BIB: banken lenen aan minder landen

BAZEL, 8 JAN. Banken in de rijke industrielanden zijn in de eerste helft van 1991 omzichtig geweest bij het verlenen van nieuwe kredieten aan veel schuldenlanden.

Alleen Soedi-Arabië, Mexico, Portugal, Thailand, Zuid-Korea en Taiwan kregen nog nieuwe leningen. Dit meldt de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), de "centrale bank der centrale banken', in een gisteren verschenen rapport.

In de eerste helft van het afgelopen jaar namen de vorderingen van de banken op het buitenland af met 6,5 procent (43 miljard dollar). Tegelijkertijd zijn tegoeden bij buitenlandse banken volgens de BIB “in een ongekende omvang” afgenomen. De BIB schrijft de vermindering van de tegoeden toe aan de grote geldbehoefte bij de landen van de Opec (Organisatie van olieproducerende en -exporterende landen). Dat geld werd gebruikt voor de financiering van de Golfoorlog en van de daaropvolgende wederopbouw.

Ook kregen enkele landen in Midden- en Oost-Europa geen nieuwe leningen meer, waardoor zij een beroep moesten doen op hun tegoeden bij de banken, aldus de BIB. Deze tegoeden verminderden in de eerste helft van 1991 met veertien procent (2,7 miljard dollar), voornamelijk door een geldstroom naar de voormalige Sovjet-Unie. In de tweede helft van 1990 vergrootten de Midden- en Oosteuropese landen hun banktegoeden nog met 65 miljard dollar (110 miljoen gulden).

De BIB beklemtoont dat Hongarije en Tsjechoslowakije volledig aan de verplichtingen van hun buitenlandse schulden hebben voldaan. Polen was het enige Oosteuropese land dat zijn verplichtingen niet geheel nakwam. Joegoslavië nam in de eerste helft van 1991 een kwart van zijn banktegoeden op.

De Latijns-Amerikaanse bankleningen namen af met 4,6 miljard dollar, nadat ze in de tweede helft van 1990 nog met 3,2 miljard dollar waren gegroeid. Brazilië is vorig jaar begonnen met de gedeeltelijke betaling van rente over bankschulden, maar veel banken hebben hun vorderingen op dat land verkocht op de markt voor tweedehands-schulden, aldus het BIB-rapport.

De BIB constateert verder een “markante omkering van de kredietstromen” van China en India. In de tweede helft van 1990 kregen deze landen nieuwe leningen van respectievelijk 2,6 miljard en 0,9 miljard dollar, maar in de eerste helft van dit jaar verminderden de leningen met respectievelijk 1,4 miljard en 1,1 miljard dollar. De banktegoeden van China en India namen toe met 0,5 miljard dollar. (DPA)