Missie VN in Somaliëis mislukt

NAIROBI, 7 JAN. De speciale afgezant van de Verenigde Naties voor Somalië, James Jonah, is gisteren onverrichterzake teruggekeerd in Nairobi. Jonah moest pogen te bemiddelen tussen de gewapende Somalische groepen, die ieder op een verschillende clan - grootschalige familieverbanden - steunen en de mogelijkheden voor een VN-vredesmacht onderzoeken.

James Jonah weigerde te zeggen wat er in zijn rapport aan de Veiligheidsraad staat. Als zijn persoonlijke mening gaf hij: “Op praktische gronden kan alleen het zenden van een VN-vredesmacht adequaat zijn. In Somalië bestaat geen georganiseerde, beschaafde samenleving meer. Er moet eerst een vorm van stabiliteit komen.”

Jonahs vredesmissie naar Mogadishu en Noord-Somalië bleek niet zonder gevaren. “Er werden pogingen ondernomen om mijn bezoek extreem moeilijk, zo niet gevaarlijk te maken. Toen ik met interim-president Ali Mahdi overlegde had er honderd meter verderop een mortiergevecht plaats. Dat was voor mij een niet erg aangenaam gesprek.” Jonah weigerde een van de twee partijen de schuld te geven. “Beide partijen beschuldigen elkaar ervan te pogen mijn missie te saboteren.” Tijdens zijn bezoek aan de Noordsomalische stad Hargeisa zag Jonah zich geconfronteerd met duizenden woedende demonstranten. “Het betrof een grote en georganiseerde demonstratie. Ik ervoer het als zeer bedreigend.”

De medische situatie in Mogadishu noemde Jonah afschrikwekkend. Slechts een handjevol internationale hulporganisaties zetten hun werk voort. Zondag werd in de Noordsomalische stad Bosaso een Bulgaarse dokter van de VN gedood. Volgens Jonah betrof het moord met voorbedachte rade, gepleegd door een onbekende groep. Vorige maand werden twee medewerkers van het Internationale Rode Kruis in Mogadishu doodgeschoten.

Het kleine beetje goede nieuws waarmee Jonah aankwam, bleek onmiddellijk na de persconferentie al te zijn achterhaald. “We hebben met de strijdende partijen overeenstemming bereikt over zones van rust rond de ziekenhuizen”, zei Jonah. Gisteravond kwamen er berichten uit Mogadishu dat enkele ziekenhuizen waren beschoten. Vermoedelijk waren andere verzetsgroepen dan die van Aideed en Ali Mahdi verantwoordelijk voor deze aanvallen. De hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (MSF) trok daarop gisteren een deel van haar staf terug uit Mogadishu. “Ziekenhuizen lijken nu ook doelwit te zijn geworden”, aldus een verklaring van MSF.

Ruim zeven weken geleden laaide voor de vierde keer in één jaar de burgeroorlog op in Somalië. Strijders van generaal Aideed, voorzitter van het Verenigde Somalische Congres (USC), bestormden in november in een grootschalig offensief de posities in Mogadishu van interim-president Ali Mahdi, die namens een andere factie van het USC de regering leidde. De aanval luidde de meest bloedige en meest vernietigende gevechtsronde in van het afgelopen jaar. Ruim vierduizend mensen verloren in de afgelopen weken het leven, een kwart miljoen stadsbewoners sloeg op de vlucht en de eens prachtige havenstad dreigt geheel te worden vernietigd.