Alders houdt pleidooi voor Randstadminister

DEN HAAG, 7 JAN. Minister Alders (volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer) wil dat er een minister voor de Randstad wordt aangewezen, die eigen bevoegdheden krijgt. Dat heeft hij gisteren bepleit in een nieuwjaarsrede ten overstaan van zijn ambtenaren.

De Randstadminister zou wat Alders betreft een experiment moeten zijn met een bestuursvorm waarbij aan een beperkt aantal ministers coördinerende taken worden gegeven. Volgens Alders is voor de verbetering van de coördinatie bij de rijksoverheid alleen het herindelen van departementen geen afdoend antwoord. “Dan is er meer nodig en hebben de veranderingen ook gevolgen voor de positie van de minister-president, de ministerraad, ministers en staatssecretarissen.”

Alders stelt zich een aanpak voor waarbij onder leiding van de minister-president een beleidsprogramma wordt vastgesteld voor investeringen in de infrastructuur (verstedelijking, vervoer, onderwijs en andere voorzieningen). Als dat vervolgens door de ministerraad wordt overgenomen, moet een integrerende minister worden aangewezen die de stuwende kracht wordt voor de uitvoering van het programma. Zo'n minister moet tussentijds voorstellen kunnen doen om het investeringsprogramma te wijzigen en het recht krijgen deze in de ministerraad aan de orde te stellen. Voor deze aanpak zou volgens Alders de proef op de som kunnen worden genomen bij de inrichting van de Randstad, inclusief de plannen voor Schiphol en de Rotterdamse haven.

Minister Alders herinnert met instemming aan eerdere voorstellen van de Commissie-Vonhoff waarin op vijf hoofdterreinen integrerende ministers worden aangewezen: bestuurlijke zaken, sociaal-economische zaken, ruimtelijke zaken, sociaal-culturele zaken en internationale zaken.

De Zuidhollandse commissaris van de koningin, mr. S. Patijn, herhaalde gisteren in zijn nieuwjaarstoespraak zijn pleidooi voor de vorming van één Randstadprovincie, met daarbinnen krachtige stadsgewesten. Tegelijkertijd toonde hij zich somber over de verwezenlijking van deze voorstellen. “Ik zie te veel bestuurlijke machteloosheid en politieke onwil om mij heen als het erom gaat het nationale belang van de Randstad gezamenlijk na te streven.”