Circustheater

Henk van Gelder op een onwaarheid betrappen is wel het laatste dat ik mij had kunnen voorstellen. Toch bleek dit nog vrij eenvoudig. In zijn artikel over de nieuwe exploitatievorm van het Circustheater (NRC Handelsblad, 27 december) geeft hij de historie onjuist weer. Met het voormalige inderdaad door brand verwoeste gebouw voor Kunsten en Wetenschappen heeft dit theater niets te maken.

Het was Oscar Carré die na het gebouw in Amsterdam, geopend in 1887, zijn zinnen had gezet op een circusgebouw in Scheveningen. Echter in 1897 werd zijn aanvraag door de Haagse gemeenteraad afgewezen.

De Duitse circusdirecteur Albert Schumann had meer succes. Op zijn aandringen gaf uiteindelijk de Exploitatie Maatschappij Scheveningen opdracht tot de bouw van een "vast' circusgebouw. Architect was W.B. van Liefland en aannemer W.F. Weijers uit Tilburg. De totale bouwkosten bedroegen ƒ 250.000,- en op 16 juli 1904 werd de eerste voorstelling gehouden in het uit steen en ijzer, in Jugendstil opgetrokken gebouw. Het zou te ver voeren om door de jaren heen te gaan, maar niet onvermeld mag blijven dat op 1 september 1963 de laatste voorstelling plaats vond en wel van Circus Strassburger.

Het is sowieso al spijtig dat circus, alhoewel jaarlijks meer ongesubsidieerde plaatsen vullend dan toneel, ballet, opera en concert bij elkaar, zo weinig aandacht krijgt in de kolommen van deze krant.