Media lijden aan beeldversmalling over de oorlog

Is de vredesbeweging schuldig aan het voortslepen van de oorlog in Joegoslavië? Op 31 december verscheen in NRC Handelsblad een artikel van Elsbeth Etty en Peter Michielsen, waarin deze suggestie doorklonk.

Venijnig klinkt het: “Een organisatie die jaar in jaar uit in staat is gebleken alle publicitaire middelen te benutten om honderdduizenden mensen te mobiliseren (...), heeft het (nu) helemaal niet geprobeerd”. De redacteuren roepen op tot actie, tot de vorming van een internationale vredesbrigade die zich tussen de strijdende Kroaten en Serviërs gaat legeren. Het idee van een internationale vredesbrigade is niet nieuw. Al in juli 1991 hebben we dat voorstel uitvoerig besproken en op papier gezet, samen met onze partners in Joegoslavië. De realiteit ervan is juist wegens de oorlog tot op heden onmogelijk gebleken. Maar dat betekent niet dat het IKV dan maar, "met lauwheid bevangen', bij de pakken is gaan neerzitten!

Mag ik, in kort bestek, nog eens zeggen waarmee we, wat betreft Joegoslavië, zo al bezig zijn? Nog eens, want veel van wat we doen is regelmatig aan de media toegestuurd; ook in NRC Handelsblad is daar echter nooit iets over bericht, helaas. Het IKV heeft in de loop van de jaren tachtig contacten opgenomen met vredes- en mensenrechtengroepen in alle (voormalige) Joegoslavische republieken. Met deze en nieuwe partners staan we in vrijwel dagelijks contact. We geven berichten door (aan de media bijvoorbeeld) over de visies van vredesactivisten uit Joegoslavië en over de tientallen activiteiten die zij ondernemen. We reizen af en aan naar Joegoslavië om deel te nemen aan ronde-tafelgesprekken tussen vredesactivisten, intellectuelen of kerkmensen uit de diverse republieken die als gevolg van de oorlog vaak onderling verdeeld raken.

We trokken aan de organisatie van de Nederlandse deelname aan de eerste internationale Vredeskaravaan; eind september reisden ruim vierhonderd personen door Joegoslavië om steun te geven aan de talloze lokale vredesgroepen die overal in het land als paddestoelen uit de grond schoten. Samen met het aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geaffilieerde Platform Gemeentelijk Vredesbeleid namen we het initiatief tot een internationale conferentie voor gemeentebesturen, die eind november in Boedapest plaatsvond. Onder de honderden aanwezigen bevonden zich vertegenwoordigers van de gemeenten uit alle (voormalige) Joegoslavische republieken. Velen van hen werken nu aan lokale vredesprogramma's, gericht op verzoening, de opvang van de vele duizenden vluchtelingen en het voorkomen van verder geweld.

In Centraal en West-Europa zoeken we gemeentebesturen die deze Joegoslavische "vredesgemeenten' hierin actief willen steunen. We ondersteunen ook vluchtelingen en "deserteurs' uit Joegoslavië en we proberen de religieuze wortels van het conflict, tussen met name katholieke en orthodoxe christenen, bespreekbaar te maken.

De vredesgroepen uit Joegoslavië willen de komende maanden in talloze dorpen en steden "round tables' van de grond tillen, organen waarin onder meer vertegenwoordigers van lokale etnische en religieuze groepen en het gemeentebestuur samenkomen. Deze round tables staan voor de uitdaging in de eigen plaats vredesprogramma's te realiseren, aan de hand van een aantal noties en waarden die aan een democratische en vreedzame samenleving ten grondslag liggen. De ervaringen die hierbij worden opgedaan, moeten dan besproken worden op een Citizens' Peace Conference, die in oktober 1992 in Sarajevo zal moeten plaatsvinden. Hopelijk kan deze conferentie een soort vredesprogramma voor de Balkan opleveren. Wij zijn actief betrokken bij deze activiteiten. We proberen groepen in Nederland en elders te vinden die zo'n round table gaan "adopteren' en op velerlei wijze een bijdrage willen leveren aan het welslagen van dit vredesproces "van onderop'. We draaien mee in de organisatie van de grote conferentie in Sarajevo.

