Brian Urquhart, een van de vaders van het ...

Brian Urquhart, een van de vaders van het vredesproces in VN-verband, heeft onlangs indringend geschreven over het onvermogen van de VN bij te dragen aan een stopzetting van het bloedvergieten en de verwoesting in burgeroorlogen.

Hij noemde de drie opties van het bewaren van de vrede, het collectief afdwingen van vrede en bewapende politionele acties. Ik zou daar nog een vierde aan toe willen voegen: de stationering van VN-gardisten dat haar vuurproef heeft doorstaan in het Irak van na de Golfoorlog. Daar was toen op korte termijn dringend behoefte aan massale hulp, waarvan de aanvoer in de omstandigheden van een burgeroorlog ondoelmatig en onzeker was. Het vertrek van de coalitietroepen uit Noord-Irak werd door de Koerden met angst en beven afgewacht, tegelijkertijd was de stationering van vredestroepen door de Veiligheidsraad politiek niet haalbaar.

We moesten improviseren. Het doel was vrede zonder vredestroepen en internationale actie zonder interventie. Het mandaat van de gardisten overbrugde de kloof tussen hulp en veiligheid. De gardisten moeten VN-personeel en -bezittingen beschermen en reden op als waarnemers; ze zijn de ogen en oren van de VN. Dankzij hen is er duidelijk internationale aanwezigheid en aandacht.

Wat acht maanden geleden begon met slechts tien gardisten en een eenzame VN-vlag in een kamp in Zakho, niet ver van de Turkse grens, is acht maanden later uitgegroeid tot een contingent van vijfhonderd man uit vijfendertig landen. Het experiment is gelukt. Noord- en Zuid-Irak blijven extreem instabiel, maar 1,8 miljoen vluchtelingen zijn over de grens teruggekeerd en er zijn grote hoeveelheden hulpgoederen uitgedeeld. Beide operaties zijn door de gardisten in veilige banen geleid en hun taak wordt door alle partijen geaccepteerd en door VN-organisaties, niet aan regeringen gebonden instanties, de Koerden zelf en anderen als onmisbaar beschouwd.

Dit optreden van de VN-gardisten verdient te worden bestudeerd om het experiment elders te kunnen herhalen. Sommigen vonden het onlangs voor herhaling vatbaar in Dubrovnik. Dat idee werd echter terzijde geschoven in afwachting van de optie van een grotere vredesmacht. Het concept kan mogelijk worden uitgebreid door de inzet van de gardisten afhankelijk te maken van instemming van de Veiligheidsraad en de gardisten een aanvullende politieke rol te geven. De legering van gardisten alleen zal geen wondermiddel vormen in strijd die voortkomt uit oude wrok, uit de langdurige schending van rechten of uit etnische rivaliteiten die zijn aangewakkerd door economische malaise. In Irak, in Joegoslavië of in Somalië kunnen gardisten slechts een element vormen binnen een breder politiek pakket - ze vormen geen substituut voor een oplossing. Niettemin kunnen ze bijdragen tot het inperken van een conflict en tot het scheppen van vertrouwen. Ze bepalen een klimaat waarin hulp kan worden geboden; in wezen kunnen zij een standaardcomponent van internationale hulp worden. Waar bestaande structuren instorten, kan zelfs een kleine internationale aanwezigheid een gevaarlijk vacuüm helpen voorkomen. En om hulp te bieden aan diegenen die nog moeten profiteren van de “nieuwe orde” moeten we elke nieuwe benadering uitproberen waar de internationale vindingrijkheid op kan komen.