PIERRE MAUROY; Oude rot in de partij

Pierre Mauroy is een sociaal-democraat van de oude stempel. Hij heeft steeds gegolden als een man die in de gelederen van de partij vertrouwen wekt en rust uitstraalt.

Reeds op 16-jarige leeftijd treedt hij toe tot de jeugdorganisatie van de socialistische partij. Tussen 1949 en 1958 is hij de nationale secretaris van deze organisatie. In 1973 wordt hij burgemeester van het Noordfranse Lille, een industriestad met meer dan een miljoen inwoners. Deze post in combinatie met zijn prominente plaats in de partij, als hoofd van de machtigste federatie in de partij, die van het noordelijke district, bezorgen hem de naam "keizer van het noorden'.

In 1971 behoort hij tot degenen die de kandidatuur van François Mitterrand als partijleider steunen. In de verkiezingscampagne fungeert Mauroy als diens voornaamste woordvoerder. Na Mitterrands overwinning bij de presidentsverkiezingen in 1981 wordt Mauroy premier aan het hoofd van een regering van socialisten, communisten en radicaal-links. Het begin van zijn regeerperiode kenmerkt zich door een zekere euforie. Het minimumloon stijgt het tien procent, de laagste uitkeringen gaan met twintig procent omhoog, de steun voor invaliden met 25 procent, de werkweek wordt 39 uur en de vakantie wordt vastgesteld op vijf weken. Mauroy schaft de doodstraf af.

Gevolg van deze politiek is wel dat de loon- en prijspiraal snel de hoogte in schiet. In mei 1982 moet Mauroy dan ook verklaren dat er aan verdere loonstijging niet meer te denken valt. De tegenvallende uitslag van de locale verkiezingen van 1983, waarbij Mauroy zelf overigens wordt herkozen als burgemeester van Lille, leidt tot verschuivingen in het kabinet. Mauroy slaagt er echter niet in om het aantal werklozen onder het door hem gestelde maximum van twee miljoen te houden en ook aan een devaluatie van de franc is niet langer te ontkomen.

In juli 1984 moet Mauroy het veld ruimen, als de Europese verkiezingen een grote nederlaag hebben opgeleverd voor de socialisten (20,7 procent) en de communisten (11,2 procent). Bovendien wordt de regering door massale demonstraties gedwongen een voorstel voor gelijkschakeling van het confessionele onderwijs in te trekken. Hij wordt opgevolgd door Laurent Fabius, met wie president Mitterrand een duidelijke koerswijziging wil doorzetten. “In de vijfde republiek is de premier nu eenmaal de bliksemafleider van de president.”

In 1988 wordt Mauroy gekozen tot leider van de socialistische partij. In die functie slaagde hij er echter niet in een einde te maken aan de voortdurende opvolgingsstrijd die in de partij aan de gang is.