De prijs der verzuiling (3)

Verzuiling is een begrip dat werd bedacht door politicologen en andere ogen. Het was een beeld dat alleen bestond als je het zag. Knus en een beetje gedekt. Mijn en dijn netjes gescheiden. Nederland op zijn hollandst.

Verzuiling was tijdens een groot deel van deze eeuw een symbool voor de apartheid van bevolkingsgroepen die met elkaar gemeen hadden dat zij in het zelfde land woonden. Burgers bleven binnen de levensbeschouwelijke organisaties waar zij door geboorte toe behoorden. Die sloten voor hen, namens hen en zonder hen compromissen over de verdeling van publieke gelden. Verzuiling was een vredes-regeling die in stand werd gehouden door rivaliserende generaals.

Het aardige van het verzuilingsdebat, zoals zich dat de laatste tijd heeft ontwikkeld, is dat het autoritaire karakter van de verzuiling helder aan het licht komt. De meeste Nederlanders willen goed onderwijs en een behoorlijke dienstverlening. Zij staan betrekkelijk onverschillig tegenover de christelijke of socialistische snit van vakbonden, leenbanken, omroepen en harmoniekapellen. Dat belet de leiders van sommige zuilen allerminst te verkondigen dat de nieuwe minderheden ook maar de integratie-route van hun voorvaderen moeten volgen: via een eigen zuil.

In het voorbijgaan voegen zij er aan toe dat het overleg-stelsel gebaseerd op die verzuilde maatschappij het nog prima doet. Daar is niets mee mis, houden zo! Anders breekt de maatschappelijke chaos uit. Pas op voor rassenrellen. Kijk maar naar de stakingsgrafiek in landen waar ze zo'n unieke overleg-accordeon niet hebben.

Het is niet toevallig dat die pleidooien vooral komen uit de kring die het meest gebaat is bij verzuiling: de christen-democratische zuil. Want die heeft met een derde van de stemmen in Nederland pakweg tweederde van de zeggenschap in handen. Al decennia lang.

De politieke greep op het bestel dreigde haar in de loop van de jaren zeventig even te ontglippen, maar de fusie van protestantse en katholieke sub-stromen heeft geleid tot een herbevestiging van de gezamenlijke invloed zoals die tijdens de hele emancipatie van de betrokken groepen nauwelijks was voorgekomen.

De enige echte andere zuil was de arbeiders-zuil, de socialistische of sociaaldemocratische hoofdstroming. Haar poging de christelijke partijen te marginaliseren in het begin van de jaren zeventig heeft als een boemerang gewerkt en het CDA verder in het zadel geholpen. Pas onder leiding van Wim Kok en Marianne Sint is de PvdA de weg teruggekropen naar dat CDA - het leek de enige weg naar regeermacht.

De derde zuil is geen zuil. Onder wisselende vlaggen hebben liberalen in dit land het politieke spel meegespeeld, maar een zuil met "maatschappelijke organisaties' waar men op kon rekenen is het nooit geworden. Een erg duidelijke politieke groepering evenmin. Ook al omdat conservatieve en sociaal-liberale lijnen kris-kras door elkaar heen lopen. Er zijn in Nederland bijna even veel soorten liberalen als er klassieke fijnslijpers op links waren.

En zo is Nederland terecht gekomen in de jaren negentig met een economie die onvoldoende heeft geprofiteerd van bijna tien jaar groei in de wereld. Europa wordt echt, Japan wordt steeds aanweziger en Nederland zit met een dure erfenis uit de tijd dat bij Wuustweezel een ander land begon.

Het is allemaal al gezegd door mensen als Geelhoed en Van der Zwan, en zeer onlangs herhaald door de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO). Vergeleken met de landen waar Nederland mee concurreert geeft het te veel uit aan a) rente en aflossing op de staatsschuld, b) uitkeringen en subsidies. Voor c) de eigenlijke overheidstaken blijft te weinig over.

Omdat de uitgaven onder a. Onafwendbaar doorgroeien en onder b. Zo pijnlijk en zo lastig te trimmen waren, is de laatste jaren steeds op c. Beknibbeld. Dat heeft in steeds weer nieuwe 1-procents-, kasschuif-, kaasschaaf- en tussenbalans-operaties nooit genoeg opgeleverd voor fundamentele verandering van de verhoudingen. Essentiële investeringen in de infrastructuur bleven achterwege. Het heden is in eindeloos overleg geregeld ten koste van de toekomst.

Toen afgelopen zomer eindelijk het uitdijend ziektewezen zou worden aangepakt, kwamen de grenzen van het stelsel even echt in zicht. Na tien jaar uitstellen had het kabinet in een vage advies-aanvraag aan de Sociaal Economische Raad gezegd: de WAO- en ziektewet-kosten moeten onder controle worden gebracht. De SER, het hart van de verzuilde overlegeconomie, mocht zeggen hoe het moest, maar kon het niet eens worden.

De werknemers deden niet mee met een compromis van werkgevers en kroonleden. Wat toen gebeurde herstelde paradoxaal genoeg het zelfvertrouwen van de SER: de gekozen politieke leiders, vereend in het kabinet, bruskeerden binnen een dag het moeizaam bereikte advies. De SER hervond zijn gezicht. Vervolgens kwam het kabinet met zijn ferme besluiten onder vuur te liggen, en ook dat gaf een band - binnen de vermoeide ministersploeg en tussen Kok en zijn partij.

De conclusie kan dus zijn: het systeem werkt wonderwel. Er worden maatregelen genomen, wat wilt u nog meer?

De verzuilde besluitvorming in dit land heeft harmonie bewerkstelligd tegen een aanzienlijke prijs. De lieve vrede is van jaar tot jaar afgekocht met te dure regelingen en enorme subsidiestromen. Die zijn bovendien verdeeld en beheerd buiten het zicht van het parlement. Het verlies voor Nederland is: tijd, concurrentie-vermogen en democratische controle.

Het woord corporatisme is wat zwaar en wat vaak te onpas gebruikt de laatste tijd. Landbouw- en schilderschappen stammen uit die zelfregulerende middeleeuwse en vooroorlogse wereld. Het zijn soms efficiënte, vaak overbodige en altijd ondoorzichtige lichamen die regelen wat zij maar kunnen. Maar het gaat om meer.

Niet verkozen instellingen, of zij nu SER of Stichting van de Arbeid, Centraal Planbureau of Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heten, horen te adviseren. En geen besluitvormingstaken toegeschoven te krijgen. De meeste houden zich nauwlettend aan die beperking.

Organisaties van werkgevers en werknemers, vertegenwoordigd in sommige van die gremia, zijn tweeslachtig in hun houding. Zij willen gehoord worden. Wie niet. Maar de geïnstitutionaliseerde invloed is hen te dierbaar om niet met de politiek in een onontwarbare houdgreep te verkeren. De politiek die dat accepteert en er gebruik van maakt, werkt mee aan de verneveling van de verantwoordelijkheden in dit land. De prijs daarvan wordt ieder jaar hoger.