Reislust werd Haagse "baas' welzijn fataal

DEN HAAG, 7 JAN. Directeur drs J.J.H. R. van de Stichting Haags Sociaal-cultureel werk (SHS) heeft er vooraf ongetwijfeld over nagedacht. Zal ik het hele verhaal vertellen? Of zal ik sommige van mijn goede relaties in de hoogste echelons van de gemeente Den Haag beschermen? Het is een subtiele afweging - met voor sommige Haagse bestuurders mogelijk vergaande consequenties.

Toen R. zich gistermorgen, klokke half tien, voor verhoor op het hoofdkantoor van politie meldde, wist hij dat hij gearresteerd zou worden. Dat was hem reeds eind vorige week meegedeeld. Hij had ook een algemeen inzicht in wat de recherche zoal aan frauduleuze handelingen tegen hem had gevonden.

R. heeft een aantal geharnaste vijanden in de kring van Haagse welzijnswerkers en -bestuurders, van wie bekend is dat ze een "lijntje' naar de politie hebben. Soms zijn het vrienden uit een ver verleden, soms zijn het verongelijkte oud-collega's, soms zijn het mensen die menen door R. “belazerd” te zijn. Een aantal van hen vertelt al jaren aan vriend en vijand wat er op de directeur is aan te merken, een enkeling beschikt over zeer gedetailleerde kennis van R.'s neiging tot financiële Spielerei. R. wist dat deze kennis ook bij de recherche bekend was geworden, sinds deze mei vorig jaar een onderzoek startte.

Dat onderzoek was niet het eerste tegen R. Al zeker tien jaar doen er verhalen de ronde over zijn optimale gebruik van subsidierichtlijnen - sommigen noemen het misbruik. Zo legde hij, in de wandeling Joop genoemd, begin jaren tachtig op vergaderingen van teamleiders in smakelijke toonzetting de werking van de "postzegeltruc' uit. Die ging als volgt. Namens het buurthuis stuurt de welzijnswerker een secretaresse naar het postkantoor voor de aanschaf van postzegels à, pakweg, duizend gulden. De secretaresse vraagt een kwitantie. Diezelfde dag vraag je een tweede secretaresse opnieuw naar de PTT te gaan om te zeggen dat er abusievelijk tweemaal voor duizend gulden zegels zijn ingekocht: mag ik ze inruilen en mijn geld terug? Netto resultaat: geen kosten en het bezit van een kwitantie ter waarde van duizend gulden subsidie.

Maar R. interesseerde zich voor meer dan alleen dergelijk kruimelwerk. Hij reisde graag en in Den Haag reisden topambtenaren en wethouders graag mee. Niet altijd kon men het professionele nut van zo'n tripje naar Israel of Japan haarscherp aangeven, maar bestuurlijk Den Haag toonde begin jaren tachtig weinig neigingen daarover hard te vallen. Een cultuur ontstond. Het was de tijd waarin de budgetten voor de markt van welzijn nog nauwelijks aan kritiek blootstonden.

Maar dat laatste veranderde en daarmee werd de reislust van R. in toenemende mate een steen des aanstoots. Want los van zijn privé-voorkeuren toonde R. zich als directeur een voorstander van een harde, zakelijke benadering van het welzijnswerk, waarmee menige agogisch georiënteerde meidenwerkster ernstige problemen had. Het "wil je erover praten?' kwam in het vocabulaire van R. niet voor, en wie die houding toch wilde aanhouden kon maar beter elders een betrekking zoeken. Zo ontstond bij de SHS, in talloze buurt- en clubhuizen, een gespannen sfeer, waarbij steeds meer welzijnswerkers vaststelden dat R.'s reislust op kosten van de subsidiegever niet overeenstemden met zijn zakelijke benadering van het werk.

R. reageerde geharnast. In Scheveningen - een van Den Haag moeilijkste gebieden - stelde hij een ex-beroepsmilitair aan het hoofd van de kinder- en jongerenwerkers en deze liet aan alle collega's luid en duidelijk weten dat "het gelul' voorbij diende te zijn. Hij verplaatste zich in BMW-met-autotelefoon, droeg een diplomatenkoffer en kon redelijk ruw in de mond zijn. Sommige mensen werden door hem fysiek bedreigd wanneer zijn zin niet geschiedde. Ontslag op ontslag volgde. En inmiddels veranderde er niets aan het reisgedrag van R. Hongkong, Canada, de VS werden aangedaan, terwijl in Scheveningen de baan van de ene werker na de andere sneuvelde. Deze vorm van ogenschijnlijke rechtsongelijkheid werd sommigen te gortig. Ze stapten naar de politie.

Een rechercheur zocht eind jaren tachtig alles uit. Hij stuitte op verscheidene bestuurders die aan R.'s reizen hadden deelgenomen en meldde een en ander aan de korpsleiding. Maar tot ontzetting van de rechercheur weigerde de gemeente aangifte te doen, waarna de kwestie opdroogde.

Totdat vorig jaar een artikel in deze krant verscheen. In Scheveningen bleken fysieke bedreigingen aan de orde van de dag, terwijl R. er nog altijd lustig op los reisde. Uit vertrouwelijke rapporten van de accountantsdienst bleek dat de reizen reeds begin jaren tachtig aan de kaak waren gesteld, maar dat geen wethouder er iets mee had gedaan.

De eind 1989 aangetreden wethouder A. van Kampen (PvdA) vond het mooi geweest. Ze deed de aangifte die haar voorganger niet aandurfde. En sindsdien is de bange vraag voor menig ex-reisgenoot-stadsbestuurder: lapt Joop er me bij of blijft hij me beschermen?