad.

Een oud-Kamerlid en voormalig staatssecretaris weet natuurlijk wel beter. De deelraad Binnenstad wordt niet door zichzelf ingesteld maar door de gemeente Amsterdam zodat hij zichzelf dus ook niet kan opheffen. Dat moet de gemeente doen. Daar moet Schaefer dus met zijn lijst zijn. En dan moet hij vlug zijn ook, want voor men het weet is de gemeente Amsterdam opgegaan in het regionaal bestuursorgaan ROA. Het gaat dan ook niet om alleen de grachtengordel, maar om het hele verschijnsel deelraad. En dit heeft op zijn beurt alles te maken met de kwestie van nieuwe bestuursvormen voor grootstedelijke gebieden.

Bovengemeentelijke constructies hebben het gevaar dat ze te ver van de mensen af komen te staan. De hele manier waarop de ROA op het ogenblik in de steigers wordt gezet vormt daarvan een illustratie. Het is een wel zeer select bestuurlijk onderonsje. Tegelijk maakt dit duidelijk dat men het democratisch deficit niet oplost door bestuurskracht te versplinteren over zestien afzonderlijke stadsdelen.

DE DEELRADENDEMOCRATIE stemt niet tot vreugde in Amsterdam, daar heeft Schaefer gelijk in. De bestuurlijke opdeling van de stad is heel aardig geweest voor het lokale baantjescircuit. Het heeft naar het zich laat aanzien ook de legitimatie gevormd voor een bezuinigingsoperatie. Maar het doet bizar aan wanneer de dorpspolitiek moet beslissen over de rector van het Vossiusgymnasium of de inrichting van het Museumplein, onmiskenbaar zaken die de wijk te boven gaan. Er klopt duidelijk iets niet wanneer de deelraad Binnenstad min of meer tegen de zin van de binnenstadbewoners wordt doorgezet maar de hele stad per referendum moet beslissen over de vraag “binnenstad autovrij?”

De burgers zijn vaak best tevreden over de dienstverlening. Weliswaar haalt men z'n nieuwe paspoort liever in het stadsdeelkantoor om de hoek dan ergens in het centrum, maar wat heeft een deelraad als politiek bestuursorgaan daar mee te maken? Een recent onderzoek over lokale democratie is ronduit vernietigend over het Amsterdamse deelradensysteem. Behalve in enkele speciale stadsdelen (de Bijlmer, Noord) kent de Amsterdammer zijn deelbestuur nog minder dan dat van de centrale stad - en dàt heeft al een herkenbaarheidsprobleem.

BINNENSKAMERS daagt ten stadhuize ook wel het besef dat zestien deelgemeenten teveel van het goede is. Dat besef te laten doorbreken verdient méér dan een hedendaagse versie van Hadjememaar of de Kabouters.