Documentaire over Cambodja maar ten dele geslaagd

Reporter, Dith Pran terug naar "The Killing Fields', Ned. 1, 22.55-23.35u.

Een documentaire maken over Cambodja is niet moeilijk. Een goede, originele documentaire over Cambodja maken is wel moeilijk en Roel Oostra is daar met Dith Pran terug naar "The Killing Fields' ook maar ten dele in geslaagd. Het gemakkelijke aan Cambodja is dat daar de afgelopen twintig jaar zoveel gruwelijkheden zijn gebeurd dat voor iedereen, die in bezit is van een pen en schrijfblokje of van een camera, op elke straathoek en in elk rijstveld een verhaal klaarligt. Probleem is dat die verhalen allemaal op elkaar lijken (moord, marteling en ontberingen onder het Rode Khmerbewind) en daarom, hoe schokkend ook, de verwende Westerse tv-kijker gauw verzadigen. Maar misschien is het ook wel goed om het telkens weer te vertellen, net zoals we steeds weer herinnerd moeten worden aan de holocaust uit de Tweede Wereldoorlog.

Oostra ging terug met Dith Pran, die model stond voor de hoofdfiguur uit de film "The Killing Fields' en met Haing S. Ngor, een arts/acteur die in die film uit 1984 de rol van Pran speelde. Beide Cambodjanen wonen nu in de Verenigde Staten. Hun bezoeken aan familie en plaatsen van toen vormen de mooiste fragmenten - het gebruik van passages uit "The Killing Fields' zelf is te eenvoudig en bovendien niet op zijn plaats in een documentaire, want een film is nu eenmaal fictie.

Indringend is de rondleiding die Haing Ngor geeft in Tuol Sleng, het vroegere martelcentrum van de Rode Khmer in Phnom Penh, nu een museum. Ngor prikt een priemende vinger in Oostra's gezicht en is oprecht boos op "de wereld' die niets deed toen een miljoen mensen in Cambodja werd afgeslacht. Het is de frustratie van het individu tegenover de regeringen van altijd en overal, die alleen in macht genteresseerd zijn en eigen belangen nastreven.

Oostra heeft weinig kennis van Cambodja en dat is jammer, hij debiteert nog al wat onjuistheden. Prins Sihanouk noemt hij de “vroegere heerser”, maar de prins is na zijn terugkeer eind vorig jaar juist weer aangesteld als staatshoofd. Sihanouk zou Tuol Sleng als museum willen ontmantelen, aldus de documentaire. Ook dat is onjuist: Sihanouk pleit ervoor de schedels en skeletten te begraven/cremeren, het museum wil hij handhaven - ook van zijn familie stierven velen onder Pol Pot.

Oostra meent ook ten onrechte dat de guerrillastrijd van de Rode Khmer nog steeds doorgaat. Ere wie ere toekomt, op dit moment is er een wapenstilstand, in het kader van de vredesoperatie van de Verenigde Naties, en daar houdt ook de Rode Khmer zich redelijk aan.

Gelukkig laat Oostra ook beelden zien van het tegenwoordige Phnom Penh, die een goede indruk geven van het dagelijkse leven. De vervallen huizen en de modderpoelen, de Japanse brommertjes, het uitgaansleven, de Engelse klassen. Filmfragmenten ook van de terugkeer van de huidige Rode Khmer-leider Khieu Samphan, op 27 november, toen hij door een woedende menigte tot bloedens toe werd geslagen en bijna werd gelyncht. “Eindelijk het bloed dat hij verdient”, zegt een stem.

Het slot van de documentaire, en een andere passage, worden begeleid door muziek uit de Matthäus Passion. Dith Pran bij een berg schedels: “Ik ben nergens meer bang voor” - het koor: “Wenn Ich am allerbängsten”. Verrassend, christelijke muziek bij een boeddhistische tragedie.