Ik realiseer me dat niet vele Nederlanders bekend zijn met deze activiteiten. Het is immers meer dan duidelijk dat aandacht voor vredesinitiatieven vanuit de burgerij in Joegoslavië ontbreekt. Dat geldt overigens niet alleen de media, maar ook onze politici. Zeker, Van den Broek heeft in de zomer van '91 voor de televisie de Joegoslavische burgers opgeroepen de straat op te gaan als hun politieke leiders niet zouden ophouden met oorlog voeren! Maar de uitdrukkelijke vraag om steun voor de Vredeskaravaan heeft hij nooit beantwoord; wel ried de minister enkele Europarlementariërs af om met de Vredeskaravaan mee te gaan. Te gevaarlijk, om even ter plekke solidariteit te gaan betuigen aan de mensen die in Joegoslavië dagelijks hun nek uitsteken?

Ook onze minister van Defensie, Ter Beek zag af van materiële steun aan de Vredsekaravaan, ondanks een eerdere toezegging ter gelegenheid van de opening van de Vredesweek. Staatssecretaris Dankert (buitenlandse zaken) is, inmiddels bijna twee maanden gelden, gevraagd om een EG-afvaardiging samen te stellen, die aanwezig zou moeten zijn bij een Platform-bijeenkomst van de oppositie (partijen en groeperingen) in Servië, eind januari in Belgrado, waar een "alternatief' voor de toekomst van Servië zal worden gelanceerd. Het idee voor deze bijeenkomst kwam van het IKV en is met veel instemming opgepakt in Servië. Het wachten is nog steeds op een reactie van de kant van Dankert.

Ook Etty en Michielsen geven er blijk van niet op de hoogte te zijn van de vredesinzet van talloze burgers en organisaties binnen en buiten Joegoslavië. Zij melden: “Er zijn wat oproepen geweest, reacties op noodkreten van organisaties en instanties in het oude Joegoslavië, van burgemeesters die vrezen voor het lot van hun eeuwenoude binnensteden, comités voor mensenrechten, academies van wetenschappen of schrijversbonden. Maar verder niets.”

Onze media lijden aan hetzelfde euvel waaraan ook onze politici mank gaan: beeldversmalling. Ze zijn voornamelijk geïnteresseerd in een déél van de werkelijkheid. Wat we tot op heden hebben voorgeschoteld gekregen, zijn oorlogsbeelden en een politieke tragikomedie met als hoofdrolspelers een aantal onbetrouwbare presidenten uit de Joegoslavische republieken en tot voor kort onze eigen minister Van den Broek, als kop-van-jut te midden van wispelturige (een onvriendelijker woord hou ik maar achter mijn kiezen) EG-collega's. De vredesinitiatieven van onderop konden blijkbaar daarmee niet concurreren . . . Geen van de media deed in ieder geval wat zo normaal was in de periode van de "kruisraketten', namelijk die "andere kant' voor het voetlicht brengen. Natuurlijk, de vredesactiviteiten van burgers zijn "beperkt', per definitie en zeker in een verscheurd Joegoslavië. Maar de betekenis ervan zou wel eens vele malen groter kunnen zijn als de media er serieuze aandacht aan zouden besteden. De brede steun voor de vredesbeweging was in het verleden mede te danken aan de media zelf die om welke reden dan ook uitvoerig en serieus gingen berichten over het verschijnsel vredesbeweging. Hoeveel te meer zou dit moeten gelden voor een land in oorlog!

Ik beschuldig dan ook niemand die achteroverhangend in z'n stoel de oorlogsbeelden over Joegoslavië, afgewisseld met eindeloos-repeterende betweterijen van deskundigen en politici, langs zich af laat glijden. Wel word ik ongerust als mensen op hun stoel blijven zitten, terwijl ze kunnen horen en zien hoe andere mensen in en buiten Joegoslavië zich het leplazer werken om aan die smerige oorlog een eind te maken.