China zet Canadese delegatie het land uit

PEKING, 7 JAN. China heeft een Canadese parlementaire delegatie die een onderzoek naar de situatie op het gebied van de mensenrechten instelde het land uitgewezen. Het Chinese ministerie van buitenlandse zaken ontbood vanmorgen de Canadese ambassadeur, Fred Bild, wie werd verteld dat de drie parlementsleden zich hadden schuldig gemaakt aan “activiteiten onverenigbaar met hun status” en vandaag het land moesten verlaten.

Zij werden vervolgens door politie opgewacht bij de Grote Hal van het Volk waar zij een van de vice-voorzitters van het Nationale Volkscongres, Rong Yiren, hadden ontmoet, mee naar een politiebureau genomen en vervolgens in Chinese politie-auto's naar het vliegveld gereden, waar zij op een vliegtuig naar Hongkong werden gezet.

De drie parlementsleden van drie verschillende partijen: Svend Robinson van de Nieuwe Democraten, Beryl Gaffney van de Liberale Partij en Geoffrey Scott van de Conservatieven, waren met een Chinees-Canadese tolk zaterdag in Peking aangekomen als gasten van het Chinese Volksinstituut voor Buitenlandse Zaken.

Dit instituut had voor hen afspraken geregeld met verschillende ministeries en het Nationale Volkscongres. Buiten deze agenda om hebben zij op zondag ontmoetingen gehad met familieleden van politieke gevangenen. Vandaag zouden zij, gevolgd door de lenzen van twee Canadese televisiestations, een krans leggen op het Plein van de Hemelse Vrede ter nagedachtenis van de slachtoffers van de militaire repressie in juni 1989. De Canadese ambassadeur heeft de Chinezen verteld dat de parlementariërs zich aan geen illegale actviteiten hebben schuldig gemaakt en dat zijn regering krachtig zal protesteren tegen de uitwijzing.

Het is niet duidelijk wat de Chinezen met “activiteiten onverenigbaar met hun status” bedoelden. Vorig najaar heeft een delegatie van het Europese Parlement eveneens een ontmoeting met familieleden van politieke gevangenen gehad, en dat is incidentloos verlopen. De indruk bestaat dan ook dat de Canadezen zijn uitgewezen wegens hun plan om een krans op het omstreden Plein te leggen. Een delegatie van het Amerikaanse Congres wilde in september vorig jaar hetzelfde doen, maar de politie kwam tussenbeide en gebruikte geweld tegen de aanwezige televisieploegen.

De uitwijzing is het tweede politie-incident dat China's betrekkingen met een Westers land belast. Tijdens het bezoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, in november werd de prominente dissidente Dai Qing ontvoerd om te voorkomen dat zij de Amerikaanse delegatie zou ontmoeten. Chinese bronnen hebben daarna beweerd dat Dai Qing's ontvoering bevolen was door de burgemeester en de partijsecretaris van Peking, twee van de meest sinistere hardliners in het regime. Het ministerie van buitenlandse zaken zou het als een komplot beschouwd hebben om de gespannen Chinees-Amerikaanse betrekkingen nog verder te verzieken. De schade werd spoedig hersteld. Dai Qing kreeg een paspoort en is op 23 december naar de VS vertrokken voor een studieverlof van een jaar aan de Harvard-Universiteit.