Algerije ontkent nucleaire samenwerking met Irak

ROTTERDAM, 7 JAN. De Algerijnse premier, Sid Ahmed Ghozali, heeft gisteren categorisch ontkend dat zijn land met Irak zou samenwerken om de "eerste islamitische atoombom' te fabriceren. Ghozali reageerde voor een Frans radiostation op uitvoerige berichtgeving daarover in de Britse Sunday Times van zondag.

Irak zou na de Golfoorlog en vlak vóór de eerste inspecteurs van de Verenigde Naties in mei in Irak arriveerden, meer dan tien ton natuurlijk uranium naar Algerije hebben verscheept. Ook zou Irak nucleaire specialisten naar Algerije hebben gestuurd om daar aan een reactor te werken. Die reactor zou de splijtstof kunnen produceren om vanaf 1996 elke drie jaar twee kernbommen te maken.

De Sunday Times, die zich onder andere beroept op goed geïnformeerde ambtenaren in Londen, signaleerde toenemende bezorgdheid bij Westerse inlichtingendiensten over een politieke radicalisering in Algerije. Een nieuwe moslim-fundamentalistische regering zou een nauwe samenwerking met Irak kunnen aangaan om kernwapens te maken. Het fundamentalistische Front van Islamitische Redding heeft op 26 december in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen een grote overwinning behaald.

Algerije beschikt nu over een kleine onderzoeksreactor die volgens de regering in Algiers alleen wordt gebruikt voor de produktie van radio-isotopen voor medisch en biologisch onderzoek. Die reactor en de brandstof, tot 20 procent verrijkt uranium, zijn geleverd door Argentinië. Een tweede onderzoeksreactor, geleverd door China, wordt momenteel met hulp van Chinese experts gebouwd. In onderzoeksreactoren kunnen door bestraling van natuurlijk uranium kleine hoeveelheden plutonium worden geproduceerd, dat als splijtstof voor kernwapens kan dienen. Volgens experts zou de Chinese reactor tegen het eind van de jaren '90 voldoende plutonium kunnen produceren voor de aanmaak van een kernbom.

Het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen acht het transport van een grote hoeveelheid uranium van Irak naar Algerije, in een periode toen Irak al onder scherp toezicht stond van de internationale alliantie, hoogst onwaarschijnlijk. Algerije is nog geen partij bij het internationaal verdrag tegen verspreiding van nucleaire wapentechnologie, het Non-Proliferatie Verdrag (NPV). Wel staat de eerste onderzoeksreactor onder toezicht van het IAEA. Algerije heeft al een overeenkomst met het agentschap om ook de tweede reactor en de brandstof-aanvoer regelmatig te laten inspecteren. Iraakse nucleaire specialisten hebben tegenover de inspecteurs van het IAEA wel verklaard dat zij zijn benaderd door Algerije en Libië om te helpen bij de nucleaire programma's in die landen.