Wetsvoorstel anonieme getuigen naar Kamer

DEN HAAG, 7 JAN. Rechters mogen een beslissing over het bewijs niet uitsluitend baseren op verklaringen van anonieme getuigen. Verklaringen van deze getuigen mogen alleen worden gebruikt in zaken waarbij sprake is van een ernstig strafbaar feit en als de getuige wordt bedreigd.

Dat staat in het wetsvoorstel getuigenbescherming dat minister Hirsch Ballin (justitie) gisteren bij de Tweede Kamer heeft ingediend. Wetgeving op dit terrein was nodig na uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg en de Hoge Raad waarin de rechten van de verdediging beter dan voorheen werden vastgelegd.

Als een vermoeden bestaat dat een getuige wordt bedreigd, beoordeelt de rechter-commissaris, die de leiding heeft over het gerechtelijk vooronderzoek, of die bedreiging gegrond is. Dat wil zeggen dat de getuige voor zijn leven, gezondheid, de veiligheid, de ontwrichting van zijn gezinsleven of zijn sociaal-economisch bestaan moet vrezen en te kennen heeft gegeven daarom geen verklaring te willen afleggen.

De onderzoeksrechter dient zich op de hoogte te stellen van de identiteit van de getuige. Hij is ervoor verantwoordelijk dat de bedreigde getuige anoniem blijft en kan daarvoor de benodigde maatregelen treffen. Zoals het schminken of vermommen van de getuige, het onzichtbaar maken van de getuige op de plaats van het verhoor, het doen plaatshebben van het verhoor op een geheime plaats en het transporteren van de getuige in een geblindeerde auto.

Politiemensen (met name pseudo-kopers en leden van observatie- en arrestatieteams) kunnen alleen anoniem worden verhoord, als zij als bedreigde getuigen kunnen worden beschouwd. Om te voorkomen dat zij in hun werk worden belemmerd, opent het wetsvoorstel de mogelijkheid van beperkte anonimiteit. Dat betekent dat zij wel tijdens een openbare rechtszaak kunnen worden ondervraagd, maar dat de rechter niet naar hun persoonsgegevens vraagt.