Hulp uit buitenland en olie-inkomsten dalen; Soeharto: belastingen moeten omhoog

JAKARTA, 7 JAN. Indonesiërs moeten met ingang van dit jaar meer belasting betalen om de afnemende inkomsten uit de olie-export en de verwachte daling van de buitenlandse hulp goed te maken. Dat is de voornaamste boodschap van het begrotingsontwerp voor 1992-'93, dat president Soeharto gisteren aanbood aan het parlement.

“We zijn vastbesloten om van diensten van buitenlandse hulpgevers voortaan alleen gebruik te maken voor aanvullende financiering van onze nationale ontwikkeling”, aldus het staatshoofd.

Soeharto hield de voltallige vergadering van de Kamer van Afgevaardigden voor dat er “steeds minder buitenlandse hulp beschikbaar is voor ontwikkelingslanden”. In de ontwerp-begroting, die na goedkeuring door het parlement op 1 april van kracht wordt, is de besteding van buitenlandse hulp met 11 procent verminderd tot 9.600 miljard rupiah (ongeveer 9,5 miljard gulden). Dat is nog altijd 17 procent van het totale begrotingsbedrag van 56,1 miljard gulden. Het afgelopen jaar bedroeg het hulpaandeel in de staatsinkomsten ruim 20 procent. Indonesië staat momenteel voor 45 miljard dollar in het krijt bij buitenlandse crediteuren. De regering wil het komende jaar 7,8 miljard dollar uittrekken voor aflossing, aldus Soeharto.

Ook het aandeel van de olie- en gasinkomsten wordt teruggedrongen: van 37 procent in het afgelopen jaar tot 29 procent in het begrotingsontwerp. De opstellers zijn uitgegaan van een gemiddelde olieprijs van 17 dollar per vat in het komende begrotingsjaar. Het afgelopen jaar hanteerde men een maatstaf van 19 dollar per vat.

Minister van financiën J.B. Sumarlin denkt de afnemende inkomten uit olie en buitenlandse hulp te compenseren met hogere belastinginkomsten. De belastingbetaler moet in het komende begrotingsjaar liefst 29 procent meer bijdragen in de staatskas dan afgelopen jaar, vooral in de vorm van inkomstenbelasting en BTW. Sumarlin denkt dit te realiseren door een strengere belastinginning, aanpassing van de belastingheffing over spaartegoeden en deposito's, heffing van BTW over detail-handelsprijzen, vooral in grote supermarkten en hogere tarieven voor luxe goederen.

Onafhankelijke deskundigen noemen deze taakstelling “ambitieus” en betwijfelen of dit haalbaar is met Indonesiës gebrekkige belastingsysteem. Een hoge ambtenaar sprak echter van een “realistische begroting”; hij acht het mogelijk om meer accountants in te schakelen bij de doorlichting van bedrijfsboekhoudingen en wijst op het feit dat voor een aantal grote ondernemingen dit jaar hun belastingvrijstelling afloopt.

In de begroting wordt het leeuwedeel van de zogeheten “ontwikkelingsuitgaven” bestemd voor verbetering van de infrastrutuur, met de nadruk op wegenaanleg en de bouw van nieuwe energiecentrales. Indonesië kampt, met name in gebieden met snelle industriële groei, zoals de agglomeratie Jakarta, met een nijpend energietekort.