VS hebben belachelijke pretenties tegenover Japan

Japan en de Verenigde Staten dreigen geopolitiek met elkaar in botsing te komen. Het is een botsing die haar oorsprong vindt in de logica van internationale betrekkingen en die weinig te maken heeft met fricties over handelsbetrekkingen, met de herinneringen aan de oorlog of met etnische tegenstellingen.

Het is in de mode te menen dat de “nieuwe wereldorde” - waarin wordt aangenomen dat de VS de enige grote mogendheid zijn en dat democratieën elkaar niet bestrijden - vooruitloopt op een vreedzaam tijdperk waarin oude concepten van de internationale politiek verouderd zijn geworden. In werkelijkheid keert de internationale politiek terug naar het historsiceh patroon van rivaliteit van grootmachten in een multipolair kader.

De beleidsmakers moeten nog eens nadenken over de conventionele wijsheid die beweert dat de VS niet worden bedreigd door het economische succes van Japan en dat - zolang de Amerikaanse economie een beetje blijft groeien - de Amerikanen zich geen zorgen hoeven te maken als de Japanse economie sneller groeit. Dat naïeve denkbeeld spruit voort uit het door de Koude Oorlog veroorzaakte geheugenverlies ten aanzien van internationale politieke realiteiten, en met name het feit dat het internationale systeem fundamenteel anarchistisch blijft.

Uiteindelijk moeten landen voor hun eigen belangen opkomen; hun eerste prioriteiten zijn overleving en beslissingsautonomie. Een staat dient zich zorgen te maken dat andere staten te machtig worden. Er zijn natuurlijk dwingende redenen waarom landen samenwerken en ze hebben ook vaak eerder gemeenschappelijke dan concurrerende belangen. Dat geldt met name ten aanzien van de economie, omdat de voordelen van een vrije uitwisseling en specialisatie alle deelnemers aan een open handelssysteem kan verrijken.

Tijdens de bipolaire periode na de oorlog is het Westerse bondgenootschap er fundamenteel in geslaagd de zorgen die in de VS, Japan en West-Europa bestonden over de onderlinge concurrentie uit te bannen - zorgen over de relatieve verdeling van macht en rijkdom. Nu de Koude Oorlog voorbij is, verschuiven de Amerikaans-Japanse betrekkingen van een ongemakkelijk bondgenootschap naar een behoedzame rivaliteit; de geopolitieke concurrentie wordt niet langer onderdrukt door de prioriteit van de tegen de Sovjet-Unie gerichte samenhang.

Het veiligheidsdilemma, dat is ingebed in de internationale politiek, moedigt staten aan te concurreren met andere, ongeveer even machtige staten. Ze wedijveren politiek, militair en economisch.

In multipolaire systemen worden de mogendheden op de eerste en tweede plaats concurrenten. Japan zal leren leven met zijn opkomende grootmachtstatus, en wat nu een primair commerciële rivaliteit is krijgt een diplomatieke en veiligheidsdimensie. Het feit dat Japan ergens tussen 2025 en 2050 Amerika zal inhalen als 's werelds grootste economie is van enorm strategisch belang. De Amerikaans-Japanse rivaliteit zal niet worden gedempt door wederzijdse afhankelijkheid. Die interdependentie veroorzaakt niet rust, maar juist spanningen, in de internationale politiek: staten neigen ertoe met staten waarmee een hoge graad van interactie bestaat te ruziën dan wel te concurreren. In 1914 waren Duitsland en Engeland elkaars beste handelspartners en in 1941 was Amerika de beste klant van de Japanse export.

Het heeft geen zin te hopen dat Japan geen grote mogendheid zal worden of dat het een acceptabeler beleid gaat voeren. Overwegingen van veiligheid, autonomie, de militaire en economische concurrentiepositie en prestige zullen van Japan onvermijdelijk een wereldmacht maken. In principe zal het Japanse beeld van de wereld niet veranderen. Het op export georiënteerde mercantilisme illustreert Japans positie als een land met weinig natuurlijke hulpbronnen en gaat terug tot de Meiji Restauratie van 1868: toen al werd gevonden dat export de sleutel vormde tot de Japanse kracht en rijkdom.

Amerika's problemen met Japan zijn het resultaat van wat de politieke wetenschapper Arthur Stein heeft genoemd het dilemma van de hegemon. In plaats van na de oorlog zijn overweldigende relatieve machtspositie te handhaven heeft Amerika Japan en West-Europa beschermd tegen de Sovjet-Unie en hun economische wederopbouw actief ondersteund. Op middellange termijn heeft dit beleid iedereen veiligheid en economisch voordeel gebracht. Net als Duitsland en de EG is Japan op termijn door de Amerikaanse veiligheidsparaplu bevrijd en een handelsnatie geworden. Door in relatie tot de VS steeds krachtiger te worden heeft Japan zich in een positie gemanoeuvreerd waarin het een uitdaging kan vormen voor de wereldwijde politieke en economische krachtspositie van de VS. Wat in de jaren van de Koude Oorlog gezond beleid was, is averechts gaan werken omdat de VS er te lang aan hebben vastgehouden.

Amerika's relatieve economische terugval, de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de opkomst van Japan als een krachtige acteur op het internationale toneel maken een nieuwe, tweesporige nationale strategie noodzakelijk: door ten eerste een eind te maken aan de militaire bescherming van Japan en dat land te dwingen de nu door de VS gedragen verantwoordelijkheden voor de Japanse veiligheid over te namen moet Japan worden gedwongen zich in te laten met de internationale politieke werkelijkheid; en ten tweede moet er, door buiten de oude concepten van vrije handel en protectionisme te treden, een geo-economische strategie worden uitgestippeld die de Amerikaanse macht in relatie tot Japan omvat.

Dat betekent bijvoorbeeld dat de export van technologie moet worden ingedamd, dat Amerika zijn strategische positie als producent moet beschermen en dat de dollar moet worden versterkt om de kosten van de import uit Japan op te drijven. Het antwoord van de regering-Bush aan degenen die het Amerikaanse beleid in relatie tot de Japanse uitdaging willen veranderen, komt neer op een veroordeling van “isolationisme” en een aanroepen van de geestloze mantra van “het handhaven van het leiderschap van Amerika”. Maar de pretentie van een wereldwijd leiderschap is nu al een aanfluiting als (volgens het ministerie van handel) Amerika op Japan achter dreigt te raken bij belangrijke nieuwe technologieën, als Japan meer geld uitgeeft aan investeringen en onderzoek en als de Japanse crediteuren Amerika schuwen als de pest.

De Japanse uitdaging is er een van de lange adem en is strategisch van aard. De suggestie, dat Amerika zich eerst moet concentreren op de hardnekkige verdediging van zijn eigen belangen in de concurrentierelatie met Japan heeft niets met isolationisme te maken.

©Los Angeles Times- NRC Handelsblad