Geloof in geen enkel advies en zelfs dát niet

Aan het eind van 1990 gaf een grote commissionair zijn visie op de aandelenmarkt voor 1991. Hij adviseerde vijf favoriete aandelen en ook vijf die je zou moeten verkopen. Op de lijst van aankopen stonden Borsumij Wehry, waarvan de koers in 1991 21 procent daalde; Gamma dat 4 procent omhoog ging; KBB met een verlies van 16; Gist Brocades plus 13 en VNU met een koersverlies van 15 procent. Twee van de vijf voorspellingen, Gamma en Gist, kwamen dus uit. Dividend en andere uitkeringen bleven buiten beschouwing.

Op de lijst van afraders stonden ABN Amro met een koerswinst van 33 procent; Ahold 17 procent winst; HCS min 90; Nedlloyd op plus 53 en VOC, verlies 6 procent. Ook van deze lijst kwamen er twee van de vijf, HCS en VOC, uit.

Een belegger die in ieder van de vijf koopwaardige aandelen, in theorie, 100 gulden stopte, had er na een jaar 465 over van de in totaal 500 gulden, een verlies van 7 procent. En wie daarentegen de eigenwijze voorkeur gaf aan een vergelijkbare investering van 500 gulden in de te verkopen fondsen, die bezat na een jaar 507 gulden, een winst van ruim 1 procent.

Er viel nog iets op in 1991. Een dwarse korte termijn belegger, die kwaliteitsaandelen als Unilever, Koninklijke Olie en dergelijke aan het begin van het jaar omruilde voor bij voorbeeld KLM (verdubbeld in 1991), Philips en Nedlloyd, had in een jaar tijd tientallen procenten niet belaste koerswinst kunnen behalen.

Mag je uit deze twee voorbeelden de conclusie trekken dat je gangbare opvattingen als koop kwaliteit en koersen zijn te voorspellen met een korreltje zout moet nemen? Voor de korte termijn van een jaar is dat misschien wel het geval, maar over een langere termijn volgen de beurs en bedrijven die altijd relatief goed presteren, als een levendige hond aan de lijn van zijn baas, de economische cycli.

Soms lijkt dat niet erg logisch. Neem Wall Street. Het gaat slecht met de Amerikaanse economie, maar de grafiek van de Dow Jones loopt al een paar weken steil omhoog. Kopers willen die rijdende trein niet missen en springen met gevaar voor eigen financieel leven aan boord. Waarom? Men denkt dat de economie binnenkort zal aantrekken door de verlaagde rentetarieven.

Dat is een onbetrouwbare voorspelling voor de korte termijn, die over een paar maanden juist of onjuist zal blijken te zijn. In beide gevallen ligt een flinke correctie van de koersen, door winstnemingen, voor de hand. Dat is logisch wanneer de economie niet hersteld, maar waarom als het wèl goed gaat? Omdat de beurs al op een herstel vooruit is gelopen en beleggers op dit recordpeil liever geld dan stukken zien.

Is dat een geloofwaardige redenering? En zo ja, wat doe je er mee? Wellicht is het goed om even te wachten met het kopen van aandelen. Ook de voorspellingen van Nederlandse analisten zijn immers vol van alsen, mitsen en maren.

Beleggers die geloven dat Amsterdam de beurs in Wall Street zal volgen bij flink lagere koersen, kunnen overwegen putopties op aandelen of de indexen te kopen. De januari-opties lopen nog anderhalve week en leveren alleen iets op als de veronderstelde correctie, mits sterk genoeg, zich in die tijd voltrekt. Opties op veel verhandelde aandelen komen voor zo'n speculatie in aanmerking.

Enkele voorbeelden met de koersen van maandagmiddag. ABN Amro met uitoefenprijs 42,50 gulden (aandeel 42,40) voor 60 cent. Dat scheelt niet zo veel van de januari-1993 met uitoefenprijs 40 gulden (2,50 lager) die 1,30 gulden kost. Aegon 120 gulden (aandeel 121,40) voor 1 gulden. Akzo 125 (126,90) 1 gulden. DSM 90 (90,90) 1 gulden. Hoogovens 42,50 (43,50) 1 gulden. ING 45 (46,40) 50 cent. Nedlloyd 55 (55,60) 90 cent. Koninklijke Olie 145 (147) 1 gulden. Keus genoeg dus, maar dat is tegelijk een probleem. Waarom de een wel en de ander niet?

Een put-optie op de eigen aandelen-index van de Optiebeurs heft alle twijfel op. Gewoon een optie op de beurs als geheel. De januari put met uitoefenprijs 275 (index 279,31) kostte maandag 1 gulden. Daalt de index 5 punten, of 1,6 procent, dan doet die optie 2,40 gulden.

Een put-strategie profiteert van kommer en kwel. Dat sombere vooruitzicht lijkt nog niet bij iedereen op de beurs te leven. Vooral ook omdat Wall Street stand houdt. Daarom is het goed om uit te kijken naar goedkope call-opties op aandelen die door betere vooruitzichten of positieve berichten nog wat verder op kunnen lopen.