Een paar Nederlanders kunnen de gidslandgedachte maar niet kwijtraken; Een roekeloos initiatief voor Joegoslavië

Na het lezen van alle dubbeldikke kerstnummers en de kranten rond oud en nieuw dringt, begin 1992, zich één conclusie nogal nadrukkelijk op: Nederland trekt zich terug uit de wereld en zoekt het voortaan dichter bij huis. Op een paar teleurgestelde, betrokken buitenlandredacteuren en een enkele oudcommunist na. Zij trotseerden op oudejaar het nationale lamaar-waaien-gevoel door (tegelijk in de Volkskrant en in NRC Handelsblad) een plan voor missionaire vredeskampen in Joegoslavië te lanceren.

De rest van Nederland blijft, zo te lezen, liever dichter bij huis. De liberale leider Frits Bolkestein richt de aandacht al enige tijd op de noodzaak van het behoud van de Nederlandse politieke cultuur en op de noodzaak de minderheden met enige dwang te laten assimileren. Deze Nieuwe Koers stuitte vooral op kritiek ter linkerzijde. Daar had men evenwel geen beter alternatief te bieden, daar weet men inmiddels van zijn oosten en zijn westen niet meer en zwijgt over de problemen die verder weg liggen dan deelraad en WAO. De sociaal-democraten hebben de boze buitenwereld opgegeven, getuige de uitspraken in Vrij Nederland (21 december) van PvdA-goeroe Marcel van Dam: “Je beseft nu dat veel waarin je vroeger geloofde, niet reëel was. Terugkijkend denk je: eigenlijk was het gelul. De maakbaarheid van de maatschappij bijvoorbeeld...Je beseft dat je niet alles kunt regelen, dat geeft een grote rust”. Nu is hij druk achter zijn huis en met zijn tuin bezig.

Ook CDA-leider Elco Brinkman is graag in zijn tuin bezig, en voelt zich dan “ook een beetje een kunstenaar...dat kneden van de grond, heerlijk is dat”. Maar hij heeft nog wel idealen. “Het wordt voller en voller in ons landje. Voor de kust zijn talloze zandplaten die geschikt gemaakt kunnen worden voor industrie, woningbouw en recreatie. Zo'n enorm project is niet alleen pure noodzaak, het is ook goed voor het gevoel van eigenwaarde van de burgers van dit land...we hebben een nieuwe Nationale Trots nodig”. (HP-De Tijd,20-12-1991)

Nederland trekt zich dus terug uit de wereld, op een paar inwoners na die de gidslandgedachte maar niet kunnen kwijtraken. "Een Europese vredesactie in Joegoslavië'. Dat was de gecoördineerde, gelijkluidende en indringende oproep die Anet Bleich en Ewoud Nysingh in de Volkskrant en, diezelfde middag, Elsbeth Etty en Peter Michielsen in deze krant deden aan het Nederlandse volk. Het was alsof je Asterix las: "Heel Nederland (zo heetten de Lage Landen toen) was bezet door soldaten van Apathie, de Westeuropese veldheer. Heel Nederland? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers van keizer Apathie en maakte het leven van de Westeuropeanen in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk...'

En net als in het Gallische dorp gaf men onmiddellijk elkaar de schuld van de grote apathie. “Waar blijft de hartstocht waarmee honderdduizenden jaren achtereen tegen de kruisraketten te hoop liepen?”, “en waar is het IKV nu?”, zo vroeg men verwijtend. Mient Jan Faber antwoordde in de Volkskrant (3-1-1992) dat niet het IKV maar de media het laten afweten in Joegoslavië. Het IKV had het idee van een internationale vredesbrigade al in juni 1991 besproken en uitgewerkt. “De realisatie ervan is juist door de oorlog tot op heden onmogelijk gebleken”. Blijkbaar kun je alleen voor de vrede demonstreren als het vrede is, maar dit terzijde.

Wat kunnen de motieven van Michielsen en Nysingh zijn? Als ze teleurgesteld zijn, is dat begrijpelijk. Zij waren ter plekke, zagen hoe erg het is, schreven er dag in dag uit over en de echo was een oorverdovende stilte bij de abonnees. De reactie was, zoals ik eens hoorde in de supermarkt: “Heb je het al gehoord? Kroatië wil zich van Kroatië afscheiden! HaHa!”. Zo is ook de reactie op alle oproepen tot Marshall-plannen voor Oost-Europa, namelijk nul, niks. Dat het uitblijven van effect van al het geschrijf, dat overigens Fabers stelling weerlegt dat de "passieve' media de schuld zijn van alle apathie, tot een wanhoopskreet leidt is begrijpelijk, al is een oproep tot 't stichten van vredeskampen naïef voor een ervaren buitenlandredacteur.

Wat kunnen de motieven van Anet Bleich en Elsbeth Etty zijn? Daarover kunnen we slechts gissen, want de motivatie in de beide stukken is uiterst vaag. Zoals: “Een nieuw Europa kan geen vorm krijgen zolang het oude Europa zo gruwelijk tekeer kan gaan als nu in Joegoslavië gebeurt”. Verder is er een vergelijking met de Spaanse Burgeroorlog, het “voorspel tot de Tweede Wereldoorlog”, en ten slotte is er “het serieuze Europese verlangen dat de strijd wordt gestaakt”, hoewel in de rest van de stukken juist wordt geklaagd dat dit verlangen er niet is. Elke verontwaardiging is selectief en zegt daarom meestal meer over de verontwaardigde dan over de zaak zelf. En die selectieve verontwaardiging vindt niet zelden zijn oorsprong in binnenlands-politieke ambitie, teveel energie, teleurstelling, schaamte en een persoonlijk schuldgevoel.

Van een principieel pacifisme is bij oud-communisten Bleich en Etty, geen sprake. Schieten voor het goede doel was meestal een "legitiem' middel in de strijd tegen onderdrukking. Toen zij nog voor respectievelijk De Waarheid en De Groene Amsterdammer schreven waren zij weliswaar tegen de plaatsing van kruisraketten en tegen de NAVO in het algemeen, maar van acties tegen de Sovjet-invasie in Afghanistan of van vredeskampen aldaar, in Libanon of waar ook burgeroorlog heerste, was geen sprake. Ze waren het eens met de Golfoorlog tegen Saddam Hussein. Dus vanwaar de huidige verontwaardiging over de apathie? Is het niet toch weer een vorm van "Vergangenheitsbewältigung' zoals hun bijdragen in het boek Alles moest anders? Is de burgeroorlog in Joegoslavië misschien pijnlijk voor mensen die zich vroeger communist, later hervormingsgezinde communist, noemden?

Het pijnlijke is dat het nationalisme in Joegoslavië niet voortkomt uit rechtse, reactionaire, katholieke, kapitalistische kringen van het type Walesa - maar uit stalinistische kring èn uit intellectuele, verlicht-communistische kring waartoe zij zichzelf hebben gerekend. In Servië waren het vooral de intellectuelen rond het blad Praxis, het theoretisch marxistische blad, die midden jaren tachtig samen met de Servische orthodoxe kerk begonnen te ageren tegen de "genocide' op de Servische minderheid in Kosovo. Het waren bekende schrijvers als Vuk Draskovic en anti-Stalinisten als Vojislav Seselj die de Servische Hernieuwingsbeweging startten en begin 1986 een "genocide-petitie' aanboden. Deze petitie werd het begin van de opkomst van het Servische nationalisme dat door de communistische president Milosevic zo handig is uitgebuit. En hij won in december 1990 met zijn tot Socialistische Partij van Servië (SPS) omgedoopte communistische partij de verkiezingen (194 van de 250 zetels). Hugh Poulton concludeert in zijn recente boek The Balkans dan ook: “Het is bijzonder spijtig dat de Servische intelligentsia zo'n prominente rol heeft gespeeld in het opzwepen van etnische spanning die politici als Milosevic voor hun eigen doeleinden hebben gebruikt”.

Zo'n ontwikkeling is wellicht niet erg aangenaam voor het gemoed van sommige mensen in Nederland. Daarom komen zij met de oproep die de mensen zo gek moet krijgen zich met ontblote borst in een burgeroorlog te begeven waar iedereen op iedereen schiet. Zo'n oproep is nogal gemakzuchtig, roekeloos en onzinnig. Zo'n oproep lijkt vooral bedoeld ter geruststelling van het eigen gemoed.