Weinig uitbundigheid bij doopfeest van autofabrikant Nedcar

HELMOND, 7 JAN. In de glazen met champagne zaten - vermoedelijk ter koeling - kogeltjes die op motteballen leken, het applaus was, net als de uitgebrachte heildronk, lauw als het drankje zelf. De platen waarop de nieuwe naam Nedcar in de vijftien meter hoge mast staat geschreven, zijn wel erg dun en bolden bedenkelijk. En de muziek van het huisorkest Musique d'Epreuve had, vervliedend in de laffe winterwind, inderdaad iets van een beproeving.

Echt uitbundig ging het gisteren niet toe rond de naamsverandering van Volvo Car op het hoofdkantoor in Helmond. Het begeleidende vuurwerk was met drie pijlen marginaal. Het overgrote deel van de duizend personeelsleden van de vestiging was in de hal bijeengedreven: in de enge ruimte weldra zwetend als trekpaarden en vooral schouder-aan-schouder, wat volgens een werknemer symbolisch bedoeld was als het maken van één front tegen de Japanners van Mitsubishi Motor Corporation.

Mitsubishi heeft sinds deze maand 33⅓ procent van de aandelen in handen. De overige zijn gelijkelijk ondergebracht bij de Nederlandse Staat en bij Volvo Car Corporation (Zweden).

Tesamen bestieren zij wat sinds gisteren voluit Netherlands Car BV heet, afgekort tot Nedcar. Er werken na een ingrijpende reorganisatie, die juist achter de rug is, nog 9000 mensen. Vanaf vandaag zijn alle overalls van de werknemers in het produktiebedrijf in het Limburgse Born (6500 werknemers) voorzien van die naam. Na 1995 moet de produktie worden verdubbeld naar 200.000 auto's per jaar zonder dat er ook maar één overall bij mag komen.

“De stemming”, zo verwoordde een medewerker van de afdeling Inkoop, “is in het algemeen afwachtend en tendeert naar het negatieve.” Men is bang dat de Japanners op den duur het hart, dat wil zeggen de ontwikkeling van nieuwe modellen in Helmond (700 werknemers), uit de onderneming zullen snijden. Een medewerker van de afdeling Ontwikkeling: “Wat gebeurt er als de lopende fase van het ontwikkelen van een nieuw model over tweeënhalf jaar zal zijn afgelopen? Dan zal pas het uur van de waarheid aanbreken. Als we het nu laten afweten, dan zullen de Japanners dat deel van ons werk niet zo gauw meer aan ons overlaten.”

“De motivatie”, zegt in het bedrijfsblad Binnenspiegel voorzitter W. Peters van de ondernemingsraad in Helmond, “is volledig weg. Doordat we niet alleen de drie aandeelhouders hebben, maar ook nog Renault, krijg je een ingwikkeld politiek spel.”

“Dat de motivatie helemaal weg is”, zegt bestuurder H. van Rees van de Industriebond FNV, “is wat overdreven, maar als een gelaten stemming wordt vastgesteld, dan is dat juist. De Japanners hebben weliswaar bij herhaling laten weten dat ze erg onder de indruk zijn van de kwaliteiten van de Nederlandse medewerkers, maar als straks puntje bij paaltje komt en het inderdaad over de vraag gaat wat er met de ontwikkeling moet gaan gebeuren, dan bestaat er geen enkele garantie waarop terugggevallen kan worden. Het vervolg van het traject zit een beetje te veel in de sfeer van de vrome intenties.”

“We hebben”, aldus een woordvoerder van de onderneming, “inderdaad een nog al naargeestig jaar achter de rug”. Sinds oktober vervielen 1450 arbeidsplaatsen. Tweehonderd mensen moesten via "outplacement' hun heil buiten de onderneming zoeken.

De nieuwe president-directeur, ir. F. W. Sevenstern, sinds 1 januari opvolger van de Belg A. Deleye, riep in zijn feestrede soms hartstochtelijk op om de handen uit de mouwen te steken. “Het commerciële proces ligt nu in handen van de beide industriële partners (Volvo Car Corporation en Mitsubishi Motors Corporation) zelf en wij zullen als Nedcar de betrouwbare toeleverancier moeten zijn. Ik draai er beslist niet omheen: de eisen zullen uitdagend en zwaar zijn, maar met een maximale doelmatigheid, een zéér groot kostenbewustzijn en de inzet van ieder van ons om elke dag weer beter te werken dan de dag daarvóór, zullen wij als Nedcar de grote kans krijgen om voor langere tijd ónze toekomst - van ieder van ons persoonlijk - veilig te stellen.”

“Veel zal”, zei een van de musikanten in onvervalst Brabants, “van ons eigen afhangen.”

En een medewerker van de commerciële afdeling: “Eén ding hebben we tenminste gewonnen: uitzicht op een nieuwe toekomst, wat die dan ook zal brengen.”