Verbod gevraagd op prijsafspraken van grote banken

ROTTERDAM, 7 JAN. Een aantal grote zakelijke gebruikers van betalingsverkeer heeft de ministers Andriessen (economische zaken) en Kok (financiën) gevraagd op te treden tegen prijsafspraken van banken.

Op grond van de Wet Economische Mededinging, die "horizontale prijsregelingen' verbiedt, wil het Gebruikersplatform Betalingsverkeer een verbod op de uniforme tarieven die Nederlandse banken elkaar in rekening brengen voor de verwerking van optisch leesbare acceptgiro's (OLA) en automatische incasso's. Vorig jaar sloten de drie grootste Nederlandse banken (ABN Amro, NMB-Postbank en Rabobank) een overeenkomst elkaar dertig cent in rekening te brengen per verwerkte OLA en 10 cent per incasso.

De banken zeiden bij introductie dat er geen sprake was van laakbare prijsafspraken, omdat het een strikt onderlinge verrekening betreft die consumenten niet zou raken. In de praktijk blijken de klanten van de banken nu te worden geconfronteerd met tarieven voor verschillende betaaldiensten, waarbij de 30 cent per OLA en de 10 cent per incasso als “ononderhandelbare bodem” gelden, aldus het Gebruikersplatform. De organisatie bundelt bedrijven die veelvuldig gebruik maken van het betalingsverkeer, zoals dagbladuitgeverijen, ziekenfondsen en postorderbedrijven. Ze zeggen samen goed te zijn voor 104 miljoen OLA's en 42 miljoen automatische incasso's per jaar.

De Nederlandse Vereniging van Banken, die vorig jaar de overeenkomst tussen de drie grote banken bekendmaakte, vindt verwijten hierover aan haar adres misplaatst omdat de gewraakte afspraken "bilateraal' zijn gemaakt. Of een juridische procedure tegen de banken kans van slagen heeft, laat de vereniging in het midden. Wel wijst ze erop dat het de betrokken banken ieder voor zich, ondanks de onderlinge afspraken, vrijstaat hun klanten een willekeurig tarief in rekening te brengen.

Het Gebruikersplatform verzoekt Economische Zaken en Financiën de prijsafspraken tussen de drie grote banken onverbindend te verklaren omdat de onderlinge concurrentie hierdoor uitgeschakeld zou zijn. “De consument wordt hierdoor benadeeld, omdat zijn keuze en daarmee onderhandelingsmogelijkheden worden beperkt of teniet gedaan”, aldus het platform.

De leden ervan signaleren ook dat de afspraken leiden tot bevriezing van de concurrentieverhoudingen, “nu de drie grote banken hun greep op de markt van het particuliere betalingsverkeer consolideren”. Door het "cementeren' van de betaalrekening "als distributie-instrument bij uitstek' zouden andere banken en eventueel daaraan verbonden verzekeringsinstellingen minder gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot de particuliere markt voor de afzet van hun bank- en verzekeringsdiensten.