Glazenwasser profiteert niet van spiegelreuzen

Glas is de dominante factor in de moderne kantoorarchitectuur. In steden en langs snelwegen zijn tal van glimmende kolossen verrezen. De glazenwasser heeft het er niet drukker door gekregen.

“Je staat constant naar je eigen kop te kijken als je hier aan het werk bent.” R. Kandel, rayonleider bij een glazenwasbedrijf, staat voor “het hoogste glasgeveltje van Nederland”, een van de drie blinkend zwarte glazen torens die onlangs zijn verrezen naast het Centraal Station in Rotterdam. Op het dak van de nieuwe behuizing van Nationale Nederlanden staat de installatie waarmee de glazenwassers langs de ramen gaan, er werkloos bij. Het waait te hard om de 45.000 vierkante meter glas met spons en zeem te lijf te gaan. Beneden, 150 meter lager, lijkt Rotterdam een speelgoedstad. De markante ovaal gevormde beurstoren geeft met zijn groene gevel, ook van glas, het grijze uitzicht over de havenstad nog een beetje kleur.

Nadat eind jaren zeventig de glimmende doos van de Postbank naast Den Haag Hollands Spoor en begin jaren tachtig het fel reflecterende gebouw van de Rabobank in Utrecht de toon zetten, verschenen overal huizenhoge spiegels van blauw, zilver, zwart, grijs of groen glas. Het moeten gouden tijden voor glazenwassers zijn, zou men denken. De glazenwasbedrijven hebben, vreemd genoeg, niet van de opmars van de glazen gevel kunnen profiteren. De afgelopen jaren hadden de bedrijven zelfs grote moeite hun verdiensten op peil te houden. En dat alleen omdat het aantal keren per jaar dat de ramen gelapt worden drastisch is gedaald.

“Zo'n tien jaar geleden was zes tot twaalf keer per jaar normaal”, vertelt G. Reijneveld, directeur van Fortron, het grootste glazenwasbedrijf van Nederland, met een hoofdvestiging in Apeldoorn. “Nu is dat nog maar drie à vier keer met uitschieters naar minder dan één keer per jaar. Die vele meters glas meer hebben hooguit een sterke terugval van de omzet voorkomen.” Daarbij wast de glazenwasser sneller dan tien jaar geleden: in plaats van gemiddeld vijftig haalt hij nu 65 vierkante meter per uur, zo zegt Reijneveld. “Er wordt harder gewerkt.” F. van der Heide, hoofdopzichter bij Fortron, voegt daaraan toe dat de glazenwassers de laatste jaren beter begeleid worden en daardoor handiger met ladders en ander materiaal omspringen.

Als zusterbedrijf Intron zich in januari bij Fortron voegt - beiden behoren tot de Vebego Holding - steekt het bedrijf met een omzet van 14 miljoen gulden met kop en schouders boven de rest uit. Fortron zal dan 120 mensen in dienst hebben: vijftig glazenwassers en zestig specialisten voor gevelreiniging. Ramen lappen levert Fortron acht miljoen op, met gevelreiniging haalt het bedrijf zes miljoen binnen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek gaven bedrijven in 1989 ruim 200 miljoen gulden uit aan glazenwassen.

“Het is een sluitpost”, constateert Reijneveld met enige spijt. In 1986 werd nog ruim acht procent van het schoonmaakbudget voor glazenwassen gereserveerd, in 1989 is dat gehaald tot minder dan zeven procent. Volgens Reijneveld ligt dat percentage inmiddels rondom de vijf procent. “Wij hebben last van de kostenstijging in de schoonmaakbranche, die wordt veroorzaakt door toename van de loonkosten. In een schoonmaakcontract wordt op glazenwassen het eerst bespaard. Het is een moeilijke branche. De marges zijn laag en dan heb je ook nog eens te maken met prijsduiken van startende ondernemers die alleen geïnteresseerd zijn in omzet.” In absolute cijfers schommelt de omzet: in 1987 214 miljoen, in 1988 225 miljoen en in 1989 206 miljoen gulden. Aan schoonmaken werd in 1989 juist meer uitgegeven: 2,9 miljard tegen 2,8 miljard gulden in 1988.

Niet bekend

Pag 14:

Spiegelend glas maakt kantoren erg anoniem

De gebouwen zijn vuiler, daar zijn Van der Heide en Reijneveld het over eens. Minder vaak reinigen en vooral milieuvervuiling eisen hun tol. “Zure regen bij voorbeeld geeft strepen in het glas”, vertelt Van der Heide. “Om die te verwijderen moet je het glas ontetsen, een toplaagje weghalen. Gebouwen langs spoorlijnen hebben last van de koperdeeltjes die van de bovenleidingen afvliegen. Die deeltjes hechten zich aan het glas. Vooral bij glas dat aan de buitenkant gespiegeld is geeft dat hardnekkige vervuiling.” Of de gebruiker hetzelfde ziet als de kenner is de vraag. Een medewerkster van de Rabobank in Utrecht zegt “de Dom nog steeds even helder te kunnen zien”. De spiegelende kolos wordt vier keer per jaar door de glazenwasser onder handen genomen.

Reijneveld verwacht niet dat de ruiten nog minder keren gezeemd zullen worden. “De markt is zich langzaam aan het herstellen. We hoeven niet meer tegen de bierkaai te vechten. Men lijkt ervan overtuigd te raken dat drie keer per jaar toch wel het absolute minimum is.” Maar Reijneveld ziet evenmin een grote toename van de omzetcijfers in het verschiet. “We zoeken daarom steeds naar vervangende werkzaamheden zoals gevelreiniging en het herstel van brand- en roetschade.”

Daarbij zijn de volledig glazen gevels alweer op hun retour. “De combinatie van glas met natuursteen wint terrein”, zo constateert H. Sipkens, architect bij het bureau Groosman Partners dat de groene beurstoren in Rotterdam ontwierp. Na de "truttige jaren zeventig' kwam het vooral bij strakke, geometrische vormen goed toe te passen glas als geroepen. Nu zijn materialen die er duur uitzien, zoals marmer, in opmars.

Bovendien is een voor een deel uit natuursteen opgetrokken pand op het moment aantrekkelijker voor beleggers, zo denkt Sipkens. “De verhuur van kantoren stagneert. Voor een belegger wordt de kwaliteit van een gebouw dan doorslaggevend en natuursteen is een erg duurzaam materiaal.”

Een gebouw met een glazen gevel staat weliswaar snel, maar dat voordeel is zeer betrekkelijk, vindt Sipkens. “De bouwtijd is korter maar glas is duurder dan metselwerk of beton. Je kunt in zijn algemeenheid niet zeggen dat zo'n gebouw goedkoper is. Ook van de onderhoudskosten is moeilijk te zeggen of die voor glas lager zijn. “Dat speelt meestal geen belangrijke rol bij de keuze van het materiaal.”

Sipkens ziet een tegenbeweging op gang komen die oog heeft voor de nadelen van het gebruik van glas. Sommige gebruikers willen bij voorbeeld niet meer achter dat donkere, zonwerende glas zitten. Zo'n gebouw is ook erg anoniem, je kunt buiten niet zien wat zich binnen afspeelt. Als ik Rotterdam binnenkom en ik zie die hoge torens bij het Centraal Station, dan krijg ik geen enkele toegevoegde indruk, dat is armoe.''

Volgens architect Van der Woude van architectenbureau Bonnema dat het complex ontwierp, is de keuze voor glas ingegeven door de wens een hoog maar toch licht gebouw neer te zetten. Glas oogt lichter dan natuursteen of beton en is ook lichter in gewicht. Omdat de torens bovenop de metrolijn staan, kon de fundering niet al te omvangrijk zijn. Het gebouw is bovendien “vrij eenvoudig schoon te houden”, een argument om bij een gevel van deze omvang de voorkeur aan glas te geven, aldus Van der Woude.

Het stempel dat gebouwen zoals dat van Nationale Nederlanden op het stadsbeeld drukken, heeft de welstandscommissie van de gemeente Rotterdam ertoe gebracht bouwplannen strenger te beoordelen. De gemeente hoopt hiermee het gebruik van vooral het felle spiegelende en het zeer donkere glas een halt toe te roepen. “Het glas hoeft ook niet meer zo te spiegelen”, zegt Sipkens. “Groen glas kan tegenwoordig net zo zonwerend zijn.”

De glazenwassers zeggen weinig inzicht te hebben in de trends in de bouw. Door zich steeds meer toe te leggen op de reiniging van andere gevels is het bedrijf ook minder afhankelijk van de “grillen van architecten”, zo zegt Reijneveld.

Glazenwasbedrijven krijgen hun opdrachten voor het overgrote deel van schoonmaakbedrijven die dat werk uitbesteden. Anders dan bij de schoonmakers hebben zich bij de glazenwassers de laatste jaren niet veel fusies voorgedaan. “Glazenwasbedrijven zijn meestal erg klein. Een contract van vijfduizend gulden is al groot. Dat is niet interessant. Bovendien wordt er veel gerommeld in deze branche en bij overname neem je ook de schulden en verplichtingen mee.”

Het is zeer eenvoudig om glazenwasser te worden. Het bezit van een ladder, een emmer en wat schoonmaakspullen is voldoende. De branche is dan ook bijzonder versnipperd, het verloop is groot. Driekwart van de ruim dertienhonderd bij de Kamer van Koophandel geregistreerde glazenwasbedrijven heeft minder dan twee werknemers. Die bedrijfjes en een onbekend aantal beunhazen wassen vooral de ramen van particulieren. De grotere bedrijven opereren meer op de zakelijke markt.

Een van die bedrijven is Van Pelt uit Schiedam, met een omzet van vier miljoen gulden het op één na grootste glazenwasbedrijf in Nederland. Het bedrijf heeft de opdracht de glazen torens naast het station in Rotterdam "schoon' op te leveren. Uitgerust met een draagbare telefoon gaat Kandel, werkzaam bij Van Pelt, langs gebouwen om te kijken of de glazenwassers hun werk goed gedaan hebben.

Angst om op 150 meter hoogte vanuit een bakje de ramen te lappen kennen glazenwassers niet. “Liever dat dan drie meter hoog op een ladder,” zegt Kandel. Glazenwasser C. van Doorn is het met hem eens, maar hij heeft de schrik nog in zijn lijf van een recent voorval. Op het nippertje kon een fataal ongeluk met een gondel, een "spaarbak' volgens Van Doorn, van een gebouw in het centrum van Rotterdam worden voorkomen. Van Doorn hing 24 meter boven de grond toen de bak begon te kantelen. Hij rook onraad en probeerde een voorbijganger te roepen. De eerste liep gewoon door, de tweede waarschuwde de portier die de brandweer belde. “Met gillende sirenes kwamen ze aanrijden”, vertelt Van Doorn. “Eerst hebben ze boven de boel vastgesjord, de bak was uit de rails gelopen. Daarna hebben ze mij met een hoogwerker gered.”

Van Doorn dacht even dat hij er geweest was. “Ik heb al eens eerder een doodsmak gemaakt. Ik zag me alweer beneden liggen.” In 1972 viel Van Doorn van 15 meter hoogte naar beneden. Vier jaar had hij nodig om te herstellen, daarna is hij weer gaan glazenwassen. “Het is prachtig werk. Je bent zo vrij als een vogeltje,” aldus Van Doorn. “Het is wel zwaar werk,” zegt Kandel. “Vooral voor knieën en rug. Veel glazenwassers gaan de WAO in of worden taxi-chauffeur.” Van Doorn lacht. “Ach, ik doe het pas vanaf mijn vijftiende,” zegt hij laconiek. “Nu ben ik 42 en vast van plan mijn pensioen te halen.”

De glazenwasser mag dan sneller zemen dan een paar jaar geleden, de 45.000 vierkante meter oppervlakte van de drie torens van Nationale Nederlanden, “met het handje wassen” blijft nog een hele klus, constateert Kandel. In de gondel, een bak van één bij drie meter, dalen de glazenwassers van 150 meter hoogte naar beneden. De emmertjes zijn vervangen door waterslangen maar spons en trekker zijn nog steeds onmisbare attributen. Het bakje hangt aan staalkabels en is voorzien van telefoon. Als de stroom uitvalt schakelt de installatie over op de noodvoorziening. “Dan hoeven de glazenwassers niet aan de gevel te blijven hangen”, grinnikt Kandel.

Eenmaal beneden kost het 25 minuten om de gondel weer naar boven te hijsen. “Je kunt niet even naar boven gaan om koffie te drinken”, zegt Kandel. Dus gaan thermoskannen koffie en boterhammen mee in de bak. Op het dak kan de gondel met behulp van rails verplaatst worden. De installatie is op verzoek van de architect volledig inklapbaar gemaakt, zodat de bogen waarmee het bakje over de dakrand wordt getild niet meer te zien is als de installatie niet in gebruik is.

Of Van Pelt ook na de oplevering van het complex de ramen van de torens mag lappen is nog niet zeker. Er zijn meer gegadigden om het enorme glasoppervlak schoon te houden. Daarbij overweegt de verzekeringsmaatschappij een glazenwasrobot aan te schaffen. Een glazenwasinstallatie zonder glazenwassers is nog een onbekend fenomeen in Nederland. Nadeel van de robot, die vooral in Japan en Amerika wordt gebruikt, is de sterke windgevoeligheid. Bij een beetje wind hangt de installatie om de haverklap stil. Reden voor Nationale Nederlanden om er niet overhaast een aan te schaffen.

In het algemeen is een robot pas rendabel bij een gebouw met de omvang van een wolkenkrabber. Een bedreiging voor de glazenwasbedrijven vormt het apparaat op korte termijn dan ook niet, denkt Kandel. “Zo'n robot kan ook alleen die rechte dozen doen. Je krijgt niet het effect van een glazenwasser. Het glas wordt alleen nagespoeld en blijft nat achter. Dat geeft vegen. En er zijn altijd kritische punten, bijvoorbeeld in de hoekjes, waar dat ding niet bij kan. Daar moet dan toch weer een glazenwasser langs.”