"Meer bebouwing op IJ-oevers nodig voor financiering project'

AMSTERDAM, 7 JAN. De bebouwing aan de IJ-oevers zal drastisch moeten toenemen, wil het ambitieuze project in de Amsterdamse binnenstad financierbaar blijven. Volgens prof.ir. Tj. Dijkstra, de namens de gemeente aangestelde supervisor over het IJ-oeverproject, zal het totale bouwvolume 60 procent moeten toenemen tot 1,6 miljoen vierkante meter, wat een aanmerkelijke verdichting van de bebouwing rondom het Centraal Station met zich mee zal brengen.

Toename van het bouwvolume zou noodzakelijk zijn geworden, omdat volgens de eerste berekeningen van het Amsterdam waterfront financieringsmaatschappij (AWF) de kosten van het IJ-oeverproject meer dan 300 miljoen gulden hoger uitvallen dan oorspronkelijk door de gemeente was geraamd. Dijkstra waarschuwde de Amsterdamse gemeenteraad gisteren in een commissievergadering dat op deze wijze een aantal fundamentele stedebouwkundige uitgangspunten voor het IJ-oeverproject ondergraven dreigen te worden. De gemeenteraad sprak zich eerder uit voor een niet al te dichte bebouwing langs de IJ-oevers.

Volgens J. van Rijs, directeur van de AWF, wordt een te grote nadruk gelegd op de vergroting van het bouwvolume en moet het AWF ook met de financiële factoren van het project rekening houden. Een toeneming van 60 procent van het vloeroppervlak is volgens hem bovendien “fysiek onmogelijk”. “Er zou dan geen IJ meer overblijven”, aldus Van Rijs.

De AWF, waarvan de gemeente en de Internationale Nederlanden Groep elk voor de helft aandeelhouder zijn, zal in principe dit jaar met een ondernemingsplan voor de IJ-oevers moeten komen. De gemeenteraad op zijn beurt zal met een bestemmingsplan komen voor het te bebouwen gebied. Volgens ingewijden dreigen bestemmingsplan en ondernemingsplan dermate uiteen te lopen dat de gemeente uiteindelijk grote concessies zal moeten doen op zijn uitgangspunten voor de bebouwing van de IJ-oever wil het project doorgang vinden.