Zwevende knollen, eieren, mensen en citroenen

Tentoonstelling: Renato Guttuso. T-m 16 feb in het Kunstmuseum Düsseldorf. Ehrenhof 5. Di t-m zo 11-18u.

In de schilderijen van Renato Guttuso (1912-1987) zijn de onderdelen van de compositie in een voortdurend onderling conflict verwikkeld. Ze voegen zich niet tot één geheel, maar stoten elkaar af. Het is net of bijvoorbeeld drie opeengestapelde boeken weigeren op elkaar te blijven liggen en hun uiterste best te doen om los te komen; ze willen als afzonderlijk boek worden gezien. Bij Guttuso is het daarom of de afgebeelde voorwerpen - boeken, planten, meubels, zelfs mensen - gewichtsloos zijn. Ze proberen zich aan elkaars nabijheid te ontworstelen en al zwevend betwisten ze elkaar de ruimte van het beeld. De schilderkunst van deze Siciliaan is dan ook verre van harmonieus, eerder hard en weerbarstig. Met deze eigenaardige kwaliteiten bereikte Guttuso in zijn beste werken een bijna tastbare spanning die het schilderij tot in de kleinste details bezielt.

Dit is te zien op de overzichtstentoonstelling in het Kunstmuseum in Düsseldorf. Een doek uit 1974 bijvoorbeeld, getiteld La Vucciria, toont de overdekte markt in Palermo. Tot in de kleinste uithoeken is het veelkleurige tafereel gevuld met inktvissen, kreeftjes, tomaten, citroenen, venkelknollen, worsten en kazen. Alles is ordelijk gesorteerd en dichtopeengepakt in kistjes, en toch is het of geen enkele selderijstengel of paprika een andere raakt. De eieren, kleinere en grotere netjes van elkaar gescheiden, lijken net een millimeter boven elkaar te zweven.

Er staan ook mensen op het schilderij, weggedrukt in dit overvolle stilleven. Rechts ontleedt een slager een aan een vleeshaak opgehangen rund dat drie keer zo groot is als hijzelf. De kaasboer verdwijnt achter mozzarella en parmigiano. Marktgangers laveren op smalle paadjes tussen de waren door, plastic tasjes in de hand. De meeste ruimte is toebedeeld aan een op haar rug afgebeelde vrouw, gekleed in een witte, strakzittende jurk. Ze is zojuist over een zak walnoten heen het schilderij binnengestapt. Haar goedgevulde billen zijn het eigenlijke centrum van de compositie. Een man nadert haar in tegenovergestelde richting. Hoe zullen de twee elkaar tussen de potten met olijven en moten zwaardvis kunnen passeren?

Het vreemde perspectief in dit schilderij is typerend voor Guttuso: aan de onderkant kijkt de beschouwer er "bovenop', en dan gaat de voorstelling steil "omhoog' in een versnelde beweging, zodat het bovenaan steeds voller wordt. Aan atmosferisch perspectief doet Guttuso niet; nergens vervagen de vormen of vloeien ze, in de verte, in elkaar over, ze blijven duidelijk omlijnd en geïsoleerd en vechten om hun stukje ruimte.

Guttuso is in de naoorlogse kunst een Einzelgänger, een eenzame, maar consequente verdediger van de figuratieve schilderkunst temidden van alle opeenvolgende avantgardes. In eigen land gold hij weliswaar sinds de jaren veertig als een vooraanstaand kunstenaar, maar daarbuiten viel hem een zeer selectieve waardering ten deel. Die waardering werd, zo blijkt uit de beschouwingen, niet in de eerste plaats bepaald door zijn schilderkunst, maar door het feit dat Guttuso vanaf 1940, toen de oorlog uitbrak, lid was van de communistische partij. Zijn werk werd zonder meer geïnterpreteerd als een uiting van sociaal realisme, geheel conformerend aan de voorschriften van de partij.

Het gevolg was dat hij vele grote tentoonstellingen had in de Sovjet-Unie en het Oostblok: in 1961 in Moskou en Leningrad, in 1967 in de Nationalgalerie in Oost-Berlijn, en in 1973 in Praag, Boedapest en Boekarest, om de belangrijkste te noemen. Maar liefst tweemaal ontving hij de Lenin-prijs, in 1951 en in 1972. In West-Europa werd Guttuso daarentegen vrijwel genegeerd. Een grote uitzondering was de expositie in 1962 in het Stedelijk Museum bij Willem Sandberg, die overigens in politiek opzicht een geestverwant van Guttuso was. Pas in 1978 volgden belangrijke exposities in Keulen en Stockholm.

Typerend voor de bevooroordeelde benadering van het werk van Guttuso is het standpunt van Werner Haftmann in zijn standaardwerk over schilderkunst in de twintigste eeuw. Hij schreef eind jaren vijftig dat de "communistische eis van het sociaal realisme Guttuso van zijn doel had weggevoerd' en tot een "onbeholpen realisme had geleid', waarbij de uitdrukkingskracht verloren ging in "het manifest- of posterachtige karakter van zijn werk'. En in de Nederlandse vertaling (4e druk, 1973) heet het dat de "progressief gerichte geestdrift' van de weliswaar "zeer begaafde Siciliaan Guttuso' door het "illusionistische realisme eindigde in holle declamatie'.

Of men nu houdt van het werk van Guttuso of niet, het is onmogelijk vol te houden dat zijn schilderijen propagandistische manifesten zouden zijn. Ze hebben niets van de holle retoriek van communistische proclamaties. Evenmin valt er iets te bespeuren van de verheerlijking van arbeidsethiek. Schilderijen als Balkon (1942) of Caffè Greco (1976) zou men vanuit de dogmatiek van het sociaal realisme als uitermate decadent moeten beschouwen.

Guttuso bleef trouw aan de figuratieve schilderkunst, niet in de eerste plaats vanuit zijn politieke overtuiging, maar omdat hij hield van de dingen die hij om zich heen zag: de sinaasappelplantages op Sicilië bijvoorbeeld, de oranje en rode daken van de Italiaanse dorpjes, vrouwen, en ook een houten stoeltje met rieten zitting dat in zijn oeuvre op de meest onverwachte momenten opduikt.

Het mooist zijn de meer verstilde schilderijen. Bijvoorbeeld van een vrouw die zich uit het raam buigt (1942), met op de voorgrond een tafel met stilleven van flessen, boeken, een rode doek en de schedel van een bok, een arrangement dat hij ook, met kleine verschillen, als zelfstandig "memento mori' heeft afgebeeld. Of het werk Balkon: een vrouw slaapt met haar hoofd op een tafel voor het open raam, waar, in het licht dat van buiten komt, een man de krant leest, leunend tegen de geopende balkondeuren. Prachtig gesuggereerd is de dubbele ruimte, van de kamer binnen en de buitenwereld, met een driedubbele afbakening van luiken, glas en jaloezieën. Of de Cactus boven de golf van Palermo, waar een cactus met lelijke, bochelige armen het hele beeld vult en zich in bochten wringt om zich te bevrijden uit de schilderijlijst.

Guttuso combineerde zijn liefde voor de zichtbare wereld met een abstracte opvatting van vormen en kleuren. Waar hij tussen deze twee polen spanning wist te creëren ontstonden prachtige schilderijen die een partij-ideologie ontstijgen.