Westerterp ziet omzet Optiebeurs onveranderd

AMSTERDAM, 7 JAN. De omzet van de Amsterdamse Optiebeurs over 1991 zal ongeveer gelijk zijn aan die van 1990. De optiebeurs is, naar omzet berekend, niet langer de grootste van Europa.

Dit heeft algemeen directeur drs. T.E. Westerterp van de Amsterdamse optiebeurs gisteren bekend gemaakt in zijn nieuwjaarstoespraak. Het afgelopen jaar heeft de optiebeurs haar positie als grootste van Europa moeten afstaan aan de Deutsche Terminbörse (DTB). DTB, die pas in januari 1990 van start is gegaan, werkt met beeldschermen en heeft in korte tijd de omzet fors zien toenemen. De Amsterdamse optiebeurs werkt op dit moment nog met een marktvloer waar de handelaren hun zaken doen. Westerterp wees erop dat de volledig gecomputeriseerd werkende Zwitserse optiebeurs Soffex eveneens sterk in opmars is.

Westerterp waarschuwde eerder dit jaar voor toekomstige verliezen bij de optiebeurs en drong aan op beheersing van de kosten. Hij noemde in dat verband overgang naar een systeem van beelschermhandel voor de optiebeurs onvermijdelijk.

De totale omzet van de EOE-groep (optiebeurs, financiële termijnmarkt en agrarische termijnmarkt) kwam vorig jaar uit op 11,2 miljoen contracten. De opties namen 93,7 procent van de omzet voor hun rekening, de termijncontracten 6,3 procent. Volgens Westerterp blijkt daaruit dat Amsterdam nog steeds meer een optiecentrum is dan een centrum voor termijnhandelscontracten.

De winst van de EOE-groep komt in 1991 uit op ten minste 15 miljoen gulden. De beurs kan haar leden over 1991 een dividend van 30.000 gulden per zetel uitkeren